български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Elmar Brok (EVP-ED, Duitsland),
Voorzitter van de commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid,
in het Europees Parlement,
op dinsdag, 11 januari 2005


Grondwet voor Europa





Brok (EVP-ED), rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, wij hebben thans de beschikking over een Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa dat is opgesteld op basis van de werkzaamheden van een Conventie die voor het grootste gedeelte uit parlementsleden bestond. Deze doorbraak is gelukt omdat het een parlementaire doorbraak was en de ontwikkeling van Europa niet langer aan diplomaten werd overgelaten. 90 procent van het ontwerp van de Conventie is vervolgens in de Intergouvernementele Conferentie behandeld. Naar mijn idee was de gehanteerde methode - waarbij de Europese volkeren via hun gekozen vertegenwoordigers betrokken waren - mede van doorslaggevende betekenis voor de vooruitgang die is geboekt.

Niet alles wat er in deze Grondwet staat is perfect, maar zij is beter dan wat wij nu hebben. Dat is volgens mij het doorslaggevende punt. Door dit Grondwettelijk Verdrag worden de rechten van de burgers versterkt. Dankzij het Handvest van de grondrechten kunnen de burgers nu aanspraak maken op (rechts)bescherming. De rechten van de burgers worden verder versterkt doordat de verkiezing van de voorzitter van de Commissie in de toekomst direct afhankelijk is van de verkiezing van het Europees Parlement. De positie van de burgers wordt ook versterkt door de volksreferenda en de uitbreiding van de rechten van het Europees Parlement komt de burgers ook ten goede. Deze Grondwet is transparanter omdat er duidelijkheid wordt geschapen omtrent de verdeling van de bevoegdheden, omdat de Raad met betrekking tot de wetgeving nu openheid van zaken moet geven - in ieder geval wat de besluitvorming betreft - en omdat de procedure door de duidelijkere verdeling van die bevoegdheden inzichtelijker is geworden.

Door de niet toereikende, maar wel aanzienlijk uitgebreide besluitvorming bij meerderheid wordt de efficiëntie van de Europese Unie verbeterd. Dit komt ook op andere gebieden tot uiting, bijvoorbeeld door het afschaffen van de pijlerstructuur en de invoering van een uniforme rechtspersoonlijkheid, maar met name ook door de wezenlijke vooruitgang die bij het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid is geboekt.

Wij leven in een Europa dat op waarden is gegrondvest. Het Handvest van de grondrechten - dat naar mijn gevoel heel sterk op het christelijk mensbeeld is gebaseerd - is naar mijn idee een wonder. Het Handvest is immers al door een eerdere Conventie opgesteld. Het wonder bestaat daaruit dat zoveel volkeren zich nu op dezelfde gemeenschappelijke waardenbasis kunnen baseren en dat onze wetgevers er in de toekomst voortdurend rekening mee moeten houden dat die waarden ook in acht worden genomen; niet alleen politiek, maar ook juridisch.

Wij willen dat er een gemeenschappelijk Europa ontstaat; dat is ook de wens van de Conventie. Bij de tenuitvoerlegging van deze Grondwet moeten wij nu waarborgen dat die wens van de Conventie volledig gerespecteerd wordt en niet door technocratische omzettingspogingen verwatert.

Wij beschikken op dit moment al over een oefenterrein, namelijk de Europese buitenlandse dienst waar - dat wordt tenminste steeds weer gezegd - in de wandelgangen van de nationale ministeries van Buitenlandse Zaken reeds wordt gelobbyd om de Commissie (en daardoor ook het gemeenschappelijke Europa en het Parlement) bevoegdheden te ontnemen en aldus een nieuwe intergouvernementele instantie te creëren.

Deze Europese Unie is namelijk ook op het vlak van de buitenlandse vertegenwoordiging een gemeenschappelijk Europa. Dat kunnen wij constateren aan de hand van de ontwikkelingen in de buitenlandse betrekkingen en ook op andere activiteitenterreinen. De technocratische oprichting van één Europese buitenlandse dienst mag daar geen verandering in brengen. Wij hebben juist voor de Commissie op dit punt immers grote bevoegdheden uit het vuur gesleept zodat zonder haar toestemming niets ondernomen kan worden. Ik zou de Raad en de Commissie erop willen wijzen dat wij ten aanzien van deze kwestie uiterste waakzaamheid zullen betrachten.

Dit Europa kent een verdeling van bevoegdheden waaruit duidelijk blijkt dat die Europese bevoegdheden door de lidstaten zijn toegekend. Dat betekent dat de praatjes over een superstaat complete onzin zijn.

(Applaus)

De lidstaten behouden nog steeds hun eigen soevereiniteit en elke bevoegdheid die niet uitdrukkelijk als Europese bevoegdheid is gedefinieerd, blijft een nationale verantwoordelijkheid. In dat opzicht is deze Grondwet beter dat hetgeen wij tot nu toe tot onze beschikking hadden. Juist de tegenstanders van een superstaat zouden deze Grondwet moeten steunen. Nice is in hun eigen redenering namelijk slechter. Dat is de waarheid en ik zou de heer Allister en de heer De Villiers willen verzoeken om de dingen op hun merites te beoordelen en om hun kiezers en burgers geen verkeerde informatie te geven.

Dit Europa wil soevereiniteit bundelen op die gebieden waarop wij als individuele landen te zwak zijn om afzonderlijk iets te bewerkstelligen. Dat betekent dat wij geen soevereiniteit willen afnemen, maar wij willen die soevereiniteit juist weer voor onze burgers herstellen op gebieden waar wij anders niet handelend zouden kunnen optreden.

Zelfs bij de tsunami zeggen wij nu dat de afzonderlijke landen niet langer individueel hulp kunnen bieden omdat zij daartoe niet meer in staat zijn. Dat betekent dat wij onze volkeren een sterke basis moeten bieden door eendrachtig samen te werken om in deze mondiale wereldorde te kunnen overleven. Dat is uiteindelijk ook de betekenis van deze Europese onderneming, die ooit begonnen is met het klassieke doel om oorlog in Europa onmogelijk te maken. Dat doel mogen wij niet uit het oog verliezen. Daarbij moeten de burgers, de landen en de volkeren wel hun eigen identiteit bewaren. Als Duitser wil ik mij ook in de toekomst kunnen blijven ergeren als wij een voetbalwedstrijd van Nederland verliezen. Wij willen onze identiteit behouden. De verscheidenheid vormt onze rijkdom. Dat mag er echter niet toe leiden dat wij op gebieden waarop wij gezamenlijk sterk zijn, niet gemeenschappelijk kunnen handelen.

Wij moeten ervoor zorgen dat de Grondwet geratificeerd wordt. De nationale politiek van alledag van de lidstaten en hun politieke partijen mag niet bepalend zijn voor de manier waarop er met het ratificatieproces wordt omgegaan. Het historische moment dient doorslaggevend te zijn. Op dit punt zal blijken welke lidstaten over echte staatslieden beschikken om vaart achter dit ratificatieproces te zetten.

(Applaus)







EPP-ED TV Upcoming Events