български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level

Toespraak van de heer Elmar Brok,
Voorzitter van de commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid,
in het Europees Parlement
op woensdag, 10 maart 2004

Uitbreiding – Kandidaatlidstaten




Brok (EVP-ED), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, ik denk dat we vandaag, een paar weken voor 1 mei, de dag waarop de uitbreiding van de Europese Unie een feit wordt, moeten vaststellen dat alle tien toetredingslanden in de afgelopen tien jaar enorme inspanningen hebben gedaan om klaar te zijn voor dit moment. Ze hebben ter voorbereiding van de uitbreiding veel meer inspanningen gedaan - met enorme gevolgen voor de bevolking - dan de Europese Unie. Dat is uit het vorige debat wel gebleken. Ik hoop dat de kwestie-Cyprus wordt opgelost, zodat we op 1 mei een verenigd Cyprus welkom kunnen heten.

Ik moet tegelijkertijd ook zeggen dat dit het laatste verslag in deze categorie is. De landen-rapporteurs van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid hebben al die jaren hard gewerkt en veel inzet getoond voor deze zware taak. Als voorzitter van die commissie zou ik ze daarvoor van harte willen bedanken.

Vanaf 1 mei geldt het acquis, dat staat in het toetredingsverdrag. Dat betekent dat ook alle daarmee verbonden overgangsbepalingen van toepassing zullen zijn. Dat betekent ook dat er geen discriminatie meer mag plaatsvinden, noch in de ene, noch in de andere richting. Het betekent bovendien dat we in de toekomst heel veel waarde zullen hechten aan het respecteren van het acquis. De Commissie als hoedster van de Verdragen ziet dat vast niet veel anders.

Er zijn echter nog steeds heel wat zwakke punten. We bedoelen dat niet als kritiek maar willen de helpende hand bieden. We willen hierop wijzen omdat de politiek moet weten dat die zwakke punten moeten worden weggewerkt. Het is begrijpelijk dat er zwakke punten zijn. Die landen hebben tenslotte hun hele politieke, sociale en economische systeem moeten herzien. Ze zijn van het communistische centralisme overgestapt op meer regionalisatie. Dat kan allemaal niet van vandaag op morgen gebeuren, dat is duidelijk.

Bij het gerechtelijk apparaat ziet het er niet veel anders uit. Dat heeft gevolgen. Wanneer de nationale overheid niet functioneert zal ze ook niet in staat zijn om de regionale overheden concepten voor te leggen die nodig zijn om geld uit de Europese structuurfondsen aan te kunnen vragen. Dat is niet anders in de landbouw en in allerlei andere sectoren. Dat moet beter worden en is in het belang van die landen. Daarom moeten we onze inspanningen voortzetten. Dat heeft de Commissie ook al geëist in haar eigen verslag in de herfst vorig jaar.

We moeten echter ook onder ogen zien dat bijvoorbeeld het niet-functioneren van de rechterlijke macht in allerlei regio’s tot rechtsonzekerheid leidt. Rechtsonzekerheid is altijd een hindernis voor investeringen. Dat moet worden rechtgezet. Dat is niet alleen belangrijk voor de rechten van de individuele burgers, maar daarbij gaat het om de economische ontwikkeling van hele regio’s. Dat weet iedereen, en dat heeft allemaal ook iets te maken met de bestrijding van corruptie. We hebben vandaag gehoord dat er in ons land, in Duitsland, corruptie in de wereld van het voetbal is vastgesteld. Corruptie vinden we overal. We moeten er echter voor zorgen dat dit kankergezwel, dat overal woekert, maar niet overal even sterk, wordt weggesneden. Anders is dit een gevaar voor onze ontwikkelingskansen.

We moeten het ook hebben over de kwestie van de minderheden. Dat is niet overal op dezelfde manier geregeld. We hopen bijvoorbeeld dat de situatie van de Roma in bepaalde landen concreet kan worden verbeterd. Tegelijkertijd moeten we echter ook erkennen dat de Baltische staten enorme inspanningen hebben ondernomen om hun minderheden tegemoet te komen, en dat moeten we zien in de historische context. De situatie daar mag geen aanleiding zijn om de grensverdragen met deze landen niet te ondertekenen of te ratificeren. Daarom vragen we Rusland om hier snel vooruitgang te boeken en voor duidelijkheid te zorgen.

We vinden dat de Samenwerkings- en Partnerschapsovereenkomst moet worden toegepast op de hele nieuwe Europese Unie. Voor iedereen geldt dat er geen nieuwe onderhandelingen kunnen worden gevoerd. Bovendien kan niemand schadevergoeding eisen vanwege de uitbreiding van de Europese Unie. We moeten aan de nieuwe grenzen van de Unie nieuwe bruggen bouwen. Daar moeten we snel de regels van Schengen toepassen. Zo kunnen we de interne veiligheid garanderen en de binnengrenzen openen. Dat is een van de grootste problemen die we moeten oplossen.

Mijnheer de Voorzitter, ik mag namens het hele Parlement wel zeggen dat we ons verheugen op 1 mei en dat we ons verheugen op onze nieuwe partners.

(Applaus)





EPP-ED TV Upcoming Events