![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie in het Europees Parlement op woensdag, 3 september 2003 Debat over de Europese Conventie Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, het doel van ons Europese engagement is de totstandbrenging van een daadkrachtige, democratische en transparante Europese Unie die is gegrondvest op fundamentele waarden en uitgangspunten. Het voorstel voor een Europese grondwet is een beslissende stap in deze richting. En het doet mij ten zeerste deugd een voormalig lid van onze fractie, Valéry Giscard d'Estaing, hier als voorzitter van de Conventie hartelijk te mogen verwelkomen. Wat de liberalen hiervan vinden, daarover zal ik het nu niet hebben. Voorzitter Giscard, mij staat nog helder voor de geest dat ik in januari 1992, toen onze fractievoorzitter Egon Klepsch tot Voorzitter van het Parlement werd gekozen, achter u mocht staan om samen - eerst u en ik bescheiden daarna - onze stem uit te brengen om Leo Tindemans tot fractievoorzitter te kiezen. Als destijds in 1992 iemand me had gezegd dat Valéry Giscard d'Estaing in september 2003 voor het Europees Parlement een constitutioneel verdrag, een Europese grondwet zou voorstellen, dan had ik gezegd: dat is geweldig, dat is een droom, een visioen! Deze droom is werkelijkheid geworden, en daar zijn we buitengewoon blij mee! Voorzitter Giscard, met name tot u wil ik een woord van dank en waardering richten! Overigens heb ik er nooit aan getwijfeld dat de Conventie succesvol zou worden afgesloten, want u hebt in onze fractiezaal vergaderd, al geef ik toe dat er voordien een andere fractie in onze zaal vergaderde. Mijn dank gaat uit naar onze leden van het presidium: Iñigo Méndez de Vigo en Klaus Hänsch, alsmede naar de vertegenwoordiger van alle leden van onze fractie in de Conventie, de voorzitter van onze groep Elmar Brok en tevens naar de overige collega's in de Conventie. U allen zult tijdens onze tweede vergadering in september de kans krijgen het woord te voeren als wij het verslag van de collega's Gil-Robles Gil-Delgado en Tsatsos bespreken. De methode van de Conventie is juist gebleken. Wij hebben destijds na Nice al in aanwezigheid van de voorzitter van de Raad gezegd dat er een andere methode nodig was, en onze fractie is altijd een pleitbezorger van de Conventie geweest. Nu is het geen geheim dat in onze overkoepelende fractie de groep van de Europese Volkspartij andere prioriteiten stelt dan de afgevaardigden van de Europese Democraten, onze Britse vrienden dus. Maar één ding kan ik namens de gehele fractie zeggen: het is van belang om de Europese bevoegdheden vast te stellen. Onze doelstelling is een daadkrachtig, niet een centralistisch Europa. Europa moet in staat zijn om in te grijpen waar de Europeanen gemeenschappelijk dienen te handelen. Niet iedere taak in Europa is een taak van Europa, maar als Europa moet handelen, moet het ook sterk zijn. Nu wordt gedefinieerd wat de Europese taken zijn. Nu moeten de afzonderlijke lidstaten zeggen: wat is de taak van de afzonderlijke landen, wat is de taak van de regio's en wat is de taak van de gemeenten? Het valt zeer toe te juichen dat in dit constitutioneel verdrag de grondslagen van subsidiariteit, evenredigheid alsmede het recht van beroep voor alle nationale parlementaire organen zijn gewaarborgd en er een kunstig vlechtwerk is gemaakt om de verschillende niveaus van de Europese Unie in balans te houden. We zijn vooral blij dat ook het gemeentelijk zelfbestuur in de grondwet is opgenomen. Het Europees Parlement zal - het exacte percentage ken ik niet - over ruim 90 procent van de wetgeving meebeslissen, en de werkzaamheden van de Raad worden eindelijk transparant; de deuren van de Raad moeten bij het vaststellen van de wetgeving worden geopend. De benoeming van de voorzitter van de Commissie zal op basis van de Europese verkiezingen dienen te geschieden. Ik roep de staatshoofden en regeringsleiders nu al op om de uitslag van de Europese verkiezingen van 2004, hoe die ook mogen uitpakken, mee te nemen in de benoemingsprocedure van de voorzitter van de Europese Commissie, ook al is de grondwet op dat moment nog niet van kracht. (Applaus) Onze fractie achtte het van groot belang dat ook het beleid van de minister van Buitenlandse Zaken ter goedkeuring aan het Europees Parlement zou worden voorgelegd. Uiteraard zijn niet al onze wensen gehonoreerd. Dat is ook onmogelijk. We hadden gewild dat het christelijk-joods erfgoed in de grondwet zou worden opgenomen. We hadden het liefst gezien dat in het buitenlands en veiligheidsbeleid de meerderheidsbeslissing tot grondslag was gemaakt, maar wij weten ook hoe lastig het is om de stemmen in de Raad te berekenen. Ik kan er slechts met klem voor waarschuwen - en daarover zijn we het geloof ik wel eens - om aan dit knappe compromis te tornen. Fungerend voorzitter Fini, minister van Buitenlandse Zaken Frattini, wij willen vertegenwoordigers - ik mijd uitdrukkelijk het begrip waarnemer - vertegenwoordigers dus van het Europees Parlement op de Intergouvernementele Conferentie hebben, die daar ook zonder belemmeringen hun steentje kunnen bijdragen. Dat is ons verzoek aan u. Tot slot: dit is een fantastisch project! Tijdens deze Intergouvernementele Conferentie rust er een enorme verantwoordelijkheid op uw schouders. Het is een fantastische kans, maar tevens een enorme bedreiging. Ik wens u veel succes in het belang van ons allemaal, want het gaat erom dat wij in de 21e eeuw de beschikking hebben over een juridische grondslag om onze conflicten in Europa, voortkomend uit botsende belangen, vreedzaam op te lossen. Zo waarborgt het recht de vrede. Ik wens u veel succes op de Intergouvernementele Conferentie! (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||