![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van Mevrouw Maria Martens (EVP-ED, Nederland), in het Europees Parlement, op woensdag, 6 juli 2005 Afrika, globalisatie en armoede Maria Martens, namens de EVP-ED-Fractie. Voorzitter, geachte heren Straw en Michel. Allereerst wil ik de organisatoren van de campagne "Global call to action against poverty" van harte feliciteren met hun initiatief. Het is een goed initiatief op een belangrijk moment, nu dit najaar besprekingen plaatsvinden in de WTO en de G8, maar ook over de millenniumontwikkelingsdoelstellingen. Armoede blijft een onaanvaardbaar probleem. Centraal in het beleid voor de millenniumontwikkelingsdoelstellingen is armoedebestrijding. Zoals bekend is de armoedeproblematiek het grootst in Afrika, met name in de sub-Sahara. Als rapporteur voor de ontwikkelingsstrategie voor Afrika ben ik blij dat Afrika zowel door de Commissaris als door het Britse voorzitterschap als prioriteit is gekozen. Ik ben ook blij met de indicatie van de aanpak zoals vandaag door hen verwoord. Naar aanleiding van de resolutie het volgende. Natuurlijk is het goed om meer geld vrij te maken voor de bestrijding van armoede, maar zoals zojuist ook al is gezegd, ligt de oplossing voor effectieve armoedebestrijding niet alleen in geld. Belangrijker is dat de oorzaken van armoede worden aangepakt. Daarbij denk ik aan wanbeheer, corruptie, handelsbelemmeringen en dergelijke. Volgens mij kan de Europese Unie via ten minste twee wegen iets doen. Ten eerste in haar eigen contacten met de arme landen en ten tweede in haar eigen interne beleid. Noodhulp zal soms nodig blijven, maar met het oog op stabiele samenlevingen moeten we in onze contacten met arme landen vooral goed bestuur, capaciteitsopbouw en economische empowerment, met name van het midden- en kleinbedrijf, bevorderen, evenals een goede sociale infrastructuur, goed onderwijs en goede gezondheidszorg. In ons eigen beleid moeten we vooral werken aan het verbeteren van de coherentie, coördinatie en effectiviteit van beleid. Wat de schuldenlast betreft, geldt dat schuldenverlichting geen panacee is voor armoede. Schuldenverlichting garandeert op zichzelf nog geen ontwikkeling, is op zichzelf geen oplossing voor problemen als corruptie, gebrek aan rechtsstaat, schendingen van mensenrechten en instabiele economische situaties en komt bovendien niet automatisch de armsten ten goede. Uiteindelijk zijn de landen zelf verantwoordelijk voor de toekomst van hun land. Wij kunnen hen daarbij slechts helpen, maar dan moeten we wel iets doen aan de kwaliteit en effectieve ... (spreker wordt onderbroken door de Voorzitter). |
|
||||||||||||||||||||||||