![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering, Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement Woensdag, 9 maart 2005 Tussentijdse herziening van de strategie van Lissabon Poettering, namens de EVP-ED-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, dit is een bijzonder belangrijk debat en ik wil derhalve allereerst de beide rapporteurs, de heren Lehne en Désir, zeer hartelijk danken voor hun werk. Ik dank eveneens de voorzitter van de stuurgroep, de heer Daul, en de coördinator van onze fractie, mevrouw Thyssen, voor hun uitstekende werk. Ik wil echter ook al degenen danken – ik kan ze niet allemaal bij naam noemen – die ertoe hebben bijgedragen dat wij vanmiddag een hopelijk brede meerderheid voor een goede zaak krijgen. Mijnheer de voorzitter en mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, de Commissie heeft de juiste prioriteiten gesteld voor haar vijfjarige ambtstermijn, te weten groei en werk. Onze fractie ondersteunt dit zeer nadrukkelijk. Wij zijn ook zeer blij met het feit dat de Commissie vandaag niet alleen kwalitatief, maar ook kwantitatief zo sterk vertegenwoordigd is vandaag. Het gaat nu om het concurrentievermogen van de Europese Unie. Laten we eens kijken naar een aantal getallen ter vergelijking met onze belangrijkste concurrenten, partners en vrienden in de Verenigde Staten. Als we de norm voor de Europese Unie van vijftien lidstaten op honderd leggen, dan is de arbeidsproductiviteit per werknemer als gevolg van de uitbreiding naar vijfentwintig lidstaten tot 93 gedaald. De arbeidsproductiviteit in de VS ligt daarentegen op 121. Daaruit blijkt hoe groot het concurrentievoordeel voor de Verenigde Staten is. Een van de grootste uitdagingen is de vergrijzing van onze bevolking, hetgeen op zichzelf uiteraard een positief feit is. Hoe maken wij nu evenwel gebruik van de ervaring van oudere mensen? De participatiegraad ligt in de Europese Unie met vijfentwintig lidstaten op 40 procent, terwijl deze in de Verenigde Staten op 59,9 procent ligt. Moeten we dan ook niet eens nadenken over hoe wij het potentieel en de ervaring van oudere mensen kunnen benutten en hun kansen op werk kunnen vergroten? De Europese Unie met vijfentwintig lidstaten besteedt 1,9 procent van het BNP aan onderzoek en ontwikkeling. De VS besteden hieraan echter 2,8 procent. Ook daaruit blijkt eens te meer hoeveel werk ons nog te wachten staat. Onze fractie is zeer tevreden over de inhoud van twee wijzigingsvoorstellen waarin wordt gesteld dat wij de ondernemersgeest moeten versterken. Vice-voorzitter Verheugen heeft terecht de rol van het MKB genoemd. Hij heeft erop gewezen dat er een cultuur gecreëerd moet worden waarin mensen bereid zijn risico’s te nemen, waarin het eigen initiatief en de eigen verantwoordelijkheid worden gestimuleerd en waarin met name economische wetgeving wordt opgesteld, die voor de ondernemingen, met name het MKB begrijpelijk en onbureaucratisch is, met een eenvoudig en billijk belastingsysteem en de nodige voorspelbaarheid in het economisch beleid. Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat het bedrijfsleven vertrouwen heeft in de politiek. Het is cruciaal dat er een op groei georiënteerd, macro-economisch klimaat wordt ontwikkeld, onze munt moet stabiel zijn, er moet een dynamische ontwikkeling van de economie en de arbeidsmarkt plaatsvinden en de staatsschuld moet worden afgebouwd. Ik kan er bij alle betrokken partijen derhalve slechts op aandringen zich zodanig in te zetten voor een hervorming van het Stabiliteitspact dat het – indien er werkelijk een hervorming wordt doorgevoerd – uiteindelijk de kern wordt van onze gezamenlijke inspanningen. Wat wij dus nodig hebben, zijn hervormingen, flexibiliteit, eigen verantwoordelijkheid en minder bureaucratie. Als dit ons allemaal lukt, is ook de basis gelegd voor solidariteit ten opzichte van de burgers in onze Gemeenschap en in de lidstaten, die onze solidariteit nodig hebben in het kader van een zeer verstandig en vooruitziend sociaal beleid. Wij dringen er bij de lidstaten op aan een bijdrage te leveren aan een Europa dat in staat is ontwikkelingen door te voeren en de groei te stimuleren, waarin de economie dus groeit. Dat is evenwel geen doel op zich. Ons doel is met name arbeidsplaatsen te scheppen, zodat de burgers zich ten volle kunnen inzetten en hun mogelijkheden in Europa kunnen benutten. Dat is nu onze gemeenschappelijk taak. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||