![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van Hartmut Nassauer Voorzitter van de Duitse delegatie van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement Woensdag, 14 mei 2003 Initiatief ten behoeve van de nieuwe buurlanden en het Grote Europa Nassauer (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er zijn natuurlijk algemeen bekende en aanvaarde historische redenen voor de uitbreiding van de Europese Unie. Afgezien daarvan echter heeft bij ons besluit het feit een belangrijke rol gespeeld dat we de kloof op het vlak van welvaart, democratie en de rechtsstaat tussen het Westen en het voormalige Oostblok na de val van het IJzeren Gordijn niet konden laten voortbestaan. Wij hadden derhalve alle reden om de welvaart en democratie een kans te geven in de landen waar dit onder de Sovjetdictatuur niet mogelijk was. Met de uitbreiding verschuift deze welvaarts- en democratiegrens verder naar het Oosten, waardoor opnieuw de vraag rijst hoe wij met onze nieuwe buren samenleven. Het siert de Commissie dat zij zich zo intensief over dit vraagstuk buigt. Ik steun de uiteenzetting van de commissaris volledig op één punt na, mijnheer Verheugen, namelijk dat u dit alles zou kunnen bewerkstelligen zonder een uitspraak te doen over mogelijke toetredingen. Dat is mijns inziens een vergissing. Het is juist van groot belang dat wij in de loop van deze uitbreiding, waaraan wij nog lang de handen vol zullen hebben, duidelijk maken wie in de toekomst buurland en wie lidstaat van de Europese Unie zal zijn. Het is immers de hoogste tijd dat wij een antwoord geven op de vraag betreffende de grenzen van de Europese Unie, niet alleen in geografische zin. Reeds het Verdrag dwingt ons een antwoord te geven op deze vraag. In de mededeling van de Commissie wordt terecht geciteerd dat Europese landen een aanvraag kunnen indienen tot lidmaatschap van de Europese Unie. Wij moeten er evenwel over nadenken tot hoever de politieke unie waar wij naar streven kan worden uitgebreid, waar de grenzen van ons integratievermogen liggen, hoe de toekomstige structuren eruit moeten zien en welke vorm de Europese Unie moet aannemen. Dat hoeven wij niet vandaag definitief te regelen en dat kunnen wij ook niet, maar het is wel nadrukkelijk onderwerp van discussie binnen de Conventie. Wij hoeven nu geen besluit te nemen over de vraag of de Europese Unie een federale staat is of iets anders. Wij juristen spreken in dit verband graag van een constructie sui generis, maar dat neemt niet weg dat wij een antwoord moeten geven op de vraag betreffende de toekomstige lidstaten en buurlanden. Wij zijn immers duidelijkheid verschuldigd tegenover enerzijds onze burgers, die willen weten waar de grenzen liggen van het project van de Europese Unie, en anderzijds tegenover de buurlanden, die wij geen valse hoop mogen geven. Dit is een van de problemen in onze betrekkingen met onze belangrijke partner en bondgenoot Turkije. De vraag wat wij nu eigenlijk met Turkije willen, is te lang in het ongewisse blijven hangen. Ook uit de doelstelling van een "politieke unie" volgt een grens. Met de huidige uitbreiding bereiken wij een stadium dat wellicht nog een enkele afronding toelaat, maar een nieuwe grote uitbreidingsronde zou het integratievermogen van de Europese Unie bedreigen, het evenwicht tussen de 25 landen volledig verstoren en moet dus worden afgewezen. Bij verdere uitbreiding zou het zoveel energie vergen om de verschillende opvattingen onder een noemer te brengen en tot een gemeenschappelijk standpunt te komen, dat krachtdadig extern optreden onmogelijk wordt. Dat de uiteenlopende standpunten de Europese Unie verlammen is een van de lessen van de oorlog in Irak. Wie kan serieus geloven dat de opname van de landen van het Middellandse-Zeegebied, Turkije of zelfs Rusland de Unie sterker en krachtdadiger kan maken? Daarom kunnen wij het goede nabuurschap pas opbouwen als wij eerst een antwoord geven op de vraag naar de grenzen van de Europese Unie. |
|
||||||||||||||||||||||||