български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van Elmar Brok, (EVP-ED, Duitsland),
in het Europees Parlement,
op woensdag, 28 september 2005



Start van de onderhandelingen met Turkije - Aanvullend protocol bij de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije naar aanleiding van de uitbreiding



Elmar Brok (EVP-ED), rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, bij het aanvullend protocol gaat het – evenals bij een aantal andere onderwerpen met betrekking tot de start van de onderhandelingen met Turkije – om een zeer principiële vraag, namelijk de vraag of een kandidaat-lidstaat bereid is tot erkenning van alle delen van het geheel waartoe hij wil toetreden, met andere woorden: erkenning van alle lidstaten.

Volgens het voorstel dat de Commissie in december vorig jaar aan de Raad voorlegde, is een volkenrechtelijke erkenning op dit moment nog niet nodig, maar zou de ondertekening van het aanvullend protocol betreffende de douane-unie tussen de EU-25 en Cyprus volstaan. Aan die verplichting heeft Turkije voldaan, zij het met een unilaterale verklaring die duidelijk maakt dat aan de tenuitvoerlegging van het protocol op zijn minst mag worden getwijfeld. De Raad reageerde daarop met een verklaring waarin staat dat de verklaring van Turkije politiek gezien eenzijdig is en geen rechtsgevolgen heeft. De Commissie buitenlandse zaken heeft de commissaris echter op 13 september mondeling en op 15 september schriftelijk verzocht ons zijn goede diensten aan te bieden, hetgeen hij heeft toegezegd. Tot op heden ontbreekt een antwoord op de vraag of de Turkse regering van plan is om de unilaterale verklaring tot onderdeel van het ratificatieproces in het Turkse parlement te maken. Zodra de verklaring namelijk deel uitmaakt van het ratificatieproces in het Turkse parlement, krijgt de niet-tenuitvoerlegging van het protocol in Turkije een wettelijke status, en dan hebben we een probleem. Daarom nodig ik u uit om ons alsnog vóór de stemming op de hoogte te stellen van het antwoord van de Turkse regering, waarom door de Commissie buitenlandse zaken is gevraagd en waarnaar ook in de gezamenlijke ontwerpresolutie wordt verwezen.

We moeten duidelijk maken dat de situatie zo is dat Turkije tot de Europese Unie wil toetreden, en dat wij niet om de toetreding van Turkije vragen. Ik heb soms de indruk dat van dat laatste uitgegaan wordt. Laat duidelijk zijn dat in de gezamenlijke verklaring van de fracties groot belang wordt gehecht aan de tenuitvoerlegging van het aanvullend protocol. Om dit probleem te kunnen aanpakken, zouden we er verstandig aan doen de onderhandelingen over het hoofdstuk over de douane-unie op zijn laatst in 2006 te beginnen en voor het einde van dat jaar af te ronden. Dan komt er in deze zaak - ook met betrekking tot de erkenning van Cyprus - snel duidelijkheid en voeren we geen onderhandelingen met Turkije zonder uitzicht op een oplossing van deze fundamentele kwestie. Daarom zijn wij het met u eens, mijnheer de commissaris en mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dat we in de toekomst in de kwestie-Cyprus ook weer een beroep moeten doen op de goede diensten van de Verenigde Naties, zodat er voor het Cyprusconflict een algehele oplossing komt.

Staat u mij toe nog enkele persoonlijke opmerkingen te maken. Ik werd gisteren aangesproken door iemand die me vroeg waarom het geen punt van discussie is dat er in Turkije talloze martelingen plaatsvinden, terwijl een vooralsnog onopgeloste kwestie inzake een generaal ertoe leidt dat met Kroatië niet kan worden onderhandeld. Ik moet toegeven dat ik daarop het antwoord schuldig moest blijven. Als we op een eerlijke manier politiek willen bedrijven, moeten we ervoor waken onze eigen subjectieve politieke bedoelingen achter formele argumenten te verbergen; we moeten in deze kwestie juist een heel duidelijk en eerlijk standpunt innemen. We moeten ook duidelijk maken – daarom is de ontwerpresolutie die de fracties indienen van groot belang – dat het vermogen van de Europese Unie om nieuwe lidstaten te absorberen een criterium is waaraan moet zijn voldaan. Dat is een op zichzelf staand element in het geheel, en het is ook van belang omdat daarmee de vraag wordt gesteld naar de financiële, inhoudelijke en institutionele mogelijkheden die er feitelijk zijn. Ik zou de Raad en de Commissie willen uitnodigen om in de komende weken en maanden met betrekking tot de denkpauze over de Grondwet dezelfde voortvarendheid aan de dag te leggen als bij de toetreding van Turkije. Dan kunnen we misschien ook in de kwestie van de absorptiecapaciteit vooruitgang boeken.

Uit de ontwerpresolutie van de fracties blijkt verder dat we als Europees Parlement zeggen dat aan de voorwaarden officieel is voldaan – wat iets anders is dan uw formulering “sufficiently fulfilled” – en dat de rechten van minderheden, het hervormingsproces in Turkije en de godsdienstvrijheid daarbij belangrijke vraagstukken zijn. Commissaris, deze zomer vond tussen u en de Turkse minister van Buitenlandse Zaken een briefwisseling plaats over de wet inzake stichtingen. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken weigerde de door u voorgestelde verbeteringen door te voeren en verklaarde dat dit een zaak was voor het parlement, dat de kwestie pas na 3 oktober zou kunnen behandelen. Zaken als pluralisme, tolerantie, godsdienstvrijheid en het recht van de Orthodoxe Kerk om priesters op te leiden, wat sinds 1971 niet meer mogelijk is, zijn wezenlijke kwesties die deel uitmaken van de waarden van de Europese Unie en die derhalve in de eerste maanden van de onderhandelingen een grote rol moeten spelen.

Ik ken aan het perspectief van toetreding tot de EU een belangrijke rol toe. Dat geldt zowel voor Turkije als voor veel andere landen. Het Europese perspectief is bij uitstek het instrument waarmee het binnenlandse hervormingsproces in de landen op de westelijke Balkan, Oekraïne of Turkije kan worden versneld. Daarom mag de deur niet worden dichtgedaan. We moeten echter ook realistisch zijn: bij de onderhandelingen gaat het om een proces waarvan behalve het resultaat ook het doel niet van tevoren vastligt.

(Applaus)










EPP-ED TV Upcoming Events