български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Elmar Brok
Voorzitter van de commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappeijke veiligheid en defensiebeleid
in het Europees Parlement
op woensdag, 22 oktober 2003


Voornaamste aspecten en fundamentele keuzen van het GBVB




Brok (EVP-ED), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, staat u mij toe enkele inleidende opmerkingen te maken over dit jaarlijks verslag. Aan de basis van dit verslag over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid staan de dramatische gebeurtenissen van de oorlog in Irak en de gevolgen daarvan voor de samenhang van de Europese Unie, de transatlantische betrekkingen, de onderlinge verbondenheid binnen de VN en de NAVO en de internationale orde in haar geheel.

Wij zijn van mening dat het nu zaak is de crisis rondom de oorlog in Irak als een kans en een uitdaging tegemoet te treden. Het wordt tijd dat Europa eindelijk wordt neergezet als een belangrijke speler op het internationale politieke toneel. Europa moet in de mondiale politiek niet langer de rol van waarnemer spelen, maar die van deelnemer. De Europese Conventie heeft belangrijke institutionele hervormingen voorgesteld binnen welk kader dat doel verwezenlijkt kan worden, zoals de invoering van een Europese minister van Buitenlandse Zaken, de mogelijkheid om meer te gaan samenwerken op het gebied van het defensiebeleid, en de instelling van een Europees wapenagentschap. Aan deze voorstellen mag op de regeringsconferentie niet worden getornd. Met minder mogen we absoluut geen genoegen nemen.

Bij de stemmingsprocedure in de Raad en ook ten aanzien van het recht van raadpleging en informatie van het Parlement hadden we op veel meer gehoopt. Zo achten wij het in het licht van een op de toekomst gericht crisispreventiebeleid absoluut noodzakelijk om voortaan reeds in een vroeg stadium van de planning van crisisoperaties in het kader van het EVDB te worden geïnformeerd en daarbij te worden betrokken. Een efficiënt institutioneel kader voor het GBVB en EVDB is noodzakelijk, maar niet voldoende. Er moet politieke inhoud aan worden gegeven en om dat te bereiken moet gebruik worden gemaakt van de veiligheidsdoctrine die Javier Solana heeft voorgesteld. Dit verslag ondersteunt het initiatief-Solana vanuit vier oogpunten.

Ten eerste is het Parlement van mening dat Europa duidelijke prioriteiten moet stellen in de belangen en doelstellingen van zijn buitenlands en veiligheidsbeleid en deze gemeenschappelijk definiëren en geografisch benoemen moet, zoals wij dat in lid 8 hebben gedaan.

Ten tweede dient een Europese veiligheidsstrategie te berusten op een mondiale invalshoek die tegenover het puur militaire veiligheidsdenken van de huidige Amerikaanse regering wordt gezet. Een reeks politieke, economische, sociale en interculturele maatregelen die kunnen bijdragen aan het afzwakken en oplossen van conflicten, moet deel uitmaken van die strategie.

Ten derde kan een veiligheidsdoctrine van de EU alleen op basis van een multilaterale aanpak en binnen het systeem van de VN ontwikkeld worden, omdat dit strookt met de historische ervaringen en de politieke belangen van haar lidstaten.

Ten vierde: ook al zal conflictpreventie en conflictoplossing met niet-militaire middelen altijd in het middelpunt van elke veiligheidsstrategie van de Europese Unie staan, de geloofwaardigheid van het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid is uiteindelijk afhankelijk van de kwaliteit van zijn militaire vermogens en van de bereidheid om deze in geval van conflicten in te zetten.

Wat zijn de prioriteiten op het gebied van het buitenlands beleid in het kader van een Europees veiligheidsconcept? Bovenaan staan nog altijd de transatlantische betrekkingen. Europa kan alleen een gelijkwaardige partner van de VS worden als de lidstaten de politieke wil ontwikkelen om de gemeenschappelijke belangen te laten prevaleren boven de specifieke nationale belangen. Daarnaast kunnen organisaties zoals de Verenigde Naties of de NAVO enkel worden versterkt als Europa en de VS één lijn trekken. De strategische discussie tussen Europa en de VS moet nieuw leven wordt ingeblazen. Daarom is het door de heer Solana voorgelegde document zo belangrijk. Het gaat hierbij om kwesties zoals de stabilisering, de wederopbouw en de opbouw van het staatsstelsel in Irak, een gemeenschappelijke strategie inzake Iran en, in algemene zin, hoe de verspreiding van massavernietigingswapens kan worden voorkomen en hoe moet worden omgegaan met repressieve dictatoriale regimes en desintegrerende staten.

Een hoofdtaak blijft het bereiken van vrede in het Midden-Oosten in het kader van het Kwartet. In dat verband moeten we erop toezien dat de leden van het Kwartet eens serieus werk maken van een gezamenlijk optreden in de regio en dat het niet blijft bij samenwerking op papier. Europa zal zijn inspanningen op de westelijke Balkan en in Afghanistan absoluut consolideren, ondanks alle problemen waarmee we geconfronteerd worden en al het pessimisme over de vraag of het, zeker wat Afghanistan betreft, überhaupt zal lukken om dit land op een behoorlijke manier om te vormen tot een levensvatbare staat.

Er moet meer aandacht worden geschonken aan de zuidelijke Kaukasus, die zich tot een van de meest instabiele buurregio's van de Unie ontwikkelt. Daarbij speelt ook de verhouding met Rusland een grote rol. Aangezien de Unie door de uitbreiding dichter bij crisishaarden in het oosten en zuidoosten komt te liggen, is de creatie van veiligheidszones om Europa en de ontwikkeling van een doeltreffend beleid van nabuurschap van cruciaal belang. Wij moeten ons dan ook veel meer gaan bezinnen op onder meer de creatie van een 'Europese economische ruimte plus' en op specifieke ideeën over hoe het Middellandse-Zeegebied tot een stabiele regio kan worden ontwikkeld.

Tot slot nog een opmerking over onze kritiek op het jaarlijks verslag van de Raad. Degene die de bundel van 200 bladzijden ter hand neemt zal merken dat deze meer doet denken aan een inventarislijst van een kruidenierswinkel dan aan een verslag waarin politieke verantwoording wordt afgelegd. Dat is in het verleden wel eens anders geweest. Het verslag is volstrekt ongeschikt om als basis voor een dialoog tussen de Raad en het Parlement te dienen. Dergelijke verslagen dienen voortaan weer duidelijke politieke beoordelingen en doelstellingen te bevatten. Daarom willen we dat de Hoge Vertegenwoordiger doorgaat bij toekomstige jaarverslagen een schriftelijk verslag in te dienen over de vooruitgang bij het in praktijk brengen van de veiligheidsprincipes van de EU.

Ter afsluiting nog een woord over het werk van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid. Dit jaarverslag, het laatste van deze zittingstermijn, vertoont een opmerkelijke eensgezindheid tussen de fracties waarvan bij aanvang van de zittingstermijn geen sprake was. Die eensgezindheid is mede te danken aan de opbouwende samenwerking in deze commissie waarvoor ik de collega's en de medewerkers van deze commissie uitdrukkelijk zou willen bedanken. Hartelijk dank.

(Applaus)



EPP-ED TV Upcoming Events