български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level


Toespraak van de heer Elmar Brok
Voorzitter van de commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappeijke veiligheid en defensiebeleid
in het Europees Parlement
op woensdag, 19 november 2003


Voortgangsverslag over de werkzaamheden van de Intergouvernementele Conferentie met inbegrip van het hoofdstuk begroting




Brok (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, de vergadering van gisteren heeft duidelijk gemaakt dat we waarschijnlijk toch in december kunnen ondertekenen. Er zijn immers niet veel omstreden kwesties meer en met de problemen die er zijn, zouden we volgend jaar ook niet veel verder komen. Ik moedig het Italiaanse voorzitterschap dan ook aan om zijn huidige koers voort te zetten en zo dicht mogelijk bij de tekst te blijven die de Conventie heeft opgesteld. Die is namelijk evenwichtig en kan moeilijk door een andere tekst worden vervangen. Dit geldt met name ook voor het document dat volgende week aan de ministeriële vergadering wordt voorgelegd. Als we hieraan vasthouden, denk ik dat het mogelijk is om deze IGC tot een goed einde te brengen.

We moeten ons alleen realiseren dat verschillende krachten proberen dit te verhinderen. We hebben het hier al over gehad bij de discussie over de Wetgevende Raad. Het Parlement heeft deze week terecht ook een aantal besluiten genomen over de begrotingsrechten in de Unie, en ook u, mijnheer de Voorzitter hebt erop gewezen. Beide onderwerpen, Wetgevende Raad en begrotingsrechten, doen me denken aan een filmserie waarvan het tweede deel luidde “The Empire Strikes Back”, en het imperium waar ik dan aan denk is het imperium van de nationale departementale bureaucratieën. Wat de Wetgevende Raad betreft: die is enkel bedoeld om alle transparantie overboord te zetten en de nationale bureaucratieën weer te laten functioneren zoals voorheen. En wat het begrotingsrecht van het Parlement betreft: dat wordt aan alle kanten ondermijnd. De titel van het derde deel van deze filmserie was “Good triumphs over evil”, zodat ik goede hoop heb dat we het tij nog kunnen keren. Het Italiaanse voorzitterschap heeft bij de voorlaatste vergadering immers al belangrijke stappen ondernomen om onze begrotingsrechten in stand te houden en ik hoop dat het bij dit standpunt blijft.

Eén ding moet echter als een paal boven water staan: geen van beide wetgevers mag achter gesloten deuren vergaderen. Onze burgers hebben recht op transparantie. En het moet ook zonneklaar zijn dat het begrotingsrecht het grondrecht van ieder parlement is. We kunnen zonder meer van een oorlogsverklaring spreken wanneer in dit recht wordt gesneden op een manier die het Parlement niet kan accepteren. Dit zullen we zeker niet uit het oog verliezen.

Dan zijn er de zogenaamde machtskwesties: stemrecht in de Raad, samenstelling en stemrecht in de Commissie en de daarmee samenhangende kwesties inzake de samenstelling van het Europees Parlement. Ik realiseer me heel goed dat deze kwesties door de staatshoofden en regeringsleiders waarschijnlijk pas op het nippertje kunnen worden opgelost. We moeten echter over enkele zaken nog goed nadenken, bijvoorbeeld over de vraag of we de drempel van 60 naar 66 willen verhogen en over andere vraagstukken die verband houden met de Commissie. We willen graag compromissen sluiten, maar daarbij mogen we één ding niet vergeten, namelijk de efficiëntie. Het vermogen van de Raad om in een uitgebreide Unie tot besluiten te komen moet gewaarborgd zijn en daarom heeft de Conventie het ontwerp opgesteld zoals het nu op tafel ligt. Laten we dat gegeven niet uit het oog verliezen. Wij hadden kritiek op Nice, omdat wij er geen vertrouwen in hadden dat de stemprocedure in de Raad ons naar een uitgebreide Unie zou kunnen leiden. Dat moet onze Poolse vrienden van begin af aan ook duidelijk zijn geweest, mijnheer Verheugen. In de nieuwe lidstaten kunnen ze nu niet zeggen dat in hun referenda de details en mechanismen van het Verdrag van Nice zijn voorgelegd en vervolgens naar die referenda verwijzen om hun opstelling in het kader van de discussies van de Intergouvernementele Conferentie te rechtvaardigen. Als we willen dat dit een succes wordt, dan moet de efficiëntie op de voorgrond staan, natuurlijk altijd in combinatie met het vereiste niveau van democratische legitimatie. Ik ben wel eens bang dat sommige regeringen niet denken ‘Hoe kunnen we in de Europese Unie een meerderheid voor een vereiste beslissing bij elkaar krijgen?’, maar eerder iets als ‘Hoe kan ik een besluit het gemakkelijkst blokkeren?’. Deze denkwijze vinden wij verontrustend en we zouden moeten proberen hieraan iets te doen.

Wat betreft de functie van de minister van Buitenlandse Zaken, waar we het in de vorige vergadering over hebben gehad, wil ik erop wijzen dat hij een drievoudige rol heeft en niet slechts een dubbelrol. Hij heeft namelijk drie petten op: lid van de Commissie, Hoge Vertegenwoordiger van de Raad en voorzitter van de Raad. Hij moet deze drie functies in zich verenigen, anders werkt het niet. Het Parlement zou er niet echt blij mee zijn als gekozen wordt voor een regeling waarbij hij geen volwaardig lid van de Commissie is. Dat volwaardig lidmaatschap van de Commissie is heel belangrijk, omdat alleen dan echte democratische controle en een democratische verkiezing mogelijk zijn, met andere woorden: omdat dan de legitimatie vanuit dit Huis gewaarborgd is. Wij willen ook niet dat de Commissie een deel van haar bevoegdheden op het terrein van het buitenlands beleid moet inleveren, want daardoor raakt ook het Parlement indirect dit stukje verantwoordelijkheid kwijt. We hechten dan ook zeer aan de combinatie van deze drie functies. Hij moet ook voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken zijn, omdat alleen dan samenhang en continuïteit zijn gewaarborgd, en omdat het alleen dan zin heeft om deze functie te creëren.

Tot slot nog een opmerking over de herzieningsclausule. Het voorstel dat mijnheer Amato, mijnheer Duff en ondergetekende in een brief hebben voorgelegd, behoeft inderdaad nog een nadere toelichting. Er zou een opening moeten komen, behalve bij de gebieden ‘Wijziging van bevoegdheden’ en ‘Handvest van de grondrechten’, die natuurlijk onder de huidige procedure moeten blijven vallen. Maar de Conventie kwam met een idee dat we niet mogen vergeten, namelijk het naast elkaar laten bestaan van een herzieningsclausule met opening en een uittredingsclausule. Nu is alleen nog de uittredingsclausule overgebleven. Ik denk dat hier een scheve situatie is ontstaan waarover we nog eens moeten nadenken.



EPP-ED TV Upcoming Events