![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van Mevrouw Erna Hennicot-Schoepges (EVP-ED, Luxemburg), in het Europees Parlement Woensdag, 8 juni 2005 Voorbereiding van de Europese Raad, met inbegrip van de toekomst van de Europese Unie na de referenda over de Europese Grondwet (Brussel, 16/17 juni 2005) Erna Hennicot-Schoepges (EVP-ED). - (LU) Mijnheer de Voorzitter, tijdens onze laatste vergadering hebben wij herdacht dat de oorlog zestig jaar voorbij was. De ironie van het lot wil dat wij vandaag debatteren over een Europa dat in een crisis verzeild is geraakt door een gebrek aan steun van de burgers voor het Verdrag. Juist dat Verdrag - dat is ondertekend door de democratisch gekozen staatshoofden en regeringsleiders, die daarbij de soevereine volkeren van onze landen vertegenwoordigden - moest echter bevestigen dat onze landen zich verenigen in voor- en tegenspoed. Al 220 miljoen van hen hebben “ja” gezegd tegen deze Grondwet, en staat u mij toe te zeggen, mijnheer de Voorzitter, dat Europa meer is dan alleen Frankrijk en Nederland, of Groot-Brittannië; Europa is ook alle andere landen. De tekst te veranderen zou respectloos zijn tegenover bijna de helft van de bevolking van de Europese Unie die deze al heeft geratificeerd. Ook denk ik dat het aan de nationale leiders is om te besluiten hoe het verder moet met het raadplegingsproces. En het is natuurlijk aan het fungerend voorzitterschap om zich niet alleen behendig en gevoelig, maar ook doortastend op te stellen. Wat nodig is om de burgers te overtuigen zijn daden, financiële vooruitzichten waarmee bewezen kan worden dat Europa de economie weer kan aanzwengelen en weer werk kan bieden, dankzij investeringen in de grote infrastructurele werken of dankzij Galileo, dat 100 000 nieuwe banen kan opleveren en alleen nog het startsein nodig heeft van de Raad. Ook zullen we blijk moeten geven van vertrouwen en enthousiasme in het Europees project en in de Europese boodschap van solidariteit en humanisme. Deze crisis is eigenlijk ook een crisis voor de democratie. Europa kan alleen tot stand komen als de burgers meegaan. Vaak leidt het delegeren van macht tot ongeïnteresseerdheid, en we hebben kunnen vaststellen dat de informatie over het Europees beleid tekort is geschoten. We moeten de burgers dus beter informeren en onze aandacht toespitsen op de kern van ons gemeenschappelijk beleid, in het belang van onze burgers en een sociaal Europa. Mijnheer de Voorzitter, het “nee” was ook een afwijzing van het Europa waar de wetten van de markt en de concurrentie de boventoon voeren, een afwijzing van het liberale Europa dat zich niet bekommert om de werknemers, en daarbij richt ik me tot degenen die de werkweek van 72 uur wilden invoeren. |
|
||||||||||||||||||||||||