![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering, Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op woensdag, 16 november 2005 Informele bijeenkomst van de Europese Raad Hans-Gert Poettering, namens de EVP-ED-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte collega’s, daags voor Hampton Court was de voorzitter van de Europese Raad hier aanwezig, niet de Britse premier. Hij is weliswaar tevens Britse premier, maar het is in die hoedanigheid dat hij voorzitter van de Europese Raad is. Tony Blair gaf een goed signaal af door daags voor Hampton Court hier te zijn. Wat dat betreft hanteerde hij mijns inziens de juiste volgorde: eerst naar het Parlement en daarna naar de staatshoofden en regeringsleiders. Ik juich het eveneens zeer toe dat onze Voorzitter van het Parlement gedurende de gehele top aanwezig was in Hampton Court. Mijnheer de voorzitter van de Raad, ik wil u adviseren de Voorzitter van het Europees Parlement ook voor de gehele top in Brussel uit te nodigen. Dat zou het begin van een goede traditie voor de toekomst zijn en Groot-Brittannië zou altijd worden herinnerd als het land dat de Voorzitter van het Europees Parlement volledig bij de Europese toppen betrokken heeft. U heeft met een geweldig Brits gevoel voor understatement de kwaliteit van de hier aanwezige afgevaardigden ter sprake gebracht. Ik vind het geweldig dat u daarmee indirecte, edoch terechte kritiek uitte: wij hadden hier inderdaad in grotere getale aanwezig kunnen zijn. U heeft echter over kwaliteit gesproken en daaruit blijkt welke meesterlijke talenten er op het gebied van parlementarisme in Groot-Brittannië te vinden zijn. Ik wil nu echter toch ook een kritische noot plaatsen. U merkte op dat er achtenveertig maal een minister naar de Europese instellingen is gekomen. Dat vind ik geweldig, en dat aantal zal met zekerheid nog oplopen tot zestig, omdat er nog zes weken te gaan zijn. Uiteindelijk gaat het er echter om dat de kwantiteit van het aantal bezoeken van ministers van het Britse voorzitterschap overeenkomt met de kwaliteit. En wat dat betreft koesteren wij de hoop dat dit aan het einde van december van dit jaar ook het geval zal zijn. U heeft opgemerkt dat Europa ver van de burgers af staat. Dat is waar en wij moeten erover nadenken hoe wij daar gezamenlijk verandering in kunnen brengen. Dit geldt uiteraard eveneens voor de nationale politiek. Wat dat betreft moeten wij op nationaal en Europees niveau dezelfde inspanningen verrichten om het vertrouwen in de politiek in haar geheel te herstellen. Ik heb de indruk dat, als we de situatie als buitenstaander bekijken, er tussen de betrokkenen toch nieuw vertrouwen is ontstaan, en dat was ook het succes van Hampton Court. Als voorzitter van een fractie met afgevaardigden uit alle vijfentwintig lidstaten en uit vijfenveertig nationale partijen weet ik uit ervaring dat problemen alleen kunnen worden opgelost op basis van vertrouwen, als de verschillende belangen zo gecompliceerd liggen. Dat probleem bestaat immers ook binnen de andere fracties, binnen het parlement als geheel en bij andere regeringen. Zonder vertrouwen kunnen er geen politieke oplossingen worden gevonden. Wij dringen er derhalve bij de staatshoofden en regeringsleiders op aan dat zij allemaal proberen vertrouwen te scheppen tussen de leden van de Europese Raad. U heeft gesproken over de toekomst van Europa, over de bijdrage van de Commissie en over de globalisering. Dat wil ik nu niet allemaal gaan herhalen. Ik wil echter wel opmerken dat het van belang is dat wij enerzijds de globalisering - oftewel het feit dat wij één wereld zijn en steeds meer één wereld worden - als zodanig accepteren, maar dat wij anderzijds de globalisering niet enkel accepteren maar ook vormgeven. Wij moeten de uitwassen, de negatieve gevolgen van de globalisering door politiek handelen aanpakken. Dat is naar mijn mening onze taak. Dan wil ik nu overgaan op de belangrijkste kwestie waarover een besluit dient te worden genomen en waarover u ook reeds een debat heeft gevoerd, zij het zijdelings. Ik zou het, net als de Voorzitter, willen hebben over de financiële vooruitzichten. Ik zou u willen adviseren, als u mij toestaat - en als u het mij niet toestaat, adviseer ik het u toch - om dienaangaande tot een oplossing te komen. Groot-Brittannië was immers altijd een voorstander van de uitbreiding - en hier zijn collega’s aanwezig uit de landen die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden - ook al zat het niet altijd met ons op één lijn waar het de institutionele kwesties betrof. Als u faalt met de financiële vooruitzichten, dan zult u met name de voormalige communistische landen teleurstellen die op 1 mei 2004 zijn toegetreden. Mijnheer de voorzitter van de Raad, doet u er derhalve alles aan om tot een resultaat te komen! Dan moet u - evenals de voorzitter van de Europese Raad - overigens wel de moed hebben om een streep onder de Britse korting te zetten. U heeft over een fundamentele verandering gesproken waarmee u wellicht doelde op het landbouwbeleid. Er moet echter ook een fundamentele verandering plaatsvinden met betrekking tot de bijdrage van de afzonderlijke lidstaten. En daar kan Groot-Brittannië tijdens uw voorzitterschap eveneens een belangrijke bijdrage aan leveren. Het landbouwbeleid is tot 2013 vastgelegd. Als er echter een oplossing voor de Britse bijdrage gevonden kan worden, en als wij financiële vooruitzichten willen opstellen, dan moet in ieder geval worden gegarandeerd dat wij op een gegeven moment bereid zijn over verdere hervormingen van het landbouwbeleid na te denken, met de bedoeling ten minste een bindende intentieverklaring op te stellen. Als u over de financiële vooruitzichten praat en hopelijk daarover besluiten neemt, mijnheer de voorzitter van de Raad - en hierbij spreek ik tevens de Commissie aan - dan mag u niet vergeten dat u binnen de Raad niet alleen besluiten neemt! Het Europees Parlement maakt eveneens deel uit van de begrotingsautoriteit heeft daarin evenveel zeggenschap. Dat betekent dat u moet garanderen dat het Europees Parlement daar volledig bij betrokken wordt! Wij vertegenwoordigen de Europese burgers, net als u uiteraard, en als wij gezamenlijk onze goede wil tonen en er samen vertrouwen in hebben, dan zijn wij in staat de problemen op te lossen. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||