български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Prioriteiten van de EVP-ED-Fractie voor 2004-2009

up one level

I. EEN OP KENNIS GEBASEERDE ECONOMIE: BEVORDERING VAN HET CONCURRENTIEVERMOGEN


*.pdfescsdadeelenetfritlvlthunlplptskslfisv


Concurrentievermogen is de kern van economische prestatie. Om Europa in staat te stellen zich aan de wereldwijde economie aan te passen en zijn sociale, economische en milieudoelstellingen te bereiken, moeten wij het concurrentievermogen van Europa vergroten en daartoe een echte gemeenschappelijke markt van kennis en onderzoek tot stand brengen.

Op dit gebied moet Europa echter beter presteren. Met betrekking tot onderzoek bijvoorbeeld is ons concurrentienadeel duidelijk: in Europa blijven de totale uitgaven voor onderzoek laag, en onze economieën zijn minder in staat de resultaten van ons wetenschappelijk werk economisch te laten renderen. Om dit zwakke punt te versterken, heeft Europa behoefte aan meer innovatie en meer mobiliteit van personen en ideeën.


I. 1. Instelling van een ruimte van kennis: klemtoon op onderwijs en levenslang leren

Kwaliteit is de sleutel van ons concurrentievermogen. De EVP-ED-Fractie ondersteunt krachtig de instelling van een ruimte van kennis, een door de Europese Raden van Lissabon en Stockholm vastgestelde prioriteit, omdat dit ons continent in staat zal stellen in hooggekwalificeerde menselijke hulpbronnen te voorzien. In het kader van de nieuwe economie dient – bij de uitstippeling van EU-beleid – prioriteit te worden verleend aan onderwijs, opleiding en bevordering van de samenwerking met de arbeidsmarkt. Dat zijn de sleutelelementen om van Europa een concurrerende, op kennis gebaseerde samenleving te maken, maar ook om de grootste troeven van de Europese identiteit gebaseerd op de eerbiediging en bevordering van haar diversiteit te consolideren en aan de volgende generaties door te geven.


I.1.1 Ontwikkelen van een echte leercultuur

Levenslang leren is voor alle burgers van levenslang. Dat is een kernelement van de menselijke ontwikkeling. De toegang tot doeltreffend onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit moet worden verbeterd om de burger in staat te stellen in de kennismaatschappij een volwaardige rol te spelen. Onze doelstelling gaat echter verder: onderwijs- en opleidingsystemen moeten systematisch rekening houden met de specifieke behoeften van individuen alsook met die van het Europese bedrijfsleven. Bij de opstelling van hun programma’s moeten universiteiten er altijd rekening mee houden om onderwijs en levenslang leren in overeenstemming te brengen met de kansen die de arbeidsmarkt biedt. Op die manier zullen wij het aanpassingsvermogen en de inzetbaarheid van de beroepsbevolking – ook de oudere generatie - verbeteren en zo aan de terugdringing van de werkloosheid bijdragen.


I.1.2 De Gemeenschap tot een centrum van vakbekwaamheid maken

Om de burger beter voor te bereiden op en aan te passen aan de behoeften van een concurrerende, op geavanceerde technologie gebaseerde economie, moet ons hoger onderwijs op het internationale toneel concurrerender worden en moeten de opleidingen voor de wijdere wereld worden geopend.

De klemtoon moet worden gelegd op taalvaardigheid en mobiliteit in Europa. De burger moet worden aangemoedigd om twee of meer talen te leren en minstens een half jaar in het buitenland te studeren. Ondernemerschap en onafhankelijkheid moeten vroeg in de opleiding worden aangeleerd.

Het is onontbeerlijk om mobiliteitshinderpalen te overwinnen en om mobiliteitsbevorderende beleidsinstrumenten te ontwikkelen op het gebied van belasting, administratie, sociale zekerheid en erkenning van kwalificaties en diploma's.

Het gebruik en het aanleren van informatietechnologieën moet bijzondere nadruk krijgen. Dit gebied biedt enorme kansen en is een krachtig middel voor sociale inclusie, bijvoorbeeld voor vrouwen en gehandicapten.

De Socrates-, Tempus-, Leonardo da Vinci-, Youth-, Erasmus-, Mundus- en eLearning-programma’s moeten worden ontwikkeld en aangepast zowel op het vlak van de doelstellingen als op dit van de financiering. Overeenkomstig specifieke doelstellingen moet een nieuwe impuls worden gegeven aan een in zijn oorspronkelijke vorm hersteld COMETT-programma. Om de doeltreffendheid van de programma’s te verhogen en hun verdere ontwikkeling mogelijk te maken, moeten bakens worden vooropgesteld. Verwezenlijkingen moeten worden kenbaar gemaakt en er moet rekening worden gehouden met de resultaten bij het uitstippelen van vervolgprogramma’s.

Interuniversitaire samenwerking, gemeenschappelijke academische titels, erkenning van diploma’s alsook uitwisseling van ervaringen met onderwijsmethodes en kennis dienen te worden bevorderd.


I. 2. Prioritiseren van onderzoek als kernelement voor het Europese concurrentievermogen

Onderzoek heeft de Europese economische prestaties, concurrentiepositie en handelspositie en het scheppen van banen sterk beïnvloed. Europa blijft echter achter tegenover zijn belangrijkste concurrenten wat investeringen en aantal octrooiaanvragen betreft. De Europese handelsbalans vertoont een tekort op het gebied van hoogtechnologische producten. De grootste zwakte ligt ongetwijfeld in de versplintering en verspreiding van de onderzoeksactiviteiten. Daar kan Europa een duidelijke meerwaarde bieden.


I.2.1 Vergroten van de Europese onderzoeksinspanningen tot minstens 3% van het BBP

Om tegen onze concurrenten opgewassen te zijn, moeten wij inspanningen leveren om onze algemene uitgaven voor onderzoek tot minstens 3% van het BBP te verhogen (1/3 overheidsuitgaven en 2/3 particuliere investeringen). De EU besteedt slechts 1,9% van zijn BBP aan O&O, tegenover 2,7% in de VS en 3% in Japan. Het is van het grootste belang dat de toegang van het MKB tot nieuwe technologieën wordt vergemakkelijkt, in het bijzonder voor MKB-bedrijven met minder dan 9 werknemers, die bij het gebruik van IT meer hinderpalen op hun weg vinden dan grote bedrijven. Maatstaven moeten worden vastgesteld, en het doeltreffende industriële gebruik van onderzoeksresultaten moet worden verbeterd. Deze kwestie houdt nauw verband met de instelling van adequate en juridisch betrouwbare mechanismen voor de bescherming van intellectuele eigendom op Europees niveau, en in het bijzonder een besluit met betrekking tot het communautaire octrooi.


I.2.2 Instellen van een functionerende Europese onderzoeksruimte

Het toespitsen van de onderzoeksinspanningen op nieuwe technologieën: het industriële gebruik van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek op gebieden zoals biotechnologie, informatie- en communicatietechnologie is de belangrijkste drijvende kracht achter economische groei. Het Europese concurrentievermogen zal in de komende jaren sterk worden beïnvloed door ons vermogen om op het gebied van nieuwe technologieën het voortouw te nemen.

‘Blue sky’-fundamenteel onderzoek moet tot echt toegevoegde waardeonderzoek worden ontwikkeld. Het huidige blue sky-onderzoek draagt bij tot de toegepaste technologieën van morgen. Om de toekomst voor te bereiden, moeten wij fundamenteel onderzoek ondersteunen. Productcycli worden immers steeds korter. Meer klantgericht werk moet prioriteit krijgen.

Meer samenwerking tussen overheidsinstellingen en particuliere sector dient te worden aangemoedigd, evenals meer onderzoeksactiviteiten aan de universiteiten, waarbij de overdracht van resultaten aan particuliere ondernemingen gemakkelijker dient te worden gemaakt. Fiscale stimuli dienen in de bevordering van onderzoek in de particuliere sector een belangrijke rol te spelen.

Het medisch onderzoek moet worden versterkt om behandelingen te verbeteren en aan nieuwe uitdagingen op het gebied van volksgezondheid het hoofd te bieden. Er dient in adequate financiering te worden voorzien, in het bijzonder voor onderzoek met betrekking tot zeldzame en met leeftijd verband houdende ziekten en resistentie tegen antibiotica.

Onderzoek naar voedselkwaliteit is een ander kernpunt van onze prioriteit om veilig voedsel van hoge kwaliteit te garanderen. Meer in het bijzonder moet de bio-industrie worden versterkt.


I. 3. Klemtoon op nieuwe technologieën: aanpakken van de uitdagingen van het digitale tijdperk

De ontwikkeling van digitale technologie bespoedigt de convergentie van media en maakt gemeenschappelijke minimumnormen voor de grensoverschrijdende verspreiding van audiovisuele inhoud onontbeerlijk. Met het oog op de bevordering van de culturele diversiteit dient het recht op een ondersteunend beleid op het gebied van audiovisuele media op nationaal/Europees niveau te worden gehandhaafd.


I.3.1. Het potentieel van de biotechnologie verkennen

De EVP-ED-Fractie meent dat nieuwe technologieën en in het bijzonder de biotechnologie kunnen bijdragen tot goede oplossingen voor milieuproblemen en duurzame ontwikkeling. Deze technologieën kunnen ook de beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel verbeteren en aldus bijdragen tot de verbetering van de menselijke gezondheid. Daarom moeten deze technologieën worden bevorderd.

De EVP-ED-Fractie is het niet er niet mee eens dat genetische manipulatie en biotechnologie in de geneeskunde in de eerste plaats geassocieerd worden met nieuwe kansen, terwijl ze in de landbouw in de eerste plaats worden geassocieerd met risico's. De EVP-ED-Fractie is eerder geneigd te denken dat ze op beide terreinen belangrijke kansen inhouden die moeten worden aangegrepen, maar ook ernstige risico's bevatten die door passende wetgeving dienen te worden beperkt. Wat de ethische grenzen van menselijke genetica betreft, is het standpunt van de fractie gebaseerd op de beslissingen van het EVP-Congres "Een Unie van waarden" van 2001 in Berlijn, met name betreffende de verwijzing naar de eerbiediging van de waardigheid van de mens.


I.3.2. Omvorming van "Televisie zonder grenzen" in een inhoud-richtlijn voor de gehele EU

Dit programma heeft ten doel verregaande samenwerking tussen televisiezenders te bevorderen en moet verder worden ontwikkeld tot een inhoud-richtlijn voor de gehele EU om de grensoverschrijdende verspreiding van audiovisuele inhoud beter te beheren en om een sterke en concurrerende Europese audiovisuele industrie te ontwikkelen waarin de privésector een drijvende kracht moet zijn. Vertragingen in de omzetting van Europese wetgeving moeten worden vermeden om nog meer achterstand voor de Europese technologie te voorkomen. Er blijven echter juridische hinderpalen voor grensoverschrijdende media bestaan (bijvoorbeeld auteursrecht).

Bij deze omvorming moet rekening worden gehouden met de technologische veranderingen en de veranderingen op de markt Dit betekent, enerzijds, dat gemeenschappelijke Europese basisprincipes (mensenrechten, bescherming van minderjarigen, enz.) in alle audiovisuele inhouddiensten moeten worden toegepast en, anderzijds, dat achterhaalde regels die een ongeschikte en niet langer gerechtvaardigde verregaande graad van detaillering bevatten (sommige reclameregels, verplichte quota, enz.), moeten worden aangepast of geschrapt.

Nieuwe vormen van gecontroleerde zelfregulering voor de nieuwe media
moeten worden ontwikkeld: alternatieve vormen van regulering en normalisatie lijken een doeltreffend en minder bureaucratisch middel te zijn om hiaten in nationale en Europese wetgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot consumentenbescherming, aan te vullen.

Bestaande programma’s op het gebied van audiovisuele media, in het bijzonder EIB-initiatief i2i visual en het MEDIA-programma, moeten worden voortgezet en uitgebreid om de verspreiding van Europees werk buiten het land van oorsprong te versterken.

Om de verdere ontwikkeling van het duale systeem in de Europese omroepen te garanderen en de huidige concurrentiedistorsies weg te werken, moeten de lidstaten, overeenkomstig het Protocol van Amsterdam, duidelijk en uitdrukkelijk de opdrachten van openbare dienst van de openbare omroepen omschrijven om de overheidsfinanciering te rechtvaardigen.


I.3.3 Ontwikkeling van een nieuwe telecomgeneratie

Om het concurrentievermogen van Europa op het gebied van telecommunicatie te versterken, is het onze bedoeling de toepassing van een telecomwetgeving mogelijk te maken. Essentieel is ook te zorgen voor de veiligheid van het internet. Op dit ogenblik is het gebrek aan veiligheid een grote hinderpaal voor de ontwikkeling van de e-business.

Het vergemakkelijken van 3G-telecom roll out is voor het Europese concurrentievermogen van centraal belang. Even belangrijk is echter een soepele consolidatie van de marktoperatoren en het mogelijk maken van de secundaire handel van het 3G-spectrum . Ook zullen de regels moeten worden vastgesteld voor het delen van een mobielnetwerkinfrastructuur.

Een prioriteit van de EVP-ED-Fractie is de bevordering van betere breedbandverbindingen en infrastructuur en de verbetering van e-inhoud in de overheidsadministratie, de gezondheidszorg en het onderwijs om de burgers een toegankelijkere informatie en betere dienstverlening te geven.


I.4. Totstandbrenging van een kwalitatieve en ondernemingsvriendelijke Europese economie

Om aan de mededinging in de wereldwijde economie het hoofd te bieden hebben ondernemingen behoefte aan een kwalitatieve en ondernemingsvriendelijke wettelijke en fiscale omgeving. Sterke nadruk dient te worden gelegd op de doeltreffende en tijdige uitvoering van de Lissabon-strategie en de instelling van een stimulerend ondernemingsklimaat.


I.4.1 Uitvoering van de Lissabon-strategie voor structurele hervorming: opstelling van een duidelijk tijdpad


De lidstaten vertonen een duidelijk gebrek aan politieke wil en krabbelen terug met betrekking tot de onmisbare structurele hervormingen in de uitvoering van het Lissabon-programma. Om een tijdige goedkeuring van de hervormingen te garanderen, moet een duidelijk tijdpad worden opgesteld waarin wordt vastgesteld welke stappen moeten worden ondernomen.

Een nieuw actieplan voor structurele hervormingen waarin een strikt tijdschema wordt vastgesteld dat tegen 2010 volledig moet zijn afgewerkt, is nodig. Voorts dient een sterkere klemtoon te worden gelegd op de doelstellingen van de strategie van Lissabon en in het bijzonder op de volgende gebieden: openbare en particuliere investeringen, meer bepaald in menselijk kapitaal en O&O, een sterkere ondernemingsgeest in de Europese samenleving, steun voor het MKB en lagere belastingen in de EU.

Een adequate bescherming van intellectuele eigendom: het voorstel van de Commissie over het Europese octrooi werd jarenlang besproken, maar nog steeds werd geen definitieve oplossing bereikt. Een geheel nieuw concept voor de bescherming van intellectuele eigendom kan een uitweg uit deze impasse bieden.

Onze fractie is voornemens een initiatief te nemen in de richting van een nieuw, samenhangend en toegankelijker Europees octrooi dat een evenwicht biedt tussen de Amerikaanse, beschermende benadering en de Europese benadering, die investeringen stimuleert. Andere richtlijnen met betrekking tot intellectuele eigendom (software of handelsmerken) zullen bijgevolg moeten worden herzien.

De liberalisering van de energiemarkt moet worden voltooid: momenteel werkt de EU aan een totale deregulering, om gelijke concurrentievoorwaarden te scheppen in de sectoren elektriciteit en gas, de twee belangrijkste overblijvende monopolies in de interne markt. Ondernemingen en particulieren moeten in staat worden gesteld hun leveranciers overeenkomstig hun behoeften vrij te kiezen. Wij hebben behoefte aan een geharmoniseerd rechtskader dat een geschikte openbare dienst garandeert.

Een sterke pan-Europese kapitaalmarkt moet worden ingesteld om de kostprijs van ondernemingskapitaal in een snel veranderende financiële omgeving te beperken. Onze prioriteit is de tijdige uitvoering van het actieplan financiële diensten, uiterlijk tegen 2005, zoals in de conclusies van Lissabon staat. Dit proces moet tot een transparant systeem voor financiële informatie leiden dat werkelijke vergelijkbaarheid van bedrijfsresultaten mogelijk maakt en in passende en grondige prudentiële controle voorziet. Parallel daarmee moeten de nieuwe regels met betrekking tot contractrecht worden uitgebreid naar andere bronnen: obligaties, effectenonderzoek en verzekeringscontracten.


I.4.2 Vennootschapsbestuur: instelling van gelijke concurrentievoorwaarden op het gebied van vennootschapsrecht

Tengevolge van tegenstrijdigheden in het vennootschapsrecht – in alle mogelijke combinaties wat betreft structuur, rekeningen en de betwistbaarheid van controle - kunnen sommige ondernemingen geen volledig gebruik maken van de interne markt, terwijl andere buitensporige voordelen krijgen. Harmonisering is dringend nodig om voor Europese ondernemingen gelijke concurrentievoorwaarden te creëren. Het in november 2002 gepubliceerde Winter II-verslag bevat concrete voorstellen.

Over de nieuwe initiatieven voor gemeenschappelijke voorschriften over het vennootschapsrecht, ter vervanging van de vijfde richtlijn betreffende het vennootschapsrecht, waarover nog geen gemeenschappelijk standpunt kon worden gevonden, moet nog verder van gedachten worden gewisseld om overeenstemming te bereiken.

Meer flexibele gemeenschappelijke voorschriften voor particuliere vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn nodig om het MKB de mogelijkheid te geven in de gehele Unie actief te zijn en te profiteren van de interne markt, waarbij zij toch een particuliere vennootschap met beperkte aansprakelijkheid blijven. Onze fractie zal streven naar vooruitgang op dit gebied.


I.4.3 Ondernemingszin en een MKB-vriendelijk klimaat

Om aan de mededinging in de wereldwijde economie het hoofd te bieden hebben ondernemingen ook behoefte aan een kwalitatieve omgeving op het gebied van juridische en financiële kaders, infrastructuur en belastingstelsels. Sterke nadruk dient te worden gelegd op de instelling van een stimulerend ondernemingsklimaat.

Een voorafgaande voorwaarde is het afschaffen van subsidies, het wegnemen van onzichtbare hinderpalen en andere marktdistorsies en vertrouwen op effectieve mededingingsregels.

Toch is onze hoogste prioriteit de totstandbrenging van een ondernemingsvriendelijk klimaat dat de positie van de Europese ondernemingen verbetert, in het bijzonder door de administratieve rompslomp tot een minimum te beperken en door voor elke wetgeving stelselmatig een beoordeling van de gevolgen voor de ondernemingskosten uit te voeren.

De PPE-DE-Fractie wil de oprichting van nieuwe ondernemingen stimuleren door de wettelijke hinderpalen te beperken en de toegang tot start- en durfkapitaal te vergemakkelijken. Op dat gebied dienen de verschillende modellen voor startende ondernemingen te worden onderzocht en dient de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten te worden aangemoedigd.

Ondernemingszin, zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid moeten al in de eerste fasen van het onderwijs worden aangemoedigd.

Een beter kader voor het MKB creëren:
de kleine en middelgrote ondernemingen zijn de motor van de Europese economie. Meer dan 99% van de ondernemingen in de EU zijn kleine of middelgrote ondernemingen. Ze zijn goed voor 66% van alle banen en dragen daardoor bij aan de economische groei. Het is van het grootste belang ze te beschermen en adequaat te bevorderen in de EU en ze geen nodeloze lasten op te leggen. De uitvoering van het MKB-handvest is een voorafgaande voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van Lissabon.

Het gaat onder meer om:
  • flexibele regels voor de arbeidsmarkt;
  • verwijdering van regelgevende lasten en betere toegang tot informatie;
  • betere toegang tot financiering en kapitaalmarkt;
  • vergemakkelijking van kwaliteitsinvesteringen in onderzoek en technologie;
  • bevordering van innovatie.

I.4.4 Instellen van een geïntegreerde nutsbedrijvenmarkt

Een eerlijk en evenwichtig liberaliseringsproces van de nutsbedrijvenmarkt om oneerlijke mededinging te vermijden, moet in de toekomst de verstrekking van goederen en diensten aan Europese burgers en ondernemingen tegen redelijke prijzen garanderen.


I.4.5 Naar een concurrerend en doeltreffend belastingstelsel en lagere belastingen

Het principe van lagere belastingen is de kern van het economisch model van de EVP-ED-Fractie omdat alle centrum- en centrumrechtse partijen welvaart in de economie en bevordering van het privé-initiatief nastreven. Hoge belastingen zijn een last voor de privé-sector en leiden tot een grotere inmenging van de overheid in de economie ten nadele van de ondernemingsgeest.

De verschillende belastingsystemen zijn complex en onsamenhangend en vormen bovendien duidelijke hinderpalen voor grensoverschrijdende activiteiten en het vrije verkeer van goederen, personen en kapitaal. Daarom dienen verdere stappen in de hervorming van de belastingstelsels te worden gestimuleerd en dient de goedkeuring van een definitief BTW-stelsel op basis van het principe van het land van oorsprong te worden bespoedigd. Dat zal de belastingstelsels van de EU-lidstaten neutraal en concurrerend maken.

Wij willen een eerlijke en efficiënte concurrentie van belastingstelsels. Ons model is gebaseerd op een gecoördineerde vaststelling van de belastinggrondslag van voor de interne markt belangrijke belastingen, waarbij de lidstaten het belastingniveau vrij kunnen kiezen. Dat zal een gezonde belastingconcurrentie tot gevolg hebben doordat de bedrijven dan hun vestigingsplaats in een transparante omgeving kunnen kiezen en hun activiteiten zo nodig met minder administratieve rompslomp kunnen verplaatsen. Dat zal door een doeltreffender allocatie van kapitaal ook de grensoverschrijdende activiteiten stimuleren en aldus de gehele economie bevorderen. Belastingen die voor de goede werking van de interne markt van geen belang zijn, dienen volledig aan de lidstaten te worden overgelaten.

Een vennootschapsbelastingstelsel dat grensoverschrijdende activiteiten bevordert, en de opheffing van fiscale hinderpalen die de goede werking van de interne markt in het gedrang brengen door de vaststelling van een geconsolideerde grondslag voor vennootschapsbelasting voor de ondernemingen die onder het statuut van de Europese ondernemingen vallen of door de openstelling van die keuze voor ondernemingen die in verschillende lidstaten werkzaam zijn, zijn grote prioriteiten van onze fractie.

Een definitief, op het 'land van oorsprong’-principe gebaseerd BTW-systeem is de beste oplossing om verstoringen van de interne markt te vermijden. Wij zijn gekant tegen de nieuwe benadering van de Commissie, die slechts ten doel heeft het in het kader van de 6e BTW-richtlijn ingestelde overgangssysteem te verbeteren.


I.5. Naar een concurrerend Europees vervoerbeleid: zorgen voor efficiënte vervoersverbindingen

In de uitgebreide Unie zullen doeltreffende en snelle vervoerverbindingen een grote invloed hebben op het concurrentievermogen van de Europese economie, aangezien de Trans-Europese vervoersnetwerken (TEN’s) voor bijna de helft van alle goederen- en passagiersvervoer instaan. Ze zijn echte levenslijnen van de EU. Overblijvende knelpunten in de vervoersnetwerken moeten worden verwijderd, en het toenemende gebrek aan evenwicht tussen vervoerswijzen en regio’s moet worden weggewerkt.

De Trans-Europese netwerken dienen te worden uitgebreid om de vervoersnetwerken van de nieuwe lidstaten naar een hoog niveau te tillen en doeltreffende verbindingen met de bestaande netwerken van de huidige 15 lidstaten te garanderen. Tegelijkertijd moet een eerlijke mededinging tussen de vervoerswijzen worden gegarandeerd en moet de kostprijs van de aanleg en het onderhoud van de TEN’s aan de gebruiker worden doorgerekend.

Om in de Unie een doeltreffende spoorwegmarkt in te stellen, moeten de nationale spoornetten worden opengesteld en moet markttoegang voor nieuwe spoorwegondernemingen mogelijk worden gemaakt.

Om in redelijke concurrentievoorwaarden voor verstrekkers van vervoersdiensten en gebruikers te voorzien, moeten betrekkingen met derde landen, in het bijzonder met betrekking tot luchtverkeer en zeevervoer, op communautair niveau worden behandeld. Het concept van een Europese interne markt in het Europese luchtruim met een eenvormige luchtverkeersleiding moet worden ingevoerd.

Een hoog veiligheidsniveau van zee-, spoorweg- en luchtvervoer is een belangrijke component van een alomvattend vervoerbeleid. Veiligheidswetgeving moet op doeltreffende wijze in praktijk worden gebracht, en sancties in geval van niet-toepassing moeten worden geharmoniseerd. De activiteit van het nieuwe Europees Spoorwegbureau, dat ten doel heeft de veiligheid in de gehele Gemeenschap te garanderen, zal moeten worden beoordeeld.


II. DUURZAME ONTWIKKELING: BOUWEN VOOR DE TOEKOMST

Wij willen een alomvattend, op een dynamische, op milieu- en sociaal gebied verantwoordelijke markteconomie gebaseerd beleid. Onze visie is gebaseerd op het concept van duurzame ontwikkeling, die alle wetgevingsgebieden, van milieu- en regionaal over economisch, energie-, transport en landbouw- tot handelsbeleid moet beïnvloeden. Om voor ons en de toekomstige generaties een concurrerende en op milieugebied gezonde Unie op te bouwen, moeten wij het verband tussen een gezond milieu en een sterke economie versterken.

De mogelijkheden in verband met de stapsgewijze invoering van een op milieu- en sociaal gebied verantwoord model van economische groei op lange termijn zijn zeer groot. Dat proces zal immers de ontwikkeling stimuleren van onderzoek, nieuwe industrieën en technologieën, en zo het scheppen van nieuwe banen mogelijk maken. Over het concept van duurzame ontwikkeling kan echter niet gewoon van bovenaf worden besloten. Te veel reglementering zou het proces afbreken.

Wij geloven dat de sleutel tot succes ligt in:
  • Subsidiariteit en lokale verantwoordelijkheid: gedetailleerde wetgeving en/of centralisering zou contraproductief zijn. Wij geloven dat de lokale autoriteiten het best kunnen bepalen wat in de context van een bepaalde regio nodig en haalbaar is. Ze bevinden zich in de beste positie om op basis van kaderdoelstellingen over concrete acties en de uitvoering daarvan te beslissen.

  • Realistische wetgevingsdoelstellingen die flexibiliteit bij de toepassing mogelijk maken: doelstellingen zijn nutteloos als ze op geen enkele wijze kunnen worden bereikt. Realisme is de eerste stap in de richting van succes; daarom moet wetgeving manoeuvreerruimte voor aanpassing aan de lokale context en regionale specificiteit bieden. Toch moet de EU nauwgezet op de toepassing toezien.

  • Aanmoediging van en vertrouwen in particulier initiatief: het is van wezenlijk belang de particuliere sector te overtuigen van de voordelen van de ontwikkeling van ‘duurzame’ productiemethoden en het gebruik van milieuvriendelijke technologieën voor het concurrentievermogen op lange termijn. Dat dient te gebeuren door middel van fiscale stimuli in plaats van subsidies, die het individueel nemen van risico’s en de creativiteit gewoonlijk beperken, en door de bevordering van vrijwillige overeenkomsten en marktinstrumenten ter verbetering van het concurrentievermogen van ondernemingen met een hoge milieuefficiëntie.

  • Informatie en onderwijs voor de burger. Adequate informatie is van wezenlijk belang om het ecologische bewustzijn van de burger te vergroten.

II.1. Bevorderen van het Europees gemeenschappelijk erfgoed

Onze toekomst is onze keuze. De EVP-ED-Fractie heeft een duidelijke keuze voor een schoner milieu en duurzame ontwikkeling gemaakt. De bescherming van de burger en zijn milieu en van zijn historisch en natuurlijk erfgoed, moet de kern van het Europese beleid zijn. Klimaatwijziging en de mogelijke gevolgen daarvan, luchtverontreiniging in steden, de ontaarding van het stedelijk milieu en de neveneffecten van de groei, en andere hinder door verontreiniging hebben voor de burger in het dagelijks leven grote gevolgen op economisch, sociaal en gezondheidsvlak. Wij moeten dringend en vastberaden reageren.


II.1.1 Bevorderen van een veilig milieu: het recht op een gezond milieu tot realiteit maken


Recente natuurrampen (bijvoorbeeld overstromingen, stormen) hebben ernstige vragen over de gevolgen van de klimaatwijziging doen rijzen. Ook de schipbreuk van de Erika voor de Franse kust en die van de Prestige hebben de behoefte aan versterking van het systeem van milieuaansprakelijkheid beklemtoond. Het is onze plicht met het oog op de levenskwaliteit van de Europese burgers en die van toekomstige generaties een mechanisme in te stellen dat het recht op een gezond milieu inhoud geeft.

Correcte toepassing van en nauw toezicht op Europa's strikte milieuwetgeving en een betere beoordeling van toekomstige wetten zijn belangrijke voorwaarden op weg naar het wereldleiderschap op het gebied van milieubescherming.

Een doeltreffend systeem van ecologische aansprakelijkheid zou het recht van de burger op een gezond milieu inhoud geven. Echte verantwoordelijkheid op milieugebied op grond van het principe ‘de vervuiler betaalt’ moet adequate controles, straffen en vergoedingen inhouden.

De bestrijding van de klimaatwijziging blijft een hoge prioriteit. Europa heeft een duidelijk toekomstgerichte keuze voor een schonere wereld gemaakt door zich in het kader van het Kyoto-protocol sterk te verbinden tot de beperking van zijn uitstoot van broeikasgassen met 8% tegen 2010. Onze fractie is voorstander van een Europees tijdpad voor een snelle en concrete uitvoering van het Kyoto-protocol. Ze zal een veelomvattend beleid voorstellen dat erop gericht is de EU tot wereldleider op dit gebied te maken.

Een ander aandachtspunt moet de verbetering van de kwaliteit van het milieu in stedelijke gebieden zijn. 80% van de bevolking woont in stedelijke gebieden en is blootgesteld aan voortdurende hinder (lawaai, luchtverontreiniging, verkeer, afval, allergieën en stress) die de volksgezondheid beïnvloedt. In het bijzonder zijn zeer grote inspanningen met betrekking tot brandstofkwaliteit en schone motoren en op het verminderen van het verbruik van voertuigen gerichte investeringen nodig. Openbare bewustmakingscampagnes moeten het gebruik van duurzame energieën bevorderen. In overeenstemming met het subsidiariteitsprincipe is het ook belangrijk een rationele ruimtelijke ordening te stimuleren die het stedelijk milieu vrijwaart.

De biodiversiteit in de EU is het erfgoed van onze burgers. De nieuwe lidstaten zullen het aantal ongerepte landschappen, bossen en waterrijke gebieden aanzienlijk doen toenemen. Wij hebben de verantwoordelijkheid die gebieden te vrijwaren en ze aan de toekomstige generaties na te laten.

De EVP-ED-Fractie is vastbesloten een gemeenschappelijke actie tot stand te brengen ter verhoging van de bijdrage van wetenschap en technologie aan duurzame ontwikkeling en meer bepaald, ter bevordering van een beter begrip van de verbanden tussen milieu en technologische ontwikkelingen.


II.1.2 Bevordering van schone energieproductie en een duurzaam vervoerbeleid

De bestrijding van de klimaatwijziging is voor de Unie een absolute prioriteit en eveneens een zeer grote uitdaging. De Europese Unie is een energie-intensieve economie: het verbruik neemt jaarlijks met 1 tot 2% toe en betreft voornamelijk fossiele brandstoffen. 94% van de CO2–uitstoot tengevolge van menselijke activiteiten in Europa kan aan de energiesector worden toegeschreven. Op langere termijn is dat niet houdbaar: Europa moet zijn systeem voor energiebevoorrading dringend herzien.

De penetratie van nieuwe en duurzame energiebronnen moet worden bevorderd. Wij moeten de klemtoon leggen op investeringsmogelijkheden in duurzame energieën en de toegang tot financiering voor projecten in belangrijke sectoren, zoals zonne- en windenergie en biomassa, ondersteunen om de aanvaarding en penetratie van deze energiebronnen te bevorderen.

Onze manoeuvreerruimte is echter beperkt: terwijl wij de beperking van de energie-intensiteit van onze economie bevorderen en een grotere energie-efficiëntie garanderen, moeten wij ook met strikte inachtneming van hoge veiligheidsnormen en nationale keuzes het aandeel van kernenergie handhaven.

Nieuwe, doeltreffender en goedkopere reactorontwerpen moeten worden ontwikkeld door het onderzoek naar fusiereactoren en het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval op te drijven. Wij moeten er ook voor zorgen dat de nieuwe lidstaten dezelfde strenge normen met betrekking tot nucleaire veiligheid hanteren en zich strikt aan hun verplichtingen met betrekking tot de sluiting van oude elektriciteitscentrales houden.

Een nieuw, milieuvriendelijker vervoerbeleid
houdt in dat het verband tussen de voortdurende toename van het vervoer en de economische groei wordt verbroken. De vermindering van de druk op het milieu en de beperking van de files vereisen grote veranderingen op het gebied van onze vervoermiddelen en -gewoonten, en in het bijzonder een rationeler gebruik van verschillende middelen. Dat houdt een wijziging in van het evenwicht tussen vervoerswijzen in de richting van minder vervuilende vervoermiddelen, in het bijzonder in stedelijke gebieden. Goederenvervoer op langere afstanden moet aan milieuvriendelijke vervoermiddelen worden overgelaten (spoorwegen, binnen- en kustvaart).

Een evenwichtige opbouw van de Trans-Europese netwerken (TEN’s) om een toenemend gebrek aan evenwicht tussen de regio’s om te keren en in perifere regio’s, in het bijzonder in de nieuwe lidstaten, economische ontwikkeling mogelijk te maken, moet met de ontwikkeling van een kostenefficiënt vervoersysteem worden gecombineerd.


II. 2. Duurzame groei in een meer inclusieve maatschappij

Met het oog op duurzame groei in een meer inclusieve maatschappij moet de macro-economische stabiliteit behouden blijven, moeten investeringen worden bevorderd en moet de onaanvaardbaar hoge werkloosheid worden teruggedrongen. Onze visie steunt op de vrije markt – en niet de Staat – om in groei, kansen voor iedereen en sociale vooruitgang te voorzien. Echt sociaal zijn betekent immers in de eerste plaats het scheppen van banen. Een op de principes van individuele verantwoordelijkheid, mededinging en echte sociale verantwoordelijkheid gebaseerde markteconomie is de beste manier om grotere groei in een sociaal inclusieve maatschappij te bevorderen.


II.2.1 Garanderen van grotere groei en investeringen: bevorderen van het bedrijfsklimaat

Om economische groei en investeringen te stimuleren, zijn verdere maatregelen nodig om het bedrijfsklimaat te verbeteren en de markt te liberaliseren.

De gevolgen van wetgeving en milieumaatregelen voor de ondernemingskosten
moeten systematisch worden beoordeeld en de voor MKB’s zo schadelijke omslachtige bureaucratische en administratieve vereisten moeten worden afgeschaft. De oprichting van nieuwe ondernemingen moet worden aangemoedigd en de toegang tot start- en risicodragend kapitaal mogelijk worden gemaakt: wij moeten het gemakkelijk maken in Europa een bedrijf te beginnen.

De verlening van openbare diensten door de particuliere sector
moet worden bevorderd, en de keuzemogelijkheden van de consument moeten zo worden uitgebreid. Mededinging zal de prijzen helpen drukken en de kwaliteit van de diensten verbeteren, terwijl regeringen normen moeten vaststellen om gelijke en algemene verlening van diensten van algemeen belang te garanderen.


II.2.2 Scheppen van banen en garanderen van wederzijdse steun

Het scheppen van banen is voor de overleving van Europa van wezenlijk belang, en is alleszins sociaal meer aanvaardbaar dan het vernietigen ervan. In het grootste deel van Europa is het werkloosheidsniveau onaanvaardbaar hoog, sociaal ondraaglijk en financieel onhoudbaar. Daarom zijn de verbetering van de kansen van de werklozen, de hervorming van de arbeidsmarkt, investeringen in menselijk kapitaal en levenslang leren de kern van ons beleid. Administratieve hinderpalen voor een flexibeler arbeidsmarkt moeten daarom worden geëlimineerd en opleiding moet systematisch het dynamisme bevorderen en de adequaatheid van vaardigheden verbeteren. Passieve maatregelen om werklozen te ondersteunen kunnen alleen als kortetermijnoplossing worden gezien.

Om de doelstellingen van Lissabon te bereiken en de productiviteit te verhogen, is het belangrijk dat wij ons toespitsen op de verhoging van de flexibiliteit en de veiligheid op het werk, op het bevorderen van de ondernemingsgeest alsook op de verbetering van de inzetbaarheid van werklozen op de arbeidsmarkt en de integratie van sociaal uitgeslotenen.

De fundamentele voorzieningen van de socialezekerheidsstelsels moeten behouden blijven voor wie zichzelf niet kan behelpen, hoewel een herziening van de huidige regelingen noodzakelijk lijkt. Het principe van wederzijdse steun moet de kern van het Europese sociale model blijven. Burgers hebben het recht te rekenen op nationale steun en solidariteit als ze het moeilijk hebben door ziekte, werkloosheid of andere risico’s die hun bestaansmiddelen en die van hun gezin aantasten.


II.2.3 Sociale inclusie


Wij willen kwalitatieve kansen. Het belangrijkste richtsnoer voor ons beleid is dat niemand mag worden achtergesteld of achtergelaten. Met het oog op een sociaal inclusieve en samenhangende Unie willen wij een eerlijke behandeling voor iedereen. Om die doelstelling te bereiken, moet bijzondere nadruk worden gelegd op de bestrijding van sociale uitsluiting, die vandaag steeds meer mensen, ouderen zowel als jongeren en minderheden, treft.

De verwachtingen van jongeren moeten bijzondere aandacht krijgen.
Het Youth-programma moet meer nadruk leggen op wie problemen op het gebied van economische en sociale integratie heeft. De sociale en educatieve rol van sport, als factor van integratie en deelname aan het sociale leven, als middel ter bevordering van verdraagzaamheid, sportiviteit, eerbied voor regels en verschillen, bestrijding van uitsluiting, vreemdelingenhaat en racisme, dient sterker te worden benadrukt en bevorderd. In het Verdrag moet uitdrukkelijk het specifieke karakter van de sport met betrekking tot haar sociale rol worden erkend. Meer klemtoon dient ook te worden gelegd op de rol van de sport in de opvoeding, waarbij sport moet worden gekoppeld aan formele onderwijsprogramma's (schoolboeken) of informele activiteiten (promoten van het vrijwilligerswerk en de rol van sportverenigingen of –federaties), beleidslijnen die door de EVP-ED-Fractie in grote mate worden bepleit en ondersteund. Maatregelen voor het bestrijden van doping in de sport zijn eveneens een prioriteit.

Een hoge levenskwaliteit voor ouderen, een groeiend deel van de bevolking, moet een prioriteit zijn. Een al te groot deel van hen lijdt echter onder afzondering en armoede. Hun bijzondere behoeften en verwachtingen moeten in de Europese besluitvorming worden geïntegreerd.

De bevordering van gelijke kansen voor vrouwen en de opheffing van alle vormen van discriminatie moeten worden nagestreefd in alle communautaire beleidsvormen. Van wezenlijk belang is de goedkeuring van concrete maatregelen zoals de beschikbaarstelling van kinderopvang, meer steun voor moeders en de verlaging van de socialezekerheidspremies voor moeders om het beroeps- en gezinsleven met elkaar in evenwicht te brengen.

In aansluiting op de besluiten van de Europese Raad van Barcelona zal de uitvoering van deze maatregelen bijdragen tot de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Het uitroeien van de armoede, het bevorderen van de sociale ontwikkeling alsook de verbetering van de gezondheid vormen enkele van de grote uitdagingen met betrekking tot de mondiale dimensie van duurzame ontwikkeling.


II. 3. Het hoofd bieden aan de uitdagingen van een vergrijzende bevolking

De stijging van de levensverwachting, d.w.z. het toenemende aantal gepensioneerden in vergelijking met de actieve bevolking, heeft de openbare pensioenstelsels onder zeer grote financiële druk gezet. De afhankelijkheidsratio van de ouderen zal van ongeveer 24% in 2000 in de EU tot 49% in 2050 verdubbelen, wat betekent dat het aantal personen in de beroepsleeftijd voor elke bejaarde van 4 tot slechts 2 zal dalen. Als openbare stelsels voor sociale bescherming op lange termijn financieel levensvatbaar willen zijn, moeten daarom dringend afdoende maatregelen in praktijk worden gebracht. Om aan de gevolgen van de demografische veranderingen het hoofd te bieden, moeten in de lidstaten van de EU een aantal niet-exclusieve, maar aanvullende maatregelen worden genomen om het financiële evenwicht gedeeltelijk te herstellen.


II.3.1 De pensioenleeftijd moet worden verhoogd.1 Aangezien mensen langer leven, moeten ze ook langer werken en dus bijdragen aan de nationale pensioensystemen, als voorwaarde voor hun recht op een volledig pensioen.


II.3.2 De participatie aan de arbeidsmarkt van de 55-plussers moet worden vergroot. In de meeste Europese landen is de participatie aan de arbeidsmarkt van de 55-plussers relatief laag, in het bijzonder tengevolge van de zeer dure mogelijkheden van vervroegd pensioen. Daarom moet het aantal vervroegde pensioenen zoveel mogelijk worden beperkt, bijvoorbeeld door middel van belastingstimuli, en moet de pensioenleeftijd worden verhoogd.


II.3.3 Met kapitaal gefinancierde pensioenen moeten krachtig worden aangemoedigd. Een duurzame oplossing voor de financiering van de pensioenen vereist een adequaat evenwicht tussen openbare, beroeps- en particuliere pensioenstelsels. Het aandeel van pay-as-you-go-stelsels moet stapsgewijs worden verminderd, terwijl nationale solidariteit via een adequate openbare verlening van pensioenen wordt gegarandeerd.


II.3.4 De behoefte om hogere geboortecijfers te bevorderen moet worden overwogen. Immigratie is geen oplossing op lange termijn om aan de gevolgen van de demografische verandering het hoofd te bieden. Een wijze oplossing is hogere geboortecijfers aan te moedigen door te voorzien in een adequate omgeving, in het bijzonder voor vrouwen die willen werken.


II.4.Regio’s levendig houden: een welvarender Unie opbouwen door samen te werken

Het EU-beleid met betrekking tot de economische en sociale cohesie speelt een belangrijke rol in zich ontwikkelende regio’s door de verschillen in de ontwikkeling te beperken en regio’s in staat te stellen te leven en te gedijen. Daardoor zijn ze een zeer belangrijk element in het proces in de richting van een stabiele, sociaal inclusieve en samenhangende Europese Unie.


II.4.1 Aanpassen van beleid met betrekking tot economische en sociale cohesie aan een nieuw geografisch kader

‘Voorzien in cohesie’ in de pas uitgebreide Unie is voor het structuurbeleid een steeds grotere uitdaging. In de komende wetgevingsperiode staat de Unie voor de uitdaging twee fundamentele vereisten in overeenstemming te moeten brengen: solidariteit met de nieuwe lidstaten en steun voor de structurele ontwikkeling van de huidige minder begunstigde regio’s. Bij het toekomstig cohesiebeleid moet rekening worden gehouden met de sociale en werkgelegenheidsvoorwaarden in de betrokken regio's die invloed hebben op de andere communautaire beleidsvormen.

Structureel beleid moet opnieuw worden beoordeeld om aan de groeiende behoeften met betrekking tot infrastructuur en sociale ontwikkeling met verhoudingsgewijs minder financiële middelen te voldoen. Aangezien de verschillen in ontwikkelingsniveau tussen regio’s met de uitbreiding zijn toegenomen, vereist het bereiken van onze doelstellingen met betrekking tot cohesie meer doeltreffendheid en solidariteit.

Om de nieuwe definitie van de financiële tabel voor het communautaire cohesiebeleid voor te bereiden, moet het beleid beter worden gecoördineerd om het aan het nieuwe Europese geopolitieke kader aan te passen en moet een optimaal gebruik van regionale hulpbronnen prioriteit krijgen. Kadervoorwaarden voor de ontwikkeling van infrastructuur en duurzame projecten moeten worden vastgesteld en op de toepassing daarvan moet nauw worden toegezien. Vertragende factoren moeten worden opgeruimd – en niet gewoon hun gevolgen gecorrigeerd – en transparantie in de toekenning van fondsen moet worden gegarandeerd.


II.4.2 Ontwikkelen van duurzaam kwaliteitstoerisme

Toerisme staat in voor 5% van de werkgelegenheid in de Gemeenschap en heeft grote invloed op de regionale werkgelegenheid. Om het Europees toeristisch potentieel te bevorderen en de historische, culturele en gastronomische rijkdommen van de Europese regio’s aan te prijzen, moet de EU de beste praktijk kunnen kiezen om inspanningen voor dynamisch kwaliteitstoerisme te coördineren.


II.4.3 Bevorderen van de Europese cultuur

Europa's rijkdom ligt in zijn culturele specificiteit en diversiteit. Dit gemeenschappelijke erfgoed moet worden beschermd en de Europese culturele ruimte dient op zichtbare wijze te worden ingesteld. Europa’s regionale cultuur en talen en zijn specificiteit op het gebied van media en film moeten sterk worden bevorderd. Door de overheid gefinancierde omroepen, waarvan de rol in de totstandbrenging van culturele diversiteit in het protocol van Amsterdam is erkend, moeten zich op dit terrein concreet inspannen.

Begrip van het Europese historische en culturele erfgoed veronderstelt ook concrete aandacht voor Centraal- en Oost-Europa, dat vóór het herstel van de pluralistische democratie vaak over het hoofd werd gezien.

Daartoe dient het Cultuur 2000-kaderprogramma te worden herzien en moeten zijn operationaliteit en aanpassing aan de verwachtingen van de burger worden verbeterd.

Het concurrentievermogen van de culturele sector dient te worden versterkt door in de projecten in het kader van de structuurfondsen met de culturele aspecten rekening te houden.

De stemming met gekwalificeerde meerderheid moet naar het cultuurbeleid worden uitgebreid in de context van artikel 151 van het VEU, en de anomalie van de medebeslissingsprocedure in combinatie met unanimiteit moet worden weggewerkt.


II.5. Ontwikkelen van een levensvatbare en duurzame landbouw

De ontwikkeling van een duurzame landbouw in Europa is voor ons een middel om te garanderen dat ook toekomstige generaties kunnen profiteren van Europa’s unieke natuurlijke hulpbronnen. Tegelijkertijd weerspiegelt duurzaamheid de bezorgdheid van de consument, in het bijzonder met betrekking tot veiligheid en kwaliteit van productiemethoden.

Met het oog op het aflopen van Agenda 2000 in 2006 zal het formuleren van beleidslijnen voor een alomvattend langetermijnkader voor een levensvatbare en duurzame landbouw een prioriteit zijn.

Drie uitdagingen moeten worden aangepakt. In de eerste plaats is er een economische uitdaging, die ligt in de versterking van het concurrentievermogen van de landbouwsector. In de tweede plaats is er een sociale uitdaging, d.w.z. de verbetering van de levensomstandigheden en economische kansen in plattelandsgebieden. In de derde plaats moeten wij het hoofd bieden aan de ecologische uitdaging, door goede milieupraktijken en de verlening van diensten in verband met het behoud van biodiversiteit en landschap te bevorderen. De EVP-ED-Fractie zal ervoor zorgen dat de komende hervorming van het GLB deze drie aspecten betreft.


II.5.1 Ontwikkelen van een milieuvriendelijke landbouw

De verbetering van de gezondheid van de landbouwproductie is onze prioriteit. Milieuvriendelijke landbouw betekent niet landbouw met gebruikmaking van ouderwetse methoden. Integendeel, op de versterking van nieuwe en/of bio-gebaseerde industrieën en technologieën moet bijzondere nadruk worden gelegd.

Onderzoek op het gebied van milieuvriendelijke producten kan duurzame oplossingen voor een verstandig gebruik van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en de ontwikkeling van milieuvriendelijke producten helpen vinden.

De rol van de boeren als beschermers van het platteland moet worden bevorderd. Naast extensiveringsinspanningen moeten wij de boeren aanmoedigen om het platteland en de biodiversiteit actief te beschermen en milieuvriendelijke producten te gebruiken.

De bevordering van het dierenwelzijn is van wezenlijk belang, niet in de eerste plaats om ethische redenen, maar ook als garantie voor hoge kwaliteit. Daarnaar is steeds meer vraag, en het is dus een concurrentiemiddel. Investeringen door boeren om hun dieren op gezonde wijze te houden moeten sterk worden aangemoedigd. Het is de beste manier om de productie van dieren op langere termijn duurzaam te maken.


II.5.2 Naar een nieuw, alomvattend beleid voor plattelandsontwikkeling

Om levensvatbare en sociaal samenhangende plattelandsgebieden te garanderen, moet de tweede pijler van het GLB worden versterkt en dient een nieuw, alomvattend plattelandsontwikkelingsbeleid te worden ingesteld. Doelstelling is multifunctionaliteit, familiebedrijven en plattelandsindustrie te stimuleren en zo ontwikkeling te bevorderen en plattelandsvlucht te voorkomen. Rekening houdend met het feit dat 50% van de boerenbevolking ouder is dan 50 jaar dienen wij bijzondere nadruk te leggen op de bevordering van de intreding van jonge boeren en dienen wij in opleiding te voorzien. Voorts is het van het grootste belang het gebruik van het gehele menselijk potentieel van de plattelandsregio's te stimuleren, in het bijzonder dat van vrouwen, die een belangrijke rol spelen op de boerderij en bij de ontwikkeling van de plattelandsregio's.

Vandaag gaat 10% van de landbouwbegroting naar maatregelen op het gebied van plattelandsontwikkeling. Om onze doelstellingen te bereiken is dat niet voldoende. De kostprijs van de voorgestelde verschuiving naar de tweede pijler moet niet alleen door de tweede pijler van het GLB, maar ook door maatregelen op het gebied van structuurbeleid worden gedragen.

Boeren die het bestaansminimum niet halen, moeten adequate sociaal-economische steun ontvangen, en een bijzonder verzekeringsstelsel moet worden ingesteld om boeren te beschermen die met dierziekte af te rekenen krijgen.

Het in praktijk brengen van deze structurele maatregelen moet waar mogelijk gedecentraliseerd zijn, maar met betrekking tot belangrijke aspecten moet het Parlement medebeslissingsbevoegdheid krijgen.

Over het algemeen dient het nemen van maatregelen te worden ondersteund om te voorkomen dat een nieuw "cross-compliance" (randvoorwaarden m.b.t. milieu, voedselveiligheid, dierenwelzijn, etc.) reglement tot een verlies aan concurrentievermogen tegenover derde landen leidt. En op internationaal niveau is het ook belangrijk dat de Europese Unie vasthoudt aan uitbreiding van de "green box" van de WTO tot niet-commerciële onderwerpen.


II.6. Ontwikkelen van een op sociaal en milieugebied duurzaam visserijbeleid

De visserijsector wordt met ernstige milieuproblemen – waardoor hij onze afhankelijkheid van de natuurlijke hulpbronnen weerspiegelt –, moeilijke sociale en cohesieproblemen en groeiende werkloosheid geconfronteerd. Vandaag zijn ongeveer 550.000 banen rechtstreeks van de visserij afhankelijk. Veel betrokken regio’s zijn perifere regio’s en doelstelling 1-gebieden waar de visserijsector voor de regionale economie van strategisch belang is. Gelet op de soms verwoestende effecten van het visserijbeleid door zijn milieu- en sociale gevolgen in het verleden lijkt de huidige hervorming onontbeerlijk en moeten wij die krachtig ondersteunen.

De hervorming moet een duurzame en levensvatbare visserijsector in de EU garanderen. Wij moeten een flexibeler beleid bevorderen dat de huidige behoeften van de sector kan vervullen, dat daarnaast in een rationeel beheer van de door de vangsten verminderde bestanden voorziet en een oplossing biedt voor het probleem van de bijvangsten. Een beter beheer van de bestanden zal beter onderzoek en betrouwbare informatie over de huidige visbestanden vereisen.

Er moet voor een moderne, aan de beschikbare hulpbronnen aangepaste vloot worden gezorgd. Wij willen ook dat de mensen die in deze sector werkzaam zijn, een inkomen ontvangen dat, voor zover mogelijk, levensomstandigheden garandeert die met die in gelijkaardige productiesectoren vergelijkbaar zijn.

Het GVB moet in het buitenlands beleid van de Unie worden geïntegreerd
om handel met aspecten van buitenlandse betrekkingen te combineren. Wij moeten zorgen voor samenhang in de toegang tot hulpbronnen en markten (recht in derde landen te investeren, vrije toegang tot havens, bestrijding van illegale visserij) en onze visserijovereenkomsten met derde landen ontwikkelen om de vismogelijkheden van onze vloot buiten de communautaire wateren te behouden.

Maatregelen om aquacultuur te versterken dienen te worden ontwikkeld.


1 Het punt II.3.1. waarin wordt voorgesteld de pensioneringsleeftijd te verhogen, kan niet worden geaccepteerd door Nea Democratia (ND). De pensioneringsleeftijd in Griekenland is 65 jaar. Deze wil ND niet wijzigen.


III. EUROPESE BURGERS: DE TOENEMENDE BEHOEFTE AAN VEILIGHEID

Veiligheid is een zeer grote zorg van de Europese burger. De toegenomen behoefte aan veiligheid laat zich voelen op vele gebieden, van veiligheid op straat, de controle aan de buitengrenzen en de strijd tegen terrorisme tot gezondheid, voedsel en economie, de grote werkloosheid en het risico op faillissementen. Om op de vele zorgen van de burger te antwoorden, stelt de EVP-ED-Fractie een aantal initiatieven voor die erop gericht zijn de veiligheid in onze maatschappij en de civiele en juridische bescherming van de burger te verbeteren.


III. 1. Garanderen van interne veiligheid en stabiliteit in onze maatschappij

Illegale immigratie, terrorisme en, daarmee nauw verbonden, georganiseerde criminaliteit brengen de veiligheid en stabiliteit van onze maatschappij op een onaanvaardbare manier in gevaar. Het is onze taak deze fenomenen op elk niveau krachtig te bestrijden om een veiliger maatschappij voor alle Europese burgers te garanderen. Op het gebied van veiligheid kan de Europese Unie in vergelijking met de individueel optredende lidstaten een duidelijke toegevoegde waarde bieden.


III.1. 1 Versterken van de Europese politie- en justitiële samenwerking met het oog op een veiliger Unie


Een samenhangend institutioneel kader voor meer efficiëntie

De institutionele en wettelijke regelingen
op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie moeten sterk worden vereenvoudigd. Een veiliger Unie vereist bovenal meer justitiële en politiesamenwerking via de instelling van één enkel, samenhangend, in de communautaire structuur geïntegreerd institutioneel kader, dat betrekking heeft op alle gebieden in verband met justitie en binnenlandse zaken. Eén enkele structuur zou de verdragen wetgevende samenhang geven, in een passende bescherming van de vrijheden van de burger voorzien en een einde maken aan onnodige problemen door de gebieden onderling afhankelijk te maken. Relevante wetgeving zou voor de burger dus gemakkelijker te begrijpen zijn.

De integratie van Europol in het institutionele kader van de Unie zou bovendien nauwkeurig toezicht door het Europees Parlement en rechterlijk toezicht door het Europees Hof van Justitie garanderen. Tegelijkertijd moet Eurojust – een systeem van samenwerking tussen openbare aanklagers van verschillende lidstaten – een eigen rechtspersoonlijkheid krijgen. Zijn taken, eens geïnstalleerd, moeten worden ontwikkeld en uitgebreid om als een echt communicatie- en netwerk van vroege waarschuwing te fungeren.

Bestrijding van criminaliteit

De definitie van ernstige strafbare feiten met een grensoverschrijdende dimensie of die een bedreiging vormen voor de belangen van de Gemeenschap - in het bijzonder drugs- en mensenhandel, cybercriminaliteit, witwassen van geld – moet worden geharmoniseerd in de rechtsstelsels van de lidstaten, zodat EU-minimumnormen kunnen worden vastgesteld. Parallel daarmee moet stapsgewijs een duidelijk en stabiel kader voor samenwerking tussen de bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en terrorisme op Europees niveau betrokken agentschappen worden ingesteld.

Om de georganiseerde criminaliteit aan te pakken en de mensenhandel door grensoverschrijdende criminele netwerken beter te bestrijden, moet de samenwerking tussen politiediensten en inlichtingendiensten in de EU voortdurend worden verbeterd. Het is volstrekt onaanvaardbaar dat elk jaar 700.000 vrouwen en kinderen het slachtoffer van mensensmokkel en –handel worden en seksueel worden geëxploiteerd. De EVP-ED-Fractie is een groot voorstander van hogere minimumstraffen voor mensenhandelaars en voor een betere bescherming van slachtoffers en getuigen in juridische procedures.


III.1.2 Aanpakken van illegale immigratie en beveiligen van de buitengrenzen van de EU

Wij willen aan politiek bedreigde mensen asiel verlenen, maar het misbruik van dat asielrecht en het in de Unie binnenkomen van illegale immigranten die gewoon een beter leven zoeken – jaarlijks komen er zo meer dan 500.000 naar de Europese Unie – kan niet worden getolereerd.

Een gemeenschappelijk beheer voor veiliger EU-buitengrenzen


Een veiliger maatschappij betekent veiliger grenzen. Het is onze prioriteit te garanderen dat de verlenging van de buitengrenzen tengevolge van de uitbreiding niet tot minder, maar tot meer veiligheid leidt.

Een samenhangend en doeltreffend gemeenschappelijk beheer van de buitengrenzen van de lidstaten, met inbegrip van de ondersteuning van stappen in de richting van de instelling van een Europese grenswacht, zijn voor een doeltreffende bestrijding van illegale immigratie, misdaad en mensenhandel van het grootste belang. Wij moeten alle synergieën organiseren voor een betere operationele samenwerking aan alle grenzen in de vorm van gezamenlijke multinationale teams – die controles aan grensovergangen voor hun rekening nemen – en een goed functionerend systeem voor vroege waarschuwing instellen.

Gelijklopend hiermee meent de EVP-ED-Fractie dat de oprichting van een kustwacht een prioriteit van de Europese Unie moet zijn om de strijd tegen crimineel gedrag op zee op te voeren en om de veiligheid van de Europese kusten te garanderen tegen milieugevaren (olieverontreiniging en illegale lozingen) en terroristische bedreigingen. Voor al die gevaren, die geen grenzen kennen, is samenwerking op Europees niveau volstrekt noodzakelijk.

Een gemeenschappelijk asielbeleid met duidelijke procedures


Om te vermijden dat de interne veiligheid van de Europese Unie in gevaar komt, moeten met het oog op het beheer van de migratiestromen duidelijke normen met betrekking tot asiel- en immigratiebeleid worden vastgesteld. De combinatie van gemeenschappelijke buitengrenzen en 25 of meer verschillende regelingen voor de toegang van burgers van derde landen tot de Unie is niet samenhangend. Vooral mensensmokkelaars en illegale immigranten profiteren van deze situatie: ze maken actief gebruik van de verschillen en inconsistenties tussen de nationale bepalingen om de Unie gemakkelijker binnen te komen. Voor elk van de drie categorieën van immigranten – tijdelijke vluchtelingen, asielzoekers en economische immigranten - heeft Europa behoefte aan gemeenschappelijke, maar specifieke antwoorden.

In het kader van het gemeenschappelijk asielbeleid moet een snelle asielprocedure op grond van de definitie van ‘vluchteling’ in de Conventie van Genève worden ingesteld.

In de eerste plaats moet duidelijkheid bestaan over het asielrecht
om de veiligheid en rechtszekerheid van asielzoekers te garanderen en de lidstaten ertoe in staat te stellen aanvragers die geen recht hebben op de status van vluchteling, daadwerkelijk te weigeren.

In de tweede plaats is een geharmoniseerde, tot 6 maanden beperkte asielprocedure vereist om een voortdurend uitstel van het definitieve besluit door een veelvoud van beroepen te vermijden. De PPE-DE-Fractie kant zich krachtig tegen voorstellen voor een procedure op verschillende niveaus.

Als aanvulling op de bovenvermelde maatregelen moeten terugnameovereenkomsten tussen de EU en derde landen worden gesloten om snelle en niet-bureaucratische repatriëring van geweigerde asielzoekers te garanderen. Ook in handels- en associatieovereenkomsten moeten terugnameclausules worden opgenomen.

Communautair immigratiebeleid: bestrijding van illegale immigratie aan de basis

Een samenhangend visumbeleid zal betere controle van de binnenkomst van burgers van derde landen mogelijk maken. Gemeenschappelijke en duidelijke regels over de voorwaarden voor binnenkomst en de procedures voor de aflevering van langetermijnvisa zijn nodig om een voortdurende herinterpretatie van wetgeving te vermijden die een situatie van voor de EU en de immigranten schadelijke onzekerheid creëert. Ook de controle moet worden verscherpt.

Aan de basis aanpakken van de migrantenstroom. Mensenhandelaren buiten op grote schaal armoede, het gebrek aan economisch interessante perspectieven in veel minder ontwikkelde landen en het gebrek aan informatie over de werkelijke mogelijkheden voor wettelijke immigratie uit. Het is daarom van wezenlijk belang de samenwerking met de landen van oorsprong en transit te versterken, in het bijzonder door de ontwikkeling van een preventiebeleid op lange termijn via economische ontwikkelingsprojecten en informatiecampagnes over de werkelijke mogelijkheden om zich in Europa te vestigen.


III.1.3 Een krachtige houding in de bestrijding van terrorisme en criminaliteit

Terrorisme brengt de veiligheid van onze burgers in het gedrang en veroorzaakt schade voor de slachtoffers en zeer groot leed voor hun families. Europa heeft sinds 11 september blijk gegeven van een zeer groot engagement om terrorisme in al zijn dimensies aan te pakken. In deze taak kunnen wij echter alleen op langere termijn slagen. In de eerste plaats moeten bestaande maatregelen, in het bijzonder het Europees aanhoudingsbevel en de uitleveringsprocedures tussen lidstaten, snel in praktijk worden gebracht.

Een gemeenschappelijke definitie van terrorisme
moet in het acquis worden geïntegreerd en in het Verdrag moet een rechtsgrondslag worden gecreëerd die de Unie in staat stelt activa te bevriezen en inkomsten af te snijden van inwoners van de EU die bij terrorisme betrokken zijn. Een geloofwaardige strategie moet ook de instelling op Europees niveau omvatten van een samenhangende institutionele structuur die de Unie in staat stelt doeltreffend en snel te handelen, evenals de versterking van de samenwerking op internationaal niveau, in het bijzonder op het gebied van het delen van inlichtingen. Parallel daarmee moet in relevante EU-maatregelen voor compensatie van slachtoffers van terroristische daden worden voorzien. De strategie van de Unie om terrorisme te bestrijden moet aan democratische controle ex-ante en ex-post onderworpen zijn.


III.2. Civiele bescherming: meer veiligheid in het dagelijks leven van de burger

Europese burgers voelen zich in het dagelijks leven vaak onveilig. Ze vinden voedsel onveilig. Het milieu in grote steden heeft negatieve gevolgen voor hun gezondheid en is gunstig voor het ontstaan van nieuwe ziekten. Ze willen meer civiele veiligheid, d.w.z. veiliger voedsel en betere bescherming van de gezondheid.


III.2.1 Garanderen van veilig en gezond voedsel ‘van de poort van de boerderij tot op het bord’

In de recente reeks voedselschandalen is gebleken welke centrale plaats voedsel in de Europese cultuur en beschaving inneemt. Het gaat ons dagelijks aan. De burger in staat stellen kwaliteitsvoedsel te eten en hem van de veiligheid van de producten overtuigen is dus een grote prioriteit van de PPE-DE-Fractie. De instelling van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid in december 2001 was een eerste belangrijke stap in de goede richting. Toch zijn verdere inspanningen vereist om in Europa het veiligste en gezondste voedsel aan te bieden.

Het is van wezenlijk belang dat wij, voor zover mogelijk, veilig voedsel in de gehele voedselketen proberen te garanderen. Om die doelstelling te bereiken, moeten veiligheidsnormen en -controles op alle niveaus, vanaf de stal over het vervoer tot de opslag, worden versterkt, en dient precieze en accurate traceerbaarheid in de gehele voedselketen te worden gegarandeerd. Veilig voedsel betekent ook inachtneming van hoge normen met betrekking tot milieu en dierenwelzijn, om de burger in staat te stellen Europees voedsel als het beste en gezondste voedsel te waarderen. De consument moet voelen dat de uitbreiding niet tot een verzwakking van de normen op het gebied van voedselcontrole heeft geleid. Onze doelstelling is niet alleen te garanderen dat sanitaire maatregelen en veterinaire wetgeving in de gehele uitgebreide Unie in acht worden genomen, maar ook dat de controle strikt en systematisch en de etikettering juist is.

Bestrijding van dierziekten en systematische preventie.
Onze fractie is zeer geëngageerd op het gebied van de bestrijding van dierziekten en was in de Tijdelijke Commissie mond- en klauwzeer van het Parlement zeer actief. Wij willen een stap verder gaan om dierziekten werkelijk uit te roeien. Naast strenge controle in de Unie en de ontwikkeling van een systeem voor vroege waarschuwing, moet de controle van de invoer aan de grenzen worden uitgebreid en moet invoer van de inachtneming van gelijkaardige sanitaire normen en normen op het gebied van voedselveiligheid en dierenwelzijn afhankelijk zijn.

Toch is de instelling van een doeltreffend en systematisch preventiebeleid
op grond van goede landbouwpraktijken bij het houden van dieren voor menselijke consumptie (veilig gebruik van gewasbeschermingsproducten, meststoffen en antibiotica), verbetering van de bioveiligheid en goede bescherming van dieren, het doeltreffendste middel om dierziekten uit te roeien en het verschijnen van nieuwe ziekten in de toekomst te voorkomen.

Bevorderen van de productie van kwaliteitsvoedsel en kwaliteitsvoedsellabels. Een verdere stap is de productie van kwaliteitsvoedsel, d.w.z. gezonder en smakelijker, met milieuvriendelijker methoden geproduceerd voedsel met een grotere voedingswaarde, aan te moedigen. Kwaliteitsaspecten maken voedingsproducten werkelijk uniek. Stimuli voor kwaliteitsproductie moeten een belangrijke doelstelling zijn van de hervorming van het GLB en vergezeld gaan van relevante etikettering, zoals voor biologische productie nu al het geval is. Goede kwaliteit heeft een prijs, en moet daarom gemakkelijk herkenbaar zijn.


III.2.2 Het hoofd bieden aan nieuwe uitdagingen op het gebied van volksgezondheid: voortdurend verbeteren van de bescherming van de gezondheid

Nu leven mensen in de EU langer en gezonder dan ooit tevoren. Toch sterft één op vijf nog steeds te vroeg, vaak tengevolge van te voorkomen ziektes, en blijven tussen sociale klassen verontrustende verschillen op het vlak van gezondheid bestaan. Bovendien verschijnen nieuwe gezondheidsrisico’s, in het bijzonder overdraagbare ziekten. De grotere levensverwachting brengt eigen problemen met zich mee, namelijk een sterke stijging van de leeftijdsgebonden ziekten. Er verschijnen dus voortdurend nieuwe uitdagingen op het gebied van volksgezondheid. Daaraan moet, om in Europa een zo hoog mogelijk gezondheidsniveau te garanderen, het hoofd worden geboden. De conflicterende druk in de gezondheidszorgstelsels mag daarbij niet uit het oog worden verloren.

Uitvoering van het nieuwe volksgezondheidsprogramma in de EU. Het nieuwe communautaire actieprogramma op het gebied van volksgezondheid (2003-2008) neemt de plaats in van de gefragmenteerde Europese initiatieven op het gebied van gezondheid (kankerbestrijding, gezondheidsbevordering, aids-preventie, preventie van drugsverslaving, gezondheidsbewaking, ongevallenpreventie, met milieuverontreiniging verbonden ziekten) door een meer geïntegreerde benadering, voornamelijk toegespitst op ziektepreventie. De EVP-ED-Fractie meent dat het programma moet bijdragen tot de ontwikkeling van de gezondheidsstrategie in de EU en de bescherming van de volksgezondheid moet bevorderen op de drie grote actieterreinen: verbetering van de informatie over en de kennis van volksgezondheidsgegevens, de verbetering van het vermogen om snel op bedreigingen voor de gezondheid te reageren en de aanpak van de verschillende determinanten voor de gezondheid.

Bevorderen van een efficiënte bewaking en een gecoördineerd reactievermogen op EU-niveau om dreigende ziekten en ziekteuitbarstingen aan te pakken.
Ziekten en epidemieën die geen nationale grenzen kennen en mogelijke opzettelijke bedreigingen van de gezondheid (bioterrorisme) zijn nieuwe uitdagingen voor de volksgezondheid. De verhoogde mobiliteit van de bevolking maakt een verspreiding zonder voorgaande van overdraagbare ziekten mogelijk. Overdraagbare ziekten zijn een duidelijk voorbeeld van de noodzaak van de versterking van de rol van de EU op het gebied van volksgezondheid. De PPE-DE-Fractie erkent de bijdrage van het netwerk voor epidemiologische bewaking en beheersing van besmettelijke ziekten en onderstreept de behoefte aan een groter vermogen van de EU op het gebied van bewaking van overdraagbare ziekten en een reactievermogen ingeval van onverwachte bedreigingen van de gezondheid. De oprichting van een Europees centrum voor de preventie en beheersing van ziekten zal de vorming van een netwerk tussen de nationale structuren voor gegevensverwerking en de nationale referentielaboratoria op het gebied van ziekten bevorderen en de bewaking van besmettelijke ziekten verbeteren en bijdragen aan een gecoördineerde reactie op bedreigingen voor de gezondheid.

Wij onderstrepen dat, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, in principe de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het gezondheidsbeleid, maar men moet erkennen dat de beheersing van besmettelijke ziekten alleen op een transnationale basis mogelijk is.

Garanderen van mobiliteit en welzijn van een vergrijzende bevolking. De EVP-ED-Fractie heeft het onderzoek naar leeftijdsgebonden ziekten, zoals Alzheimer, Parkinson, artritis en reuma, in het 6e kaderprogramma voor onderzoek sterk bevorderd. Deze ziekten treffen steeds meer mensen en vormen voor de betrokkenen een chronische handicap. Deze kwestie blijft aan de top van onze agenda. Wij willen dat oudere Europese burgers hun pensioen beleven als een periode van welzijn, en niet van pijn en afzondering.

Verbetering van de kwaliteit van het leven van mensen met een mentale ziekte: de last van mentale problemen kan niet worden onderschat. Op het gebied van de werkgelegenheid blijkt uit cijfers dat van alle gehandicapten de personen met een mentale ziekte de laagste participatie op de arbeidsmarkt hebben. De PPE-DE-Fractie ondersteunt ten volle de inspanningen in het zesde kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling, met name acties die erop gericht zijn gezondheidskwesties onder de aandacht te brengen van een gezondheidsbewuste samenleving en informaties te verstrekken over de doeltreffendste behandelingen en initiatieven te nemen om stigmatisering en sociale uitsluiting van mensen met een mentale stoornis te bestrijden.

Er is een gebrek aan onderzoek naar zeldzame ziekten en geneesmiddelen om ze te genezen. De belangrijkste reden daarvoor is het verband tussen de hoge kostprijs en het verwachte aantal patiënten. Wij zullen het onderzoek op dat gebied verder ondersteunen, omdat het onaanvaardbaar is dat de gezondheid van de burger vandaag in Europa uitsluitend van winstberekeningen afhankelijk is.

Geneesmiddelen die rekening houden met de leeftijd van patiënten
en precies zijn aangepast aan de specifieke medische behoeften van elke leeftijdsgroep, moeten worden ontwikkeld. In het bijzonder moeten relevante geneesmiddelen voor jonge kinderen en ouderen worden bevorderd.

In het bijzonder in stedelijke gebieden ontwikkelen zich met vervuiling verband houdende ziekten. Wij moeten nieuwe ziekten, zoals astma, bestrijden en voorkomen.

Het is van wezenlijk belang de bepalende factoren van gezondheid zelf aan te pakken door preventie te bevorderen. Vergroting van het bewustzijn, via adequate, grootschalige informatie van het publiek, waardoor de mensen in staat worden gesteld meer controle uit te oefenen op voor hun gezondheid bepalende factoren, kan bijdragen tot de beperking van het aantal vroege overlijdens tengevolge van ongezonde en onevenwichtige voeding. Op dezelfde wijze kunnen ziektepreventie, met inbegrip van vaccinatiecampagnes, en het testen van de doelgroep de volksgezondheid verbeteren.


III.3. Versterking van het concept van Europees burgerschap

De bescherming van de burgerrechten is een kernpunt van ons democratisch systeem op grond van de rechtstaat. Het Handvest van de grondrechten, geïntegreerd in het grondwettelijk verdrag, en het Europese rechtsstelsel verlenen de burger extra veiligheid, bijvoorbeeld tegenover hun eigen lidstaat. Wij willen dat de burger de inhoud van zijn rechten kent en in staat is er gebruik van te maken.

Op dezelfde wijze moeten Europeanen zich als consumenten veilig voelen om volledig van de voordelen van de interne markt te kunnen profiteren. Het is daarom onze taak Europa tot een natuurlijk en concreet deel van het dagelijks leven van de Europeanen als burgers, werknemers, consumenten, studenten, gepensioneerden en kinderen te maken.


III.3.1 Verbeteren van de juridische bescherming van de Europese burger

Versterken van en inhoud geven aan het Europees burgerschap.
Wij moeten alle rechten en verplichtingen die overeenkomstig het Handvest van de grondrechten, geïntegreerd in het grondwettelijk verdrag, eigen zijn aan het Europees burgerschap in praktijk brengen en behoorlijk beschermen. De burger moet zich realiseren dat hij deel uitmaakt van een alomvattend beschermingssysteem, ook tegenover zijn eigen regering.

Een functionerend rechtstelsel dat zorgt voor adequate toegang tot justitie is een zeer belangrijke voorwaarde om onze doelstelling te bereiken en de rechtszekerheid te vergroten. De coëxistentie van 15 systemen van burgerlijk recht en de daarmee verband houdende procedureproblemen vormen duidelijke hinderpalen voor het vrij verkeer van goederen en diensten in de interne markt. Wat bijvoorbeeld contractrecht betreft, moeten bedrijven en consumenten kennis nemen van en zich aanpassen aan 15 verschillende reeksen regels. Wij moeten daarom een rechtstelsel tot stand brengen dat voor iedereen begrijpelijk is en waarin gemakkelijk kan worden vastgesteld welke regel van toepassing is. Gemeenschappelijke wetgeving bestaat al, maar de regels zijn niet noodzakelijk rechtlijnig.

Wat de justitiële samenwerking in civiele en commerciële zaken betreft, is het van het grootste belang dat de complexiteit van de juridische en administratieve systemen in de lidstaten hen er niet van belet hun rechten uit te oefenen. Om dat met eerbiediging van het subsidiariteitsprincipe te kunnen doen, moet het principe van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen worden toegepast op grond van het principe van de gelijkwaardigheid van de rechtsstelsels in de lidstaten.

Een betere toegang tot justitie dient te worden gegarandeerd, in het bijzonder met betrekking tot grensoverschrijdende geschillen. In het bijzonder moet de nadruk liggen op de ontwikkeling van alternatieve systemen voor geschilbeslechting, zoals arbitrage en bemiddeling, bijvoorbeeld door de Kamers van Koophandel. Alternatieve systemen kunnen immers vaak leiden tot snellere en rendabeler oplossingen. Daarom moeten wij naast het Europees buitengerechtelijk netwerk (EBG-net) de ontwikkeling van alternatieve systemen van geschilbeslechting in de gehele EU, in het bijzonder on line, bevorderen.


III.3.2 Versterken van de rechten van de Europese consument


De interne markt is ontworpen ten gunste van ondernemingen, maar ook ten gunste van de Europese burgers en consumenten. Om de interne markt voor 470 miljoen Europeanen voelbaar te maken, moeten de consumenten in staat worden gesteld niet alleen van een ruimere keuze van producten en betere prijzen, maar ook van een betere bescherming van hun economische en wettelijke belangen te profiteren. Om een hoog niveau van consumentenbescherming op EU-niveau te garanderen, moeten relevante maatregelen worden gecodificeerd in een alomvattende overeenkomst die de fundamentele principes van consumentenbescherming bevat.

Het codificeren van regels en praktijk met betrekking tot consumentenbescherming op EU-niveau en het garanderen van eenvormige handhaving van deze regels zal een samenhangend en gemeenschappelijk milieu scheppen en de bescherming van de consumentenrechten in de gehele uitgebreide Unie garanderen. Op die manier zullen de consumenten met even veel vertrouwen over de grens als in hun plaatselijke hoofdstraat gaan winkelen.

Ook is het van zeer groot belang consumenten in staat te stellen zelfstandig geïnformeerde keuzes te maken door toegankelijke en relevante informatie te verstrekken. Wij moeten het structurele gebrek aan evenwicht tussen personen en bedrijven met betrekking tot de toegang tot informatie en juridisch advies verder wegwerken.


III.3.3 Verduidelijken van de rechten van burgers tegenover de instellingen van de EU

De Europese burger heeft recht op goed bestuur. Toch werden in de voorbije jaren veel verschillende en niet-transparante administratieve procedures ontwikkeld. De burger, op wie steeds meer een beroep wordt gedaan om aan de opstelling van communautaire wetgeving deel te nemen, moet zich van zijn rechten en verplichtingen en zijn rol in de procedure bewust zijn. Juridische bescherming vereist ook de verduidelijking van de rechten van de burger met betrekking tot de Europese instellingen en ambtenaren. Daarom moet procedurerecht worden gecodificeerd en begrijpelijk worden gemaakt.

Het initiatief moet worden genomen tot wetgeving over administratief procedurerecht om de bij de goedkeuring van verschillende communautaire wetten te volgen procedures te codificeren en de daarbij gevraagde adviezen in het licht te stellen. Een gecodificeerde administratieve procedure voor alle EU-instellingen zal een nuttige aanvulling zijn op de door de ombudsman aanbevolen Code van goed administratief gedrag, die gericht is op de betrekkingen van het publiek/de burger met de EU-administratie en die voor alle EU-instellingen en hun administratie bindend moet zijn en aan het publiek beschikbaar moet worden gesteld.

Ook procedures voor de behandeling van verzoekschriften en klachten van burgers moeten worden geharmoniseerd. Wegens de complexiteit van de procedures, die van de ene instelling tot de andere verschillen, kan de burger geen goed gebruik maken van zijn recht om een klacht of verzoekschrift in te dienen. Harmonisering in de vorm van een interinstitutionele overeenkomst dient te worden nagestreefd. Onze fractie wil het gemakkelijker maken acties van de ombudsman en klachten/verzoekschriften van burgers op de agenda van de plenaire vergaderingen van het Europees Parlement te plaatsen in geval van ernstige schendingen van het Gemeenschapsrecht.


IV. EUROPA IN DE WERELD: DE NIEUWE UITDAGINGEN VOOR DE VEILIGHEID

IV.1. Europa moet zijn internationale verantwoordelijkheden op zich nemen

De belangrijkste doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid zijn het bewaren van vrede en veiligheid, het beschermen van gemeenschappelijke waarden en het ontwikkelen van democratie en eerbiediging van mensenrechten en rechtstaat. In dit kader zijn onze prioriteiten op het gebied van het GBVB de versterking van de strategische partnerschappen van de EU en de beklemtoning van de gemeenschappelijke veiligheid en de behoefte om ons aan nieuwe bedreigingen voor de veiligheid aan te passen.

Om zijn verantwoordelijkheid op het gebied van internationale veiligheid op zich te nemen en op het internationale politieke toneel een sterke positie te verwerven, moet het Europees buitenlands beleid zichzelf instellingen verschaffen waardoor het met één stem kan spreken en aldus de voorafgaande institutionele voorwaarden vervullen voor de totstandbrenging van een echt Europees buitenlands beleid. De EVP-ED-Fractie meent dat de Europese Unie, om die doelstelling te bereiken, niet zal kunnen ontkomen aan een verduidelijking van de bevoegdheden en een vereenvoudiging van de besluitvormingsprocessen. In dit kader is de PPE-DE-Fractie van mening dat een gedeeltelijke integratie van het GBVB in de communautaire structuren een krachtig middel is om de samenhang en zichtbaarheid van het beleid van de Unie te vergroten.


IV.1.1 Intensiveren van onze strategische partnerschappen

Strategische prioriteiten van de EVP-ED-Fractie voor de komende jaren zijn de instelling van een ruimte van vrede en stabiliteit die de democratie en de rechtsstaat eerbiedigt, op het Europese continent, gepaard met de versterking van onze strategische partnerschappen. Parallel daarmee moet Europa echter even ontvankelijk blijven voor de steeds grotere verwachtingen van de mediterrane landen. In haar betrekkingen met derde landen moet de EU voortdurend de nadruk leggen op de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten, onder bijzondere verwijzing naar de rechten van vrouwen (bijvoorbeeld in Iran), de strijd tegen terrorisme en illegale immigratie. De opname van een specifieke clausule met betrekking tot de eerbiediging van vrouwenrechten in de associatie- en partnerschapsovereenkomsten kan worden overwogen.

De instelling van een ruimte van vrede en stabiliteit op het Europees continent is voor de EVP-ED-Fractie in de komende jaren een strategische prioriteit.

Vrede, welvaart en stabiliteit in Zuidoost-Europa, met als doelstelling op langere termijn de integratie van deze landen in de Europese structuren, is de kern van deze strategie.

In dit kader moet nauwere samenwerking met de nieuwe buren van de uitgebreide Unie (Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland) in de vorm van een algemene nabuurschapsstrategie met het oog op de totstandbrenging van een zone van voorspoed en vreedzame en coöperatieve betrekkingen prioriteit krijgen. De verdere ontwikkeling van de samenwerking met Rusland is ook van groot belang, in het bijzonder met betrekking tot kwesties van groot wederzijds belang, zoals een gedeelde welvaart, democratisering, veiligheidsbeleid, energievoorziening, nucleaire veiligheid, vervoer en de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en corruptie. Bijzondere nadruk dient te worden gelegd op de noordse dimensie, in het bijzonder de kwestie van de oblast van Kaliningrad. Grensoverschrijdende samenwerking, die voor de evenwichtige ontwikkeling van de regio van groot belang is, dient te worden bevorderd.

Een alomvattend langetermijnbeleid voor de Kaukasus moet worden ingesteld om het gehele gebied te stabiliseren. Ook zijn rol als energieleverancier dient te worden beklemtoond.

De ontwikkeling van Transatlantische banden en de versterking van de samenwerking in een Transatlantische strategische gemeenschap
is van wezenlijk belang om stabiliteit, veiligheid en voorspoed in de wereld te garanderen. De oude regelingen moeten worden herzien om een nieuwe, volwassen relatie tot stand te brengen die het mogelijk maakt de strategische standpunten dichter bij elkaar te brengen, meer bepaald door de versterking van de NAVO en de ontwikkeling van de Europese militaire capaciteit. De betrekkingen tussen de EU en de VS dienen te worden bevorderd door een project met het oog op de versterking van de politieke en economische dimensie van het partnerschap dat ook de volledige totstandbrenging van een transatlantische markt omvat.

In de mediterrane regio moet het Barcelona-proces een nieuwe impuls krijgen, meer bepaald door de instelling van een euromediterrane parlementaire vergadering, waarbij de nadruk dient te worden gelegd op democratie, inachtneming van de rechtstaat, economische en sociale ontwikkeling en op de intensivering van de culturele dialoog. De fractie zal streven naar de snelle totstandbrenging van de Euro-mediterrane vrijhandelszone -zoals voorzien in de Akkoorden van Barcelona - en naar een verdieping van haar dialoog met haar partners in Noord-West-Afrika om hen verder te helpen bij de oprichting van de Unie van Arabische Maghreblanden.

Parallel daaraan moet er een sterker politiek engagement van de EU in het Midden-Oosten zijn via de rol van het Kwartet en met een duidelijke en evenwichtige inbreng in het vredesproces. Voorts zal de fractie blijven ijveren voor de consolidatie van de vrede in Afghanistan. De dialoog met de Arabische en moslimwereld moet een prioriteit zijn van de aanwezigheid van de Unie in de regio.

De samenwerking met Azië dient te worden versterkt. De hoogste prioriteit moet worden gegeven aan betrekkingen met China, als strategische groeiende partner. Ook de betrekkingen met ASEAN en het ASEM-proces, die een belangrijke rol spelen in de conflictpreventie en de bevordering van politieke stabiliteit in Azië, moeten worden versterkt. In dezelfde lijn moet ook India, als grootste democratie in de wereld en geopolitiek evenwicht brengende factor voor China op het Aziatisch continent, in het buitenlands beleid van de EU meer gewicht krijgen. De politieke dialoog die met Iran op gang werd gebracht in het kader van onderhandelingen met het oog met de sluiting van een samenwerkingsovereenkomst, die een belangrijke stap naar hechtere betrekkingen zou zijn, dient te worden voortgezet.

In Latijns-Amerika zal de fractie streven naar de consolidatie van de Biregionale Strategische Associatie door middel van een versterkte politieke agenda en een volwaardig associatieproces met nieuwe overeenkomsten met Mercosur, de Andesgemeenschap en Centraal-Amerika om de stabiliteit, welvaart en rechtsstaat in de regio te ondersteunen.

Tenslotte is het de plicht van de Europese Unie en is het ook in haar belang de dialoog te bevorderen telkens als dat nodig is wegens grensoverschrijdende spanningen die de regionale stabiliteit in gevaar brengen (Midden-Oosten, Westelijke Sahara, Kasjmir, Afrikaans continent).


IV.1.2 Concentreren op de conflicten van morgen


Om adequaat te reageren op nieuwe uitdagingen voor de veiligheid, zoals de bestrijding van terrorisme, verschuiven de prioriteiten van gemeenschappelijke defensie naar gemeenschappelijke veiligheid. Dat heeft belangrijke gevolgen voor de hervorming van politieke en militaire structuren, die steeds meer op de voorbereiding van de conflicten van morgen gericht zijn. Om ruim te zijn, moet deze nieuwe oriëntatie door een krachtige nadruk op conflictpreventie worden ondersteund. De bijdragen van de OVSE op het terrein en zijn bijzondere rol in Europa moeten daarbij worden erkend.

Parallel daarmee moet het GBVB steeds meer horizontale kwesties behandelen (watervoorziening, handel in drugs, diamanten en kleine wapens), die vaak aan de oorsprong van regionale conflicten liggen of een middel zijn om die te financieren. Dat kan vergezeld gaan van inspanningen om regionale samenwerking en de ontwikkeling van een gemeenschappelijke strategie voor conflictpreventie in Afrika te bevorderen. De opdrachten van Petersberg1 dienen te worden herzien en afgestemd op de nieuwe bedreigingen voor de veiligheid en dienen ook de strijd tegen het terrorisme te omvatten.


IV.I.3 Een duidelijk en doeltreffend, in de communautaire structuur geïntegreerd GBVB


Om het GBVB op het internationale politieke toneel een sterk profiel en een sterke positie te geven, dienen bevoegdheden en besluitvormingsprocessen te worden verduidelijkt.

Een gedeeltelijke integratie van het GBVB in de communautaire structuur, met een Europese minister van Buitenlandse Zaken, ondersteund door een Europese diplomatieke dienst, samengesteld uit ambtenaren van zowel de Gemeenschap als de lidstaten, en besluitvorming via meerderheidsstemming als algemene regel, zou zeker meer samenhang en zichtbaarheid aan de externe actie van de Unie geven. Ook de democratische controle door het Europees Parlement moet worden gegarandeerd.


IV.1.4 In de richting van een Europees defensiebeleid

Een echt Europees concept op het gebied van veiligheid, dat een gemeenschappelijke visie en analyse van de behoeften biedt, moet in een later stadium de basis van een Europees defensiebeleid vormen. Het principe van differentiatie op het gebied van militaire operaties kan de relevante verantwoordelijkheden in het besluitvormingsproces bepalen.

Het overwinnen van de tekortkomingen met betrekking tot militair vermogen is een belangrijke voorafgaande voorwaarde voor een doeltreffend Europees defensiebeleid op langere termijn. Deze tekortkomingen houden verband met nationaal gefragmenteerde aankopen voor defensie, die tot versnippering van financiële middelen leiden.

Een Europese veiligheidsstrategie
  1. De Europese Unie moet een "Europese veiligheidsstrategie" ontwikkelen als constructief antwoord op de nationale veiligheidsstrategie die de regering-Bush op 20 september 2002 heeft bekendgemaakt. Een deel daarvan moet gericht zijn op de aanpassing van het internationaal recht en het handvest van de Verenigde Naties aan de werkelijkheid van vandaag. De internationale vrede wordt niet uitsluitend meer bedreigd door conflicten tussen staten, maar steeds meer ook door andere actoren dan de staten. De Europese Unie moet op die problemen een bevredigend antwoord geven. Nu de proliferatie van massavernietigingswapens een feit is, moeten wij de vraag onder ogen zien of een, zelfs massale reactie, de veiligheid van de Europese burgers nog kan garanderen.

    Die strategie moet ook gericht zijn op de betrekkingen tussen de NAVO en de Europese Unie. Het Europees concept op het gebied van defensie moet met de NAVO nauw verbonden zijn.
  2. De Europese Unie moet een plan voor de ontwikkeling van een Europese defensie aannemen met nauwkeurige doelstellingen op het gebied van tijdschema en inhoud. In het verleden is dat een voortreffelijke methode gebleken, zoals we met de interne markt en de invoering van het enig muntstelsel hebben kunnen vaststellen. De details van een tweestappenplan voor de Europese defensie zijn reeds door het Europees Parlement goedgekeurd in de Morillon-resolutie over de nieuwe veiligheids- en defensiearchitectuur van 10 april 2003.
Bekwaamheden

De Europese Unie besteedt op dit ogenblik ongeveer 150 miljard euro per jaar aan defensie. Dat is ongeveer 50% van de defensie-inspanningen van de VS. Omdat er 15 volwaardige legers bestaan en vooral op het dure terrein van onderzoek veel dubbel werk voorkomen, bedraagt de efficiëntie van de Europese defensie slechts ongeveer 10% van het Amerikaanse niveau.

De Europese Unie moet een gemeenschappelijke markt voor wapens oprichten. De gedragscode betreffende de wapenuitvoer moet worden versterkt. Op die basis kan de wederzijdse erkenning van de beslissingen van de regeringen van de lidstaten inzake wapenuitvoer tot stand worden gebracht, waardoor het vermogen van de Europese Unie om met één stem te spreken zou worden versterkt. Een agentschap voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van defensie, dat verantwoordelijk zou moeten zijn voor de coördinatie van de aankopen van de nationale legers dient te worden opgericht. Onderzoeksprojecten kunnen via een centrale structuur worden gecentraliseerd of tenminste gecoördineerd.

In geheel Europa dienen aanbestedingen te worden bekendgemaakt om echte concurrentie op het gebied van bestellingen van wapens mogelijk te maken voorzover veiligheidsbelangen dat toelaten. Artikel 296 van het huidige Verdrag zal moeten geleidelijk minder uitgebreid worden gebruikt. Het Europees Hof van Justitie heeft daarover in de voorbije jaren bemoedigende arresten geveld.

In de huidige veiligheidssituatie is het van het grootste belang te zorgen voor interoperabiliteit van de verschillende legers van de lidstaten. Daarom moeten we ervoor zorgen dat de uitrusting en opleiding in alle lidstaten aan gemeenschappelijke normen en standaarden beantwoorden.

De ontwikkeling van een echt Europees ruimtevaartbeleid is één van de centrale technologische uitdagingen voor de Unie, waarvan de uitvoering de Unie onder meer uiteindelijk in staat zal stellen de onafhankelijkheid van haar militaire inlichtingendiensten te garanderen. Daarom ondersteunt de EVP-ED-Fractie met klem het Galileo-programma, maar betreurt ze dat het militaire aspect van het project nog niet is aanvaard en stelt ze voor dat het Europees Ruimtevaartagentschap wordt omgevormd tot het Ruimtevaartagentschap van de Europese Unie.


IV.2. Een sterk financieel engagement tegenover de zich ontwikkelende wereld

Meer dan 1 miljard mensen hebben minder dan $1 per dag. Te veel mensen hebben dagelijks gebrek aan voedsel, verlangen onderwijs en hebben behoefte aan geneesmiddelen. De EVP-ED-Fractie zal ervoor zorgen dat de EU een sterk financieel engagement tegenover de zich ontwikkelende wereld handhaaft.


IV.2. 1 Doeltreffend aanpakken van de uitroeiing van armoede

Onze doelstelling is dat 0,7% van het BNP van elke lidstaat aan ontwikkelingshulp wordt besteed. Doelstelling is een doeltreffende uitroeiing van de armoede, in het bijzonder door duurzame sociale en economische groei te bevorderen. De lidstaten zullen tegen 2006 ten minste 0,33% van het nationale BNP aan ontwikkelingshulp besteden. Wij moeten ervoor zorgen dat EU-wetgeving met de armsten van de wereld rekening houdt.


IV.2.2 Voorwaarde voor steun: bevorderen van de eerbiediging van de mensenrechten, democratie en rechtstaat

Overeenkomstig de overeenkomst van Cotonou moet steun van de eerbiediging van mensenrechten, democratie en rechtstaat afhankelijk zijn. Wij zijn van mening dat de ontwikkeling van echte parlementaire democratieën van zeer groot belang is om de vrijheid van de persoon te bevorderen, economische groei mogelijk te maken en welvaart voor alle landen te garanderen. Ook de kwestie van de bescherming van vrouwen moet bij het toekennen van ontwikkelingssteun systematisch naar voren worden gebracht.


IV.2.3 Verbeteren van de doeltreffendheid van steun: decentraliseren van het beheer van steun


Om de doeltreffendheid te vergroten, moet het beheer van de programma’s van de Commissie worden gedecentraliseerd en minder bureaucratisch worden gemaakt. Bovendien moet het Europees Ontwikkelingsfonds in de EU-begroting worden geïntegreerd om de algemene samenhang te verbeteren.


IV.3 Garanderen dat de huidige WTO-ronde op eerlijke handel en ontwikkeling is gebaseerd

Onderhandelingen in de WTO zijn een algemeen kader voor eerlijke en wederzijdse openstelling van markten en beperking van verstoringen van de handel, maar ook een neutraal en doeltreffend systeem om handelsgeschillen te beslechten.

Hoewel de nieuwe WTO op het intern beleid van de EU een sterke invloed zal hebben, ondersteunt de EVP-ED-Fractie, die zich van het algemene potentiële voordeel voor de Unie bewust is, de in november 2001 op de WTO-ministerconferentie in Doha vooropgestelde onderhandelingsprincipes. Een kernpunt van de komende handelsonderhandelingen moet zijn ontluikende economieën en de minst ontwikkelde landen in de wereldwijde economie te integreren.


IV.3.1 Steun voor wereldwijde, maar eerlijke handel


Wereldwijde handel moet eerlijk zijn. Wij zijn voorstander van de verdere verwijdering van handelsbeperkingen en de schepping van een wereldwijd geliberaliseerde handelsmarkt. Regels en normen moeten echter door alle WTO-partners op dezelfde manier worden toegepast, en bepalingen moeten daadwerkelijk in praktijk worden gebracht. Bovendien houdt eerlijkheid ook in dat met de specifieke problemen van minder ontwikkelde landen rekening wordt gehouden.


IV.3.2 De huidige ronde tot echte ‘ontwikkelingsronde’ maken

2004 is zeker ook een keerpunt voor het traditionele ontwikkelingsbeleid van de Unie. Ontwikkelingskwesties zullen dan immers in het algemene kader van de WTO-onderhandelingen worden opgenomen. De EU zal de handelspreferenties tegen die datum opheffen.

Wij zullen de vaart van de nieuwe ronde aangrijpen om een beleidsplatform naar voren te brengen dat is ontworpen om de armste landen hun huidige economische, technologische en digitale achterstand te helpen overbruggen en te garanderen dat de MOL adequate toegang tot de dringendst nodige geneesmiddelen hebben.


IV.3.3 Vergroten van de verantwoordingsplicht in de WTO: creëren van een st