![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van Mevrouw Marianne Thyssen,
Ondervoorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op woensdag, 27 oktober 2004 Voorbereiding van de Europese Raad (Brussel, 4 en 5 november 2004) Thyssen (EVP-ED), namens de fractie. – Voorzitter, Voorzitter van de Raad, beste collega's, een van de belangrijkste punten op de Europese Raad van volgende week is natuurlijk het verslag over de tussentijdse evaluatie van het proces van Lissabon. De sleutelwoorden van dat programma kent bijna iedereen: groei, concurrentievermogen, kennis, economie, werkgelegenheid, duurzame ontwikkeling. Iedereen spreekt erover, iedereen staat erachter maar de resultaten ontbreken of zijn alleszins veel te licht. Sinds Lissabon is de wereld natuurlijk een stuk veranderd. Bepaalde landen in Azië kennen een enorme groei en de Unie zelf is ook een stuk groter geworden. We hebben er tien landen bij gekregen en dat maakt het er allemaal niet gemakkelijker op. We hebben ook geleerd - en we hebben dat in het voorjaar expliciet te lezen gekregen - dat de lidstaten wel Lissabon-richtlijnen aannemen, maar lang niet evenveel enthousiasme aan de dag leggen om deze ook om te zetten. We stellen ook vast dat de structurele maatregelen die zich in de lidstaten opdringen, niet of niet overal of zeker niet overal in voldoende mate genomen worden. Moeten we de ambities van Lissabon daarom afzwakken, omdat zij niet haalbaar zijn? Het omgekeerde is nodig, een tandje bijzetten zal beter zijn. Ik wens het Nederlands voorzitterschap dan ook toe dat het een eerste aanzet kan geven om de discussie in goede banen te leiden. Maar de vraag is natuurlijk hoe we daar komen, wat er nodig is. Wat volgens ons zeker niet mag gebeuren is dat men het stabiliteitspact gaat afzwakken. Wat zeker ook niet mag gebeuren is dat, als we de discussie over de financiële vooruitzichten gaan voeren, we onze eigen manoeuvreerruimte zo smal maken dat ze eigenlijk tot nul gereduceerd wordt. Wat we wel moeten doen vanuit Europa is de evolutie vergemakkelijken en daarvoor zijn veel zaken nodig en ook mogelijk. Ik heb me altijd al afgevraagd of de lidstaten zich niet zodanig tegenover mekaar kunnen engageren dat ze dat engagement kunnen gebruiken als een externe factor die ze kunnen inroepen als hen intern de moed ontbreekt om te doen wat ze moeten doen en als ze weer eens worden verleid om dat wat ze moeten ondernemen nog maar eens een jaartje uit te stellen. Het heeft geholpen toen we de Monetaire Unie tot stand brachten en het kan ook nu helpen. Zouden we ook niet met zijn allen een inspanning moeten doen om over dat proces van Lissabon in andere woorden te spreken, om het op een andere manier aan de man en de vrouw te brengen? Onze woordenschat aanpassen kan de zaak ook al een heel eind verder vooruithelpen. We spreken altijd al van groei en concurrentievermogen, we kunnen het ook hebben over welvaart voor meer mensen en meer kansen op goede banen. We spreken over het probleem van de vergrijzing, we kunnen het ook hebben over perspectief op een langer en beter leven. Voorzitter, we moeten de boodschap bijschaven, maar we moeten ook zorgen voor een goede boodschapper en daar hebben we ook de laatste jaren een tekort aan gehad. Ik hoop dat we een nieuwe commissievoorzitter krijgen die ook die kant van zijn taak waarneemt, want we hebben dat nodig. Dat kan een stimulans zijn om processen zoals het proces van Lissabon te bevorderen. Dat is onze taak en daartoe moeten we allemaal bijdragen. Collega's, als u van plan bent om straks tegen de voorgedragen Commissie te stemmen, denk er dan om dat dit ook een factor zal zijn die de evolutie van dat proces van Lissabon een stuk gaat vertragen en daarop zitten de mensen niet te wachten. Mijnheer de Voorzitter van de Raad, ik wens u alle succes toe. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||