български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer José María Gil-Robles Gil-Delgado
Lid van de EVP-ED-Fractie
in het Europees Parlement
op woensdag, 24 september 2003

Europese Grondwet, Intergouvernementele Conferentie



Gil-Robles Gil-Delgado (PPE-DE), rapporteur. - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag van de hand van mijn collega de heer Tsatsos en mijzelf gaat uit van enkele glasheldere politieke criteria. Het eerste daarvan is de steun die het Parlement moet verlenen aan zijn delegatie in de Conventie. De delegatie heeft een goede, intelligente tekst tot stand weten te brengen. Natuurlijk is het geen perfecte tekst, maar dat kan van geen enkele juridische tekst worden gezegd.

Onzes inziens zouden er derhalve geen wijzigingsvoorstellen moeten worden ingediend. Wij beseffen dat veel collega's de tekst hier en daar graag verbeterd hadden gezien, maar wij zijn ervan uitgegaan dat we in plaats daarvan de staatshoofden en regeringsleiders moeten vragen de brede consensus die in de Conventie is bereikt, intact te laten en de voorliggende tekst niet al te veel te wijzigen.

Het gaat hier niet om louter voorbereidend werk, maar om de neerslag van een aantal oplossingen die de steun hebben van de nationale parlementen en het Europees Parlement - instellingen die de Europese burgers vertegenwoordigen -, en van de vertegenwoordigers van de regeringen en de lidstaten. Het gaat dus, het zij nogmaals gezegd, om een politieke consensus die niet zo maar terzijde mag worden geschoven.

Toegegeven: sommige regeringen en de Commissie hebben zich op enkele punten gereserveerd opgesteld. Het zou van naïviteit getuigen te veronderstellen dat de Intergouvernementele Conferentie deze zo belangrijke politieke kwesties niet in behandeling zal nemen en het werk van de Conventie ongewijzigd haar zegen zal meegeven. Wie daarvan uitgaat is zich onvoldoende bewust van het onderhandelingsproces of geeft blijk van weinig realiteitszin.

Ik ben er echter van overtuigd, dames en heren, dat het systeem dat inhoudt dat door niet meer dan de helft van de commissarissen zou worden gestemd, een grove vergissing zou zijn. Voor de goede orde: ik zeg dit louter op persoonlijke titel en niet als rapporteur. Die oplossing zou namelijk een verzwakking van de Commissie betekenen op een moment waarop zij meer dan ooit versterking behoeft. Die vergissing zou moeten worden rechtgezet.

Met dezelfde overtuiging beweer ik dat het niet mogelijk zal zijn het in Nice bereikte machtsevenwicht zo te veranderen dat slechts één of twee lidstaten de prijs betalen van een nieuwe wijze van besluitvorming. Iedere consensus binnen de Unie kan natuurlijk worden gewijzigd, maar dan wel op voorwaarde dat het resultaat alle belangen verenigt. Zolang niet is voldaan aan die voorwaarde, blijft een nieuwe consensus buiten bereik. De ene consensus wordt vervangen door een andere, niet door een opgelegd besluit.

In ons verslag hebben we duidelijk willen maken dat het legitiem is voor deze concrete kwesties een oplossing te zoeken mits de huidige, democratisch tot stand gebrachte consensus er tenminste op vooruitgaat. Dit zoeken naar oplossingen mag echter niet worden aangegrepen om de onderhandelingen over de Grondwet van voren af aan opnieuw te beginnen - dan lijken we op Penelope, die haar weefwerk nooit afmaakte. Dat, geachte staatshoofden en regeringsleiders, zou een geweldige vergissing zijn.

Hiermee heb ik de belangrijkste politieke boodschap van ons verslag genoemd. Het spreekt evenwel vanzelf dat wij daarmee niet konden volstaan. Het was immers noodzakelijk de voor- en nadelen van de ontwerp-Grondwet te beoordelen, teneinde de burgers te zijner tijd in de gelegenheid te stellen zich erover uit te spreken en duidelijk te maken dat het Europees Parlement deze ontwerp-Grondwet aanneemt en steunt als compromis, als realistische tussenvorm tussen de oplossingen die het steeds heeft voorgestaan en de mogelijkheden van dit moment om die te verwezenlijken. Wij laten die oorspronkelijke doelen niet los. Wij stellen duidelijk dat dit voorstel een belangrijke stap in de goede richting is, maar dat wil niet zeggen dat wij niet zullen proberen te zijner tijd nog verder te gaan.

Geachte Voorzitter, dames en heren, ik wil deze korte interventie niet beëindigen vooraleer ik mijn mederapporteur, professor Tsatsos, heb dankgezegd voor zijn voorbeeldig streven naar consensus en voor de intellectueel hoogwaardige inzet die hij daarbij heeft getoond. Tevens ben ik alle collega’s van de diverse fracties erkentelijk voor hun buitengewoon waardevolle bijdragen en hun plichtsbesef.

Dat onze standpunten onderling nauwelijks afweken is te danken aan het belangrijke werk dat eerder was verricht door de vertegenwoordiging van het Parlement in de Conventie. De grote mate van consensus die toen al is bereikt, ook met de nationale parlementen, bood ons een uitstekend vertrekpunt.

Zojuist had ik het over het plichtsbesef van dit Parlement. Daarvan geeft dit Huis steeds opnieuw blijk wanneer het politieke besluiten moet nemen die er werkelijk toe doen. Aan dat besef heeft het Parlement te danken dat het zich sinds zijn totstandkoming via het algemeen kiesrecht heeft ontwikkeld tot de motor van de Unie. Ik heb dat persoonlijk kunnen constateren in de achtereenvolgende Intergouvernementele Conferenties, want bij sommige daarvan ben ik heel direct betrokken geweest.

Als ik u nu vraag u voor ons verslag uit te spreken, dan reken ik daarbij volledig op datzelfde plichtsbesef, het besef dat het gaat om de integratie en opbouw van een verenigd Europa.

(Applaus)



EPP-ED TV Upcoming Events