![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering,
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op woensdag, 15 september 2004 Pact inzake stabiliteit en groei Poettering (EVP-ED). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, we staan voor een moeilijk en voor de toekomst van Europa belangrijk debat. Het gaat om de geloofwaardigheid van de Europese Unie, van haar instellingen en van de regeringen van de lidstaten. Onze ervaringen met de gemeenschappelijke munt zijn tot nu toe goed; hij is stabiel en naast de dollar de meest cruciale, de belangrijkste munt ter wereld. Maar de kracht van een munt hangt niet alleen af van de onafhankelijkheid van de centrale bank en de prijsstabiliteit, maar vooral ook van het financiële beleid en begrotingsbeleid van de regering. Een ongezond begrotingsbeleid kan zich juist dan binnen een monetaire unie tot een groter gevaar ontwikkelen en tot een last voor de gehele gemeenschap, allen dus die eraan deelnemen, wanneer met name enkele van de grotere landen de noodzakelijke maatregelen niet uitvoeren. Om dit te voorkomen zijn er het mechanisme van Maastricht, het stabiliteitspact en de verordeningen over dit onderwerp. En deze zijn in het verleden met voeten getreden. In economisch goede tijden zijn de begrotingstekorten nu eenmaal niet verkleind. Dat je in economisch moeilijke tijden flexibeler moet zijn en uiteraard ook flexibeler met het beleid omgaat, dat dit gewaarborgd wordt – daar zijn wij vóór. We zien echter het grote gevaar opdoemen dat vervolgens in economisch betere tijden de schulden niet worden teruggebracht. Onze grote angst is dat dit zich voordoet. We omarmen nadrukkelijk het besluit van het Europese Hof van Justitie ten aanzien van de betreffende procedures. We omarmen het besluit van afgelopen weekeinde, mijnheer de voorzitter van de Raad, om de Commissie een nieuwe opdracht te geven. Ik omarm ook nadrukkelijk uw woorden: “We blijven binnen de norm van 3 procent overheidstekort, we willen de 60 procent niet overschrijden”. We zien echter toch dat de totale schuldenlast in enkele lidstaten al ruim boven de 60 procent ligt, en daarom ben ik van mening dat er geen wijziging van de interpretatie van het Verdrag en het stabiliteitspact mag komen, omdat dat een verdere verhoging van de schuldenlast alleen maar in de hand werkt. De Raad kan op de door hem ingeslagen weg – zo vinden wij – zowel de continuïteit van de huidige begrotingsprocedure waarborgen als een aantal lidstaten stimuleren om de door het Verdrag voorgeschreven en voor de toekomst van Europa noodzakelijke begrotingsdiscipline weer te gaan hanteren. Ik wil de Commissie aanmoedigen om binnen het door de Raad gestelde kader met een nieuw voorstel te komen, en ik verzoek de Commissie om er daadwerkelijk voor te zorgen dat niet de indruk ontstaat dat wij door nieuwe interpretaties, wellicht zelfs door wetswijzigingen, een nieuw beleid ten aanzien van overheidstekorten in Europa gaan voeren waarvoor wij vervolgens met z’n allen zwaar moeten boeten. Want hoe kunnen er investeringen worden gedaan als uiteindelijk de rente stijgt, wij de schulden moeten saneren en vervolgens voor investeringen in de economie het nodige geld ontbreekt. Daarom adviseer ik om binnen het kader van het Verdrag te blijven, gebruik te maken van de flexibiliteit die het Verdrag biedt, zowel in goede als in slechte tijden, om zo de stabiliteit van de Europese munt ook in de toekomst te waarborgen. (Applaus van rechts) |
|
||||||||||||||||||||||||