![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering, Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op woensdag, 26 oktober 2005 Voorbereiding van de volgende informele Europese Raad Hans-Gert Poettering, namens de EVP-ED-Fractie. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Europese Raad, mijnheer de voorzitter van de Europese Commissie, geachte afgevaardigden, ik spreek u heel bewust aan met ‘fungerend voorzitter van de Europese Raad’ en niet met ‘premier’. Door uw functie van premier bent u nu voorzitter van de Europese Unie. U moet echter niet alleen de Britse belangen behartigen, maar de belangen van heel Europa, en daarop zullen wij u de komende weken en maanden beoordelen. (Applaus) Dit debat vindt plaats op het juiste tijdstip en op de juiste plek. Morgen zult u, zoals het staatshoofden en regeringsleiders betaamt, bijeenkomen in de chique entourage van een paleis. Ik hoop dat de naam Hendrik VIII geen boos omen is en geen slechte invloed zal hebben op de toekomst van Europa. Hoewel het algemeen bekend is, mijnheer de voorzitter van de Raad, dat u, als premier, en uw politieke partij niet behoren tot onze politieke familie, vind ik het prijzenswaardig dat u vandaag hier bent, in het Europees Parlement, de Europese volksvertegenwoordiging. Morgen vindt de bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders plaats, en dat is de juiste volgorde: eerst het Europees Parlement in Straatsburg en daarna Hampton Court Palace nabij Londen. (Applaus) Wij wensen u, mijnheer de voorzitter van de Europese Raad, succes bij uw pogingen om het onderling vertrouwen tussen de vijfentwintig staatshoofden en regeringsleiders te herstellen. Met uw aanwezigheid vandaag draagt u inderdaad bij aan vertrouwen, omdat alle drie de Europese instellingen aanwezig zijn. Ik waardeer het eveneens dat de Voorzitter van het Europees Parlement er morgen de hele dag bij is. Ook dat is iets nieuws. Het dient voortaan vanzelfsprekend te zijn dat de Voorzitter van het Europees Parlement deelneemt aan alle bijeenkomsten van de Europese Raad. Als u hier een traditie van weet te maken, dan doet u iets goeds voor de Europese democratie. Wij wensen u morgen succes bij het overbrengen van de volgende boodschap: wij willen een sterk Europa in één wereld. Daarmee bedoel ik dat we Europa niet van de rest van de wereld mogen loskoppelen, maar dat dit Europa moet bijdragen aan een oplossing voor de grote problemen van de wereld. Eén ding is echter duidelijk: geen van die grote problemen wordt opgelost zonder de Europese Unie. Niet dat Europa de oplossing is voor alle grote problemen, maar we zullen geen van de problemen oplossen zonder samenwerking van de Europeanen in de Europese Unie. De globalisering betreft niet alleen de economie, hoewel iedereen het daarover heeft. Natuurlijk is de globalisering ook een economisch proces, maar globalisering betekent in wezen dat wij leven in één ongedeelde wereld, en dat is een uitdaging op intellectueel, moreel, cultureel, politiek en uiteraard ook economisch vlak. Als we het op de juiste manier aanpakken, heeft globalisering ook iets heel positiefs. Onze fundamentele waarden zijn de mensenrechten en de menselijke waardigheid. Het mag straks niet meer voorkomen dat landen als Cuba of de Volksrepubliek China kunnen zeggen dat het een binnenlandse aangelegenheid is te bepalen op welk moment zij iets aan de mensenrechten doen, indien zij dat doen. Integendeel, globalisering betekent menselijke waardigheid voor iedereen op deze wereld, of het nu om Amerikanen, Europeanen, Chinezen of Cubanen gaat. Menselijke waardigheid geldt voor iedereen. Ook dat hoort bij globalisering. (Applaus) Tegenwoordig hangt alles met alles samen. Vanochtend hoorde ik van een collega dat de samenwerking met de Commissie - die op het terrein van de WTO heel goed loopt - nog beter kan als het gaat om de aanwezigheid in de commissies. Ik kan dat niet beoordelen, maar zo werd het mij verteld. Feit is echter dat wat er in de WTO gebeurt niet alleen over economie gaat, en ik zal daarvan een voorbeeld geven. Ik heb een aantal keren een bezoek gebracht aan Marokko. Als je door de straten van een Marokkaanse stad loopt, zie je veel jonge mensen, wat uiteraard een goede zaak is, ware het niet dat deze jonge Marokkanen kansen worden ontzegd als wij onze markt niet openstellen. Dat geldt ook voor de landbouwproducten. Dat kan niet van de ene dag op de andere, maar als wij dat niet doen, hebben deze jonge mensen geen kansen in hun eigen land en kloppen ze aan bij de poorten van Europa, zoals we in Ceuta en Melilla zien. Daarom is het vraagstuk van de Wereldhandelsovereenkomst niet slechts een economisch vraagstuk, maar ook een diepmenselijk vraagstuk, en wij moeten daarbij onze politieke en morele verantwoordelijkheden serieus nemen. (Applaus, interrupties) Nu is er sprake van een fonds, en onze fractie wil dat we daar nog eens heel zorgvuldig naar kijken. Jaren geleden ben ik eens actief geweest in de Commissie regionale ontwikkeling, in een tijd dat de herstructurering in de staalsector plaatsvond. Europa hielp daarbij, echter niet met instandhoudingsubsidies, maar met opleidingsmaatregelen. Iets dergelijks zouden we natuurlijk ook bij industrieën kunnen doen die in moeilijkheden raken door het proces van liberalisering en globalisering. Wij zouden deze middelen kunnen gebruiken voor omscholingstrajecten. Daarvoor zijn in het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ook al middelen aanwezig, en vandaar mijn verzoek deze optie nader te bekijken. Dat er behoefte is aan flexibele arbeidsmarkten is zonder twijfel waar. Dat geldt ook voor maatregelen om tot minder bureaucratie te komen. Dank u, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dat u ons een goed voorstel hebt gepresenteerd voor de manier waarop dit kan worden verwezenlijkt. (EN) Ik verzoek u, premier, - niet in uw functie van premier maar als fungerend voorzitter van de Europese Raad - om morgen geen formeel besluit te nemen, wat u ook moge besluiten. Betrekt u de Europese Commissie bij de voorbereiding van een besluit, bijvoorbeeld in de vorm van werkgroepen. Wij zullen niet toestaan dat er in een intergouvernementeel proces wordt beslist over de toekomst van Europa. Wij willen dat de Europese instellingen betrokken worden bij het ontwikkelingsproces van Europa. (DE) Mijn spreektijd zit er helaas op. U bent een goed communicator, dat is algemeen bekend. Als de resultaten van uw voorzitterschap aan het eind van het jaar 2005 dezelfde kwaliteit bezitten als uw communicatieve vaardigheden, dan zullen we erg tevreden zijn. In december of januari zullen wij ons definitieve antwoord geven. Ik wens u veel succes: uw succes is ons aller succes. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||