![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van Timothy Kirkhope (EVP-ED, Verenigd Koninkrijk), in het Europees Parlement Woensdag, 8 juni 2005 Voorbereiding van de Europese Raad, met inbegrip van de toekomst van de Europese Unie na de referenda over de Europese Grondwet (Brussel, 16/17 juni 2005) Timothy Kirkhope (EVP-ED). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een voormalige premier van de Labour Party heeft gezegd dat een week een lange tijd is in de politiek. Ik vermoed dat, wat men ook denkt van de uitkomst van de referenda in Frankrijk en Nederland, slechts weinigen het met die waarneming oneens zullen zijn. Ik wil het niet opnieuw hebben over de kwestie van de Grondwet en de resultaten van de referenda, maar ik denk dat het nu heel moeilijk zal zijn om verder te komen met de Grondwet in haar huidige vorm. We kunnen daar eindeloos bij blijven stilstaan. Wat we vanochtend echter zouden moeten doen, is naar de positieve kanten kijken van wat er in Europa gaande is, en naar wat we buiten die situatie kunnen bereiken. Er moet een echt, continu debat komen over het soort Europa dat we willen opbouwen. De mensen hebben een duidelijke boodschap afgegeven, en een deel van die boodschap is dat ze zich vervreemd voelen van de processen en de instellingen. Dat kan niet goed zijn voor de democratie, en het ondermijnt het vertrouwen van de mensen, dat wij juist nodig hebben om onze taken te kunnen uitvoeren. We moeten nu echter verdergaan met ons programma en ons niet te zeer laten afleiden. Het is momenteel heel belangrijk dat de voortgang die wordt gemaakt met de Agenda van Lissabon, het huidige liberalisatiebeleid en de discussies over duurzame ontwikkeling, geen vertraging oploopt. Zoals de voorzitter heeft gezegd, moeten we het hoofd bieden aan de uitdagingen van China, India en andere werelddelen met een snelgroeiende economie. Het zou daarom heel verkeerd zijn indien wij onze aandacht voor mogelijk lange tijd lieten afleiden door een structurele kwestie - waar we op dit moment niet uit lijken te komen - en onze mensen de kans op meer welvaart ontnamen. Het is dus dringend noodzakelijk dat we onze kans op vernieuwing grijpen. We moeten begrijpen wat de omvang is van wat er deze week is gebeurd, maar we moeten ook doorgaan en voorwaarts gaan op een manier die de goedkeuring kan wegdragen van de Europese bevolking in haar geheel. De Unie wordt de kans geboden om haar toekomst te heroverwegen en de diepgaande vragen met betrekking tot haar toekomstige koers onder ogen te zien. We mogen ons echter niet laten afbrengen van het beleid dat reeds op stapel is gezet, en dat reeds krachtdadig - en noodzakelijkerwijs ten voordele van ons allemaal - wordt uitgevoerd. |
|
||||||||||||||||||||||||