български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Hans-Gert Poettering
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie
in het Europees Parlement
op woensdag, 22 oktober 2003

Resultaten van de Europese Raad, met inbegrip van het voortgangsverslag over de werkzaamheden van de IGC (Brussel, 16/17 oktober 2003)





Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte voorzitter van de Commissie, beste collega's, tijdens de Top van Brussel stond de Intergouvernementele Conferentie centraal. Onze fractie is zeer ingenomen met het feit dat het Italiaanse voorzitterschap er zo vastberaden naar streeft om voor de Top van 12 en 13 december tot een afronding te komen. Wij willen u er ook nadrukkelijk toe aanmoedigen, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, om dat voor elkaar te krijgen. Wanneer de Intergouvernementele Conferentie zich namelijk tot in 2004 voortsleept, neemt het risico toe dat er nog meer hoofdstukken worden opengebroken en dat we er niet uit zullen komen. Doet u er daarom alles aan om de zaak nog onder uw voorzitterschap af te ronden. U vindt ons daarbij aan uw zijde. Wat de institutionele vraagstukken betreft, pleiten wij ten aanzien van de samenstelling van de Commissie voor een oplossing die voor alle landen bevredigend is, zowel voor de grote als de kleine landen. We moeten ervoor oppassen te denken dat alleen de grote landen rechten hebben. Ook de kleine landen hebben er recht op, op behoorlijke wijze vertegenwoordigd te zijn. Ik wens u veel succes bij het vinden van een oplossing voor dit vraagstuk. Als u dit probleem kunt oplossen, zal er ook een oplossing komen voor de kwestie van het voorzitterschap van de Europese Raad en van de samenstelling van de Raad.

Over de stemprocedure in de Raad van ministers is onze fractie het niet helemaal eens. Op enkele uitzonderingen na is de overweldigende meerderheid van de fractie echter voor het beginsel van de dubbele meerderheid, zoals door de Conventie wordt voorgesteld. Wij vinden in het algemeen dat de Conventie een voorstel gedaan heeft dat strookt met de communautaire methode. We moeten er dan ook voor zorgen dat dit voorstel het haalt.

Ten aanzien van de wetgevende Raad staan wij erop, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dat ook de wetgevingsactiviteiten van de Europese Raad worden gekenmerkt door transparantie en continuïteit. We moeten niet weer vervallen in de oude achterkamertjespolitiek, zodat niemand weet wat er achter de deuren van de Raad van ministers gebeurt.

(Applaus)

Een probleem dat moet worden opgelost is de kwestie van Maastricht oftewel de prijsstabiliteit. De prijsstabiliteit maakt weliswaar deel uit van de Grondwet, maar nergens vinden we de grens van 3 procent voor het begrotingstekort. Een algemeen gebod prijsstabiliteit na te streven heeft weinig zin wanneer daarvoor geen duidelijke basis is. Daarom vragen wij ervoor te zorgen dat er heldere, meetbare uitgangspunten komen die op protocollen gebaseerd zijn. Dan blijft de prijsstabiliteit niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk een centraal element van ons gemeenschappelijk beleid.

Dan een opmerking over de buitengrenzen. Ik heb tot mijn genoegen vernomen dat de fungerend voorzitter van de Raad, de heer Berlusconi, en de voorzitter van de Commissie, de heer Prodi, het eens zijn geworden over het immigratievraagstuk.

Natuurlijk moeten de buitengrenzen van de Europese Unie worden beveiligd, maar beveiliging van de buitengrenzen lost slechts een deel van het probleem op, namelijk dat deel dat overeenkomt met onze doelstelling. Ten diepste gaat het echter om een menselijk probleem. Kijkt u bijvoorbeeld eens naar die deerniswekkende mensen op het eiland Lampedusa, onder wie ook kinderen, die ondervoed en uitgedroogd zijn. Dan wordt toch duidelijk dat het niet alleen maar om de beveiliging van onze buitengrenzen gaat. Die beklagenswaardige mensen zouden helemaal niet in die boten moeten hoeven stappen, maar in hun eigen land een kans moeten krijgen. Daarom is het belangrijk dat er controle is aan de grenzen van deze emigratielanden en dat er een ontwikkeling in deze landen op gang komt die jonge mensen in staat stelt in hun eigen vaderland een redelijke, goede en menswaardige toekomst tegemoet te zien. Daaraan moeten ook wij als Europese Unie in het Middellandse-Zeegebied een bijdrage leveren.

Dames en heren, op mijn briefje - dat ik nu wel terzijde kan leggen - stond al het trefwoord 'Guantánamo', voordat wij hoorden over de symbolische en betekenisvolle daad die de heer Watson in deze vergaderzaal gesteld heeft. Wij zijn van mening dat het gebruiken van overtuigende argumenten voldoende is om lastige problemen aan te snijden. Wij zeggen dat het niet alleen om die 26 Europeanen gaat, maar om alle mensen die in Guantánamo gevangen zitten. Wij zijn een groot voorstander van de strijd tegen het terrorisme, maar in onze christelijke visie op de mens heeft iedereen, ook de grootste misdadiger, recht op een proces dat beantwoordt aan de beginselen van de rechtsstaat.

(Applaus)

Daarom doen wij een beroep op onze Amerikaanse vrienden om de fundamentele mensenrechten te eerbiedigen. Stelt u zich eens voor dat zich onder die zeshonderd gevangenen vijf of zes mensen bevinden die vastzitten terwijl ze helemaal niets hebben gedaan. Wat voor leed wordt deze mensen aangedaan en hoe onrechtvaardig worden ze niet behandeld! Dat is in wezen ook de kern van de Europese opvatting over de doodstraf. Wanneer slechts één iemand ten onrechte geëxecuteerd wordt, is dat voldoende reden om zich tegen iedere rechtvaardiging van de doodstraf uit te spreken.

(Applaus)

Ik zeg dit als iemand die zichzelf ziet als een vriend van de Amerikanen en die er bij hen op aandringt dat zij begrip hebben voor ons standpunt - dat gebaseerd is op de rechtsstaat en de menselijke waardigheid - dat ieder mens, van welke huidskleur, sekse of nationaliteit ook, van gelijke waarde is.

Tot slot wil ik nog een opmerking maken over de Europese defensie. Ik heb het genoegen gehad tien jaar lang voorzitter te zijn geweest van de Subcommissie veiligheid en ontwapening van het Europees Parlement. Wij hebben ons altijd ingezet voor een sterke Europese defensie als onderdeel van het Noord-Atlantisch bondgenootschap. Wij willen een Noord-Atlantisch bondgenootschap dat rust op de zuil Europa en de zuil Amerika. Wij vragen onze Amerikaanse vrienden om begrip voor het feit dat wij werken aan een Europese defensie. Dat is niet tegen Amerika gericht, maar bedoeld als aanvulling: we willen samen sterk zijn. In wezen gaat het erom dat wij gezamenlijk onze gemeenschappelijke waarden verdedigen. Dat is de basis van een gemeenschappelijk Europees defensiebeleid.

(Applaus)


EPP-ED TV Upcoming Events