български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Jean Spautz (EVP-ED, Luxemburg),
in het Europees Parlement
op woensdag, 9 maart 2005


Voorbereiding van de Europese Raad (Brussel, 22/23 maart 2005)





Spautz, namens de EVP-ED-Fractie. – (LU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Ecofin-vergadering die begin deze week werd gehouden, heeft nog altijd geen definitieve oplossing aangereikt voor de wijze waarop de stabiliteitscriteria in de toekomst moeten worden gewogen. Ik hoop vurig dat de ministers van Financiën toch nog voor de Europese Raad tot overeenstemming komen.

Zelf blijf ik de overtuiging toegedaan dat de fundamenten van het Stabiliteits- en groeipact niet mogen worden aangetast. De bestaande grenswaarden, een financieringstekort van 3 procent en een staatsschuld van 60 procent van het bruto nationaal product, zijn zo nauw vervlochten met de wisselkoers van de euro, dat ze moeten worden gehandhaafd om de stabiliteit en hardheid van de eenheidsmunt te behouden. Tot de fundamenten van het Pact behoort ook het beginsel dat bij een beoordeling van de vraag of de criteria worden nageleefd, naar de nationale begroting als geheel wordt gekeken. Dat is niet alleen een regel van het algemene begrotingsrecht, maar ook een kwestie van gezond verstand. Een samenhangende totaalbegroting kan men niet beoordelen door er tegelijkertijd hele uitgavenposten bij op te tellen of van af te trekken. Daarom mag het ook niet zover komen dat uitgavenposten die door bepaalde lidstaten als bijzondere lasten worden beschouwd, bij het onderzoek naar de naleving van de criteria buiten beschouwing worden gelaten.

Uiteindelijk is het in de geest van het Pact, dat ook een belangrijke groeicomponent bevat, dat een nationale begroting in het licht van de heersende conjunctuur een genuanceerde beoordeling kan krijgen. Daarom moeten de huidige procedures worden gehandhaafd, maar de precieze toepassing en de consequenties dienen afhankelijk te zijn van de context van het begrotingsbeleid. Zoals ik een paar weken geleden al zei, gaat het immers om een stabiliteits- en groeipact. Een al te rigide stabiliteit mag er niet toe leiden dat groei wordt belemmerd in plaats van gestimuleerd.

De Ecofin-Raad beschikt over een lijst met mogelijke aanknopingspunten voor een meer verfijnde beoordeling van de nationale inspanningen ten behoeve van de stabiliteit. Ik hoop vurig dat elementen van deze lijst de sleutel vormen tot een definitief akkoord vóór de Top van 22 en 23 maart.

Dan nog een opmerking over de strategie van Lissabon. De magere resultaten van de eerste periode zijn in belangrijke mate terug te voeren op het feit dat er te veel uiteenlopende doelstellingen zijn. Daarom moeten we ons de komende vijf jaar op enkele essentiële doelstellingen concentreren, als we tastbare resultaten willen zien. Ik sta in dit opzicht ook een aanpak voor die meer dan tot nu toe uitgaat van een nationale tenuitvoerlegging van de doelstellingen van Lissabon. Daardoor ontstaat er misschien ook een soort wedijver om zogeheten best practices, wat het uiteindelijke succes van de strategie eigenlijk alleen maar ten goede kan komen. In het vervolg moeten we in Europa misschien niet meer zulke grote woorden gebruiken, wanneer de kans dat ze bewaarheid worden allesbehalve zeker is.





EPP-ED TV Upcoming Events