български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Elmar Brok (EVP-ED, Duitsland),
Voorzitter van de commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid,
in het Europees Parlement,
Woensdag 18 januari 2006


Denkpauze (structuur, onderwerpen en kader voor een evaluatie van het debat over de Europese Unie)





Brok (EVP-ED), rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mevrouw de commissaris, dames en heren, de Europese Conventie en de Intergouvernementele Conferentie hebben geresulteerd in een evenwichtig ontwerp-Verdrag tot vaststelling van een Grondwet, dat in essentie door de nationale parlementen, die de sterkste groep vormden in de Europese Conventie, gesteund werd. Veertien landen hebben het Verdrag geratificeerd, twee daarvan via een referendum, twee niet. Deze mislukking, die niet alleen met nationale kwesties te maken had, maar ook met de stemming in Europa als geheel, kan de nationale politiek worden aangerekend, maar ook de Europese, omdat het ons niet gelukt is Europa te rechtvaardigen.

We moeten de zorgen van onze burgers serieus nemen, vooral ook in Frankrijk en Nederland, en mogen daaraan niet simpelweg voorbijgaan. Wij zullen echter wel duidelijk moeten maken waarom we dit type Europa nodig hebben. Daarvoor moet deze denkpauze worden gebruikt. Dit is niet een fase in het debat om het over specifieke punten van de Grondwet te hebben, maar om mensen te overtuigen van de noodzaak van Europa.

Daarbij moeten we inzien en duidelijk maken dat het Grondwettelijk Verdrag zaken bevat die nu ontbreken, wat juist kritiek uitlokt van onze burgers. Ik denk bijvoorbeeld om het uitbreiden van de bevoegdheden op het terrein van het buitenlands en veiligheidsbeleid, waarop mijn advies is toegespitst. Uit alle opiniepeilingen blijkt dat dit precies is wat de burgers willen. Zij willen dat Europa extern wordt vertegenwoordigd, en daarvoor bevat de Grondwet regelingen die alleen daarin zijn opgenomen en die we met de geldende bepalingen niet zonder de Grondwet kunnen creëren. De Grondwet voorziet in een nieuwe vorm van subsidiariteit waarbij een rol voor de nationale parlementen is weggelegd, teneinde centralisatie te voorkomen, en waarbij het concept van subsidiariteit wordt ondersteund met solidariteit.

De burgerrechten en het Handvest van de grondrechten spelen hierin een grote rol. De burgers worden door deze Grondwet actoren met beslissingsbevoegdheid, en worden daardoor tevens beschermd. We mogen voorts niet uit het oog verliezen dat in de toekomst bijvoorbeeld de voorzitter van de Commissie, als hoofd van de Europese uitvoerende macht, rechtstreeks zal worden gekozen bij verkiezingen voor het Europees Parlement en dat de burgers daarbij dus een rol spelen. Daarom moeten we er ons rekenschap van geven dat de delen I en II het eigenlijke Grondwettelijk Verdrag vormen, terwijl deel III het Verdrag van Nice is. Dit misverstand hebben we tot op heden niet uit de wereld kunnen helpen. Daarom juich ik het toe dat het Oostenrijkse voorzitterschap met een voorstel voor een routekaart zal komen en dat Duitsland voornemens is om tijdens zijn voorzitterschap nieuwe initiatieven te ontplooien. We moeten ons op dit moment concentreren op de dialoog, de denkpauze evalueren en in 2007 met voorstellen komen. Dit betekent dat we niet nu al actie moeten ondernemen, zoals de heren Duff en Voggenhuber in hun verslag voorstellen. Dat zou te vroeg zijn en strookt niet met de wensen van de burgers.







EPP-ED TV Upcoming Events