![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Arlindo Cunha
Lid van de EVP-ED-Fractie in het Europees Parlement op woensdag, 24 september 2003 Resultaat van de bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (Cancun, 10/14 september 2003) Cunha (EVP-ED). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, in tegenstelling tot vroeger zijn de onderhandelingen deze keer niet afgesprongen op de landbouw. Mijns inziens is de mislukking te wijten aan het maximalistische standpunt van de Groep van 21. Die landen hebben immers vraagstukken op de onderhandelingstafel gelegd die veel verder reikten dan de agenda van Doha. Ik denk dan in de eerste plaats aan de eis tot geleidelijke opheffing van de interne steun, die als bijzonder concurrentieverstorend wordt aangemerkt, namelijk de blauwe en de gele box. De Europese Unie had voor het eerst een offensieve en in zekere zin ook comfortabele onderhandelingspositie dankzij de hervorming van het GLB en het akkoord met de Verenigde Staten. Helaas worden onze inspanningen tot aanpassing van het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet erkend door deze Groep, die nog steeds doet alsof wij hier met het GLB van tien jaar geleden komen. Het GLB is de laatste tien jaar radicaal veranderd, maar de bedoelde landen brandmerken de Europese Unie nog steeds als een protectionistische vesting. Zij vergeten dat de Europese Unie de grootste importeur van landbouwproducten ter wereld is. De groep van Afrikaanse landen die, misschien terecht, koppig bleef volhouden dat katoen beschermd moet worden, was zich er wellicht niet van bewust dat de Europese Unie meer dan wie ook inspanningen heeft gedaan om de ontwikkelingslanden te steunen en dat op dit moment 85 procent van de landbouwproducten die door deze landen worden uitgevoerd op de Europese markt terechtkomt. De armste landen van de wereld, die volledige toegang tot onze markt hebben op grond van het "Alles behalve wapens"-initiatief, zijn niet eens aan het woord geweest. Zij werden volkomen overvleugeld door degenen die zichzelf weliswaar tot de onderontwikkelde landen rekenen, maar andere en soms zelfs radicaal tegengestelde belangen behartigen dan de armste landen. Ik denk dat wij niet masochistisch hoeven te zijn. De Europese Unie heeft in deze onderhandelingen een bijzonder redelijk standpunt vertegenwoordigd en zij is vrijgevig geweest ten aanzien van de minder ontwikkelde landen. Uiteraard kan zij daarin nog verder gaan. Ik kan hier echter naar eer en geweten zeggen dat er zeker een akkoord uit de bus zou zijn gekomen als alle partijen een voorbeeld hadden genomen aan de flexibele en doordachte houding van de Europese Unie. |
|
||||||||||||||||||||||||