български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Hans-Gert Poettering
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie
in het Europees Parlement
op woensdag, 4 juni 2003

Voorbereiding van de Raad te Thessaloniki van 20/21 juni 2003 en bijeenkomst van de Trojka en van de landen die deelnemen aan het stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa




Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de voorzitter van de Raad, beste collega's, ik ben erg blij met het applaus dat de voorzitter van de Commissie heeft gekregen, omdat hij het werkelijk heeft verdiend. Hij heeft dit applaus verdiend voor zijn verklaringen, waarin de communautaire methode centraal stond, en ook ik zou de Conventie in het middelpunt van mijn bijdrage willen plaatsen. Ik zou allereerst onze leden in de Conventie en ook de voorzitter, Valéry Giscard d'Estaing, hartelijk willen bedanken voor het werk dat tot nu toe is verricht, maar wij hebben de finish nog niet bereikt. Als deze duidelijke vorderingen er in de afgelopen weken niet waren geweest, dan hadden wij vandaag wellicht nog moeten vrezen voor een mislukking. Daar ben ik nu niet meer bang voor. Maar we moeten nog meer vorderingen maken.

Onze fractie is stellig van mening dat er een gemeenschappelijk, afgerond ontwerp voor de grondwet zou moeten zijn, zonder verschillende opties. Wij willen dus geen voorstel van de Conventie dat vervolgens weer door de Intergouvernementele Conferentie opengebroken kan worden. In plaats daarvan willen wij een definitief concept, een definitief programma, dat dan hopelijk ook de instemming van de regeringen zal krijgen. Wij willen vooral één ding: in de preambule wordt gewag gemaakt van ons Griekse en Romeinse erfgoed, evenals van de Verlichting, en wij moeten erop staan dat ook het christelijk erfgoed in de preambule van de Europese grondwet wordt opgenomen, als onderdeel van onze identiteit zoals die zich in de loop der eeuwen ontwikkeld heeft.

(Applaus)

Wij eisen dat wij als Europees Parlement bij alle vraagstukken van Europese wetgeving gelijke rechten krijgen en met de Raad de rechten inzake de begroting delen, inclusief de financiële planning voor de middellange termijn.

Wat betreft de Commissie: wij willen een sterke Commissie, en wij verwelkomen het voorstel de voorzitter van de Commissie op basis van de verkiezingsuitslag voor te laten dragen door de staatshoofden en regeringsleiders, waarna het Europees Parlement de Commissievoorzitter zou moeten kiezen. Wij willen een sterke Commissie, want de Commissie vormt met het Parlement en natuurlijk ook met het Europese Hof van Justitie de kern van het gemeenschappelijke Europa. Wij eisen eveneens dat er in de Conventie een oplossing wordt gevonden omtrent de omvang van de Commissie, een oplossing die betekent dat de Commissie in staat is om op te treden, maar ook dat alle landen van de Europese Unie in de Commissie vertegenwoordigd zijn. Het is namelijk de wens van alle landen - ook van de kleine - om bij de Commissie aan tafel te zitten. Er zijn zeker mechanismen denkbaar, zowel rotatiemechanismen als de formule van juniorcommissarissen, om te bereiken dat niet alleen de grote landen een stoel aan de Commissietafel hebben, maar ook de kleine. Dat is voor ons gemeenschappelijk Europees project van grote psychologische betekenis.

Wij verlangen ook dat voor de benoeming van de Europese minister van Buitenlandse Zaken, die tegelijk vice-voorzitter van de Commissie moet zijn, en voor de benoeming van de hele Commissie de goedkeuring nodig is van het Europees Parlement. Het mag niet zo zijn dat er geen link bestaat tussen de minister van Buitenlandse Zaken en het Europees Parlement. Ook hij heeft de goedkeuring en het vertrouwen van het Europees Parlement nodig, en daarom willen wij dat hij deel uitmaakt van de Commissie als college, dat dan door ons goedgekeurd zal moeten worden.

Voor wat betreft de Raad kan ik hier grotendeels instemmen met wat de voorzitter van de Commissie heeft gezegd, en natuurlijk ook met wat de voorzitter van de Raad heeft gezegd, niet met alle details, maar met de algemene strekking. Daar waar de Raad wetgevend optreedt, hebben we echte transparantie nodig, en de Raad moet als wetgever in principe bij meerderheid van stemmen besluiten.

Dan de kwestie van het voorzitterschap van de Europese Raad. Er zit nu nog een formulering in het voorstel van het presidium van de Conventie die inhoudt dat de voorzitter van de Europese Raad geen deel mag uitmaken van een andere instelling. Ik zou het goed vinden - dat zeg ik nu echter op persoonlijke titel - als deze zin werd geschrapt. Men moet de mogelijkheid openhouden dat op een dag, als we ooit zover kunnen komen, de voorzitter van de Europese Commissie tevens de voorzitter van de Europese Raad zou kunnen zijn. Daarom hoop ik dat deze zin, die nu nog in het voorstel staat, wordt geschrapt.

(Applaus)

Ik kan alleen maar nadrukkelijk instemmen met datgene wat er over het Europese Hof van Justitie is gezegd. Mijnheer de voorzitter van de Commissie, ik wil u daarvoor uitdrukkelijk danken. Elk of nagenoeg elk optreden van de Europese Unie moet in overeenstemming zijn met het Europees recht, want alleen als het Europees optreden aan rechtsregels onderworpen is, is het gebaseerd op rechtsnormen en niet op politiek opportunisme. Daarom is het zo belangrijk dat de meeste terreinen van het gemeenschappelijk Europees optreden, op enkele uitzonderingen na, op het recht gestoeld zijn en ook onderworpen zijn aan het toezicht van het Europese Hof van Justitie. Want pas dan zijn we echt een rechtsgemeenschap. Dat moet ook voor kwesties inzake het intern beleid gelden.

Ik zou de voorzitter van de Raad willen bedanken voor het feit dat hij heeft gezegd dat het Griekse voorzitterschap zich zal beijveren om een resultaat te bereiken met betrekking tot het Statuut van de leden van het Europees Parlement. Mijnheer de voorzitter van de Raad, als we in de Raad niet tot een resultaat komen, dan vrees ik dat er nooit een Statuut van de leden van het Europees Parlement zal komen. We hebben ons nu, naar ik meen, vijftien jaar met de kwestie van het Statuut beziggehouden, en nu we gisteren een beslissing hebben genomen, nu we vandaag een beslissing nemen, hebben wij als Parlement aan onze verplichtingen voldaan. Ik hoop dat u erin zult slagen hetzelfde te doen. Mocht het u niet lukken, dan neemt de Raad een grote verantwoordelijkheid op zich. Daarom wens ik u van harte toe dat het u lukt om het Statuut van de leden van het Europees Parlement aangenomen te krijgen. Ik hoop tevens dat u erin zult slagen het statuut van de Europese politieke partijen aan te nemen, want voor alle Europese partijfamilies, zowel de grote als de kleine, is het zeer, zeer belangrijk dat er een partijstatuut komt dat transparantie en handelingsbevoegdheid garandeert, en ik zou u krachtig willen aanbevelen om deze wens ook de uwe te laten zijn.

Tot slot nog een opmerking over de buitenlandse politiek, die immers een grote rol zal spelen. Gisteren hadden wij de president van Algerije, de heer Bouteflika, hier bij ons. In deze dagen kijken we natuurlijk naar Oost-Europa. Wij stimuleren onze Poolse partner om in het weekend, komende zaterdag en zondag, tijdens het referendum 'ja' tegen Europa te zeggen, om 'ja' te zeggen tegen het lidmaatschap van de Europese Unie. Voor mij was het een prachtige ervaring toen ik afgelopen zondag bij een demonstratie voor de toetreding meeliep onder het scanderen van de leuze: Tak dla Polski! ‘Ja’ voor toetreding van Polen tot de Europese Unie!

Het gaat er echter om nu niet alleen naar het oosten te kijken, maar ook naar het zuiden, naar het Middellandse-Zeegebied. We moeten de dialoog met dit gebied werkelijk substantiëler maken, want wat we tot nu toe zien is hoofdzakelijk retoriek. Wij mogen het Middellandse-Zeegebied niet uit het oog verliezen, want als we het over de veiligheid van de grenzen hebben - en daarover moeten we het hebben, zowel als het gaat om de landen in het oosten als ten aanzien van de landen in het zuiden - mag er geen nieuwe muur ontstaan. We moeten de landen in het Middellandse-Zeegebied, in Noord-Afrika veel meer helpen, zodat we de mensen daar, vooral jonge mensen, kansen op een betere toekomst geven. Daarom moeten wij onze inspanningen nog versterken.

Ik wens u veel succes bij de Top in Thessaloniki. Als u deze beslissing neemt, dan heeft u de steun van onze fractie. Ik wens u, het Griekse voorzitterschap en ons allemaal in de Europese Unie veel geluk toe!

(Applaus)



EPP-ED TV Upcoming Events