български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van Anders Wijkman (EVP-ED, Zweden),
in het Europees Parlement,
op woensdag, 16 november 2005



Klimaatverandering - Zege in de strijd tegen de wereldwijde klimaatverandering




Anders Wijkman (EVP-ED), rapporteur. - (SV) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik wil mijn bijzondere dank uitspreken aan het adres van mevrouw Beckett voor haar aanwezigheid vandaag hier in de plenaire zaal. Klimaatverandering is een van de ernstigste dreigingen waarmee wij geconfronteerd zijn. Ik wil duidelijk maken dat klimaatverandering niet langer als een milieuprobleem kan worden beschouwd. Een warmer klimaat betekent een minder stabiel klimaat. De dreiging die daarvan uitgaat, betreft elke sector van onze samenleving, en moet als een van onze veiligheidsproblemen worden beschouwd. Klimaatverandering is een veiligheidsprobleem voor niet alleen de EU en haar lidstaten, maar natuurlijk ook voor veel arme landen in de tropische gebieden.

Daarnaast wil erop wijzen dat het belangrijk is het klimaatvraagstuk niet alleen als een probleem en een last te beschouwen. Als wij de juiste maatregelen treffen, kunnen wij de risico’s voor de toekomstige samenlevingen beperken. Als wij de juiste maatregelen treffen, kunnen wij ook kansen creëren voor het bedrijfsleven en de technologie op een groot aantal gebieden bevorderen. Er is een vereniging in de wereld die bekend staat als de Klimaatgroep. Daarvan maakt een groot aantal bedrijven deel uit, hetgeen aantoont dat het mogelijk is om zowel de emissies te beperken als tegelijkertijd heel veel geld te verdienen in betrekkelijk korte tijd. Ik geloof dat de noodzakelijke transformatie van de energie- en vervoerssystemen in ons gedeelte van de wereld een belangrijke hefboom kan zijn in het proces van Lissabon en het scheppen van nieuwe banen en exportmogelijkheden kan stimuleren.

In het verslag van het Parlement is een lijst opgenomen met voorstellen voor maatregelen in het kader van de strategie na 2012. Wij zijn van mening dat de EU een voortrekkersrol moet blijven vervullen in de activiteiten betreffende klimaatverandering op internationaal vlak. Mevrouw Beckett heeft zojuist met haar redevoering bevestigd dat ook binnen de Raad deze mening wordt gedeeld. Wij moeten meer doen op korte termijn, opdat wij echt kunnen voldoen aan de eisen van het Protocol van Kyoto. Wij zijn momenteel echter verantwoordelijk voor slechts een gedeelte van de emissies, voor ongeveer 14 procent. Daarom moeten wij andere landen hierbij betrekken. Het is zeer urgent dat wij op lange termijn ook de Verenigde Staten betrekken bij een opbouwende samenwerking. Wij moeten doelstellingen op lange termijn vaststellen. Wij willen en vragen om een vermindering met 30 procent tot 2020 en met 60 à 80 procent tot 2050. Dezelfde eis komt ook continu van de zakenwereld, die aandringt op basisregels op lange termijn.

De situatie van de ontwikkelingslanden is natuurlijk ongelooflijk belangrijk. Voor hen is energie eerst en vooral een kwestie van groei en ontwikkeling, maar zij mogen onze fouten niet herhalen. Wij vragen om strategische partnerschappen, met name met de grote ontwikkelingslanden, opdat een stimulans wordt geboden voor technologische sprongen vooruit en voor investering in de best mogelijke technologie. Hetgeen op dit terrein is ingevoerd met de overeenkomst tussen de Commissie en China, is natuurlijk uitermate opbouwend maar het moet op bredere leest worden geschoeid en een grotere omvang krijgen. Wij moeten voor ogen houden dat China elke maand twee nieuwe, met steenkool opererende elektriciteitscentrales in werking stelt.

Wij moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling. Het is een feit dat de regeringen in heel de wereld minder investeren in energieonderzoek - gemeten aan het BNI - dan dertig jaar geleden. Dat is voor mij eigenlijk onbegrijpelijk. Ik vergelijk deze stand van zaken vaak met de situatie van het Apollo-project. Als de Amerikanen in staat waren om binnen tien jaar een mens op de maan te zetten, zouden wij toch ook via grote inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling in staat moeten zijn om iets soortgelijks te doen en een doorbraak te bewerkstelligen op het gebied van de nieuwe technologie. Als wij politiek geloofwaardig willen zijn, moeten wij krachtige maatregelen thuis nemen. Wij moeten energiebesparing stimuleren, zoals reeds herhaaldelijk is benadrukt. Dit betekent dat bijvoorbeeld de gebouwenrichtlijn uitgebreid moet worden en ambitieuzer moet worden.

De vervoerssector is van cruciale betekenis. Het verheugt ons dat de scheep- en luchtvaart opgenomen zullen worden in het klimaatbeleid. Wij bevelen aan om snel maatregelen te nemen voor een efficiënter spoorwegvervoer. Volgens ons moeten de juiste conclusies worden getrokken uit de moeilijkheden die zich voordoen bij het verminderen van de emissies in het wegverkeer. Wij stellen voor om ambitieuze en bindende regels vast te stellen voor CO2-emissies van nieuwe voertuigen. Deze zijn noodzakelijk. Wij moeten hulp bieden bij het op de markt brengen van nieuwe technologie. Die bestaat namelijk. Er zijn evenwel heel veel hinderpalen. Eén daarvan is natuurlijk het feit dat wij doorgaan met het subsidiëren van conventionele technologie, dat wil zeggen van technologie op basis van fossiele brandstof. Wij moeten de emissiehandel ontwikkelen, maar wij moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat de toewijzing niet zo ambitieus is als vorig jaar. Veeleer moeten wij het plafond stap voor stap verlagen, en wij moeten ook andere betrokkenen vragen deel te nemen aan dit proces, zodat Europa niet de enige markt wordt.

De meeste van de in het verslag voorgestelde maatregelen zijn afgestemd op bedrijven en producenten. Volgens ons moet echter ook gezorgd worden voor een actievere betrokkenheid van de burgers. Wij allen beïnvloeden met onze levenswijze de ontwikkelingen. Wij denken zelfs na over de vraag of er op lange termijn geen soort van emissiehandel op individueel niveau moet komen. Dat is misschien praktisch onuitvoerbaar maar als eerste stap zou men meer kennis moeten vergaren over zowel het koolstofgehalte van alles wat wij kopen als over de koolstofemissie van onze vervoersmiddelen.

Wij, in het Parlement en in de Europese instellingen, moeten natuurlijk dat in praktijk brengen wat wij preken. Wij moeten ervoor zorgen dat bijvoorbeeld onze gebouwen en vervoersmiddelen zo min mogelijk koolstof uitstoten. Daarvoor moet nog veel worden gedaan. Tot slot wil ik zowel de Commissie als de Raad veel succes wensen in Montreal. U moet ervoor zorgen dat de EU een voortrekkersrol kan blijven spelen en u moet internationale activiteiten inzake klimaatverandering aanzwengelen in een richting die goede resultaten kan opleveren.











EPP-ED TV Upcoming Events