![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie in het Europees Parlement op woensdag, 14 mei 2003 Situatie in Irak Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, geachte collega's, in de nacht van maandag op dinsdag zijn in de hoofdstad van Saudi-Arabië, Riyad, ongeveer negentig mensen door een meedogenloze terreuraanslag om het leven gekomen, Saudiërs, Europeanen - voor zover wij weten Fransen, Britten, Duitsers en een Zwitser - en een Australiër. Dit toont opnieuw aan dat de uitdaging van het terrorisme een uitdaging is die niet alleen de Amerikanen, maar ons allemaal aangaat, en de les van deze verschrikkelijke terreuraanslag in Riyad zou moeten zijn, dat wij gezamenlijk met vastberadenheid overal ter wereld het terrorisme moeten bestrijden. De fungerend voorzitter van de Raad heeft terecht ook op Tsjetsjenië gewezen. Het Europese Parlement - in ieder geval onze fractie, maar ik denk ook de andere - zal er zeer nauwlettend op toezien dat er vorderingen worden gemaakt om te komen tot een vreedzame oplossing in Tsjetsjenië. Wij Europeanen moeten ons na de oorlog in Irak afvragen welke lessen wij uit deze ook voor Europa bittere ervaringen moeten trekken, en wij moeten zeggen dat er geen reden is voor defaitisme. Ik heb tijdens deze nare periode van onenigheid tussen de Europeanen vaak gehoord: zie je wel, het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid heeft helemaal geen zin. Ik zeg echter: wij moeten deze crisis als een kans zien en ervoor zorgen dat wij het in de toekomst beter doen dan tijdens de Irak-crisis en -oorlog. Voor alles moeten we eisen dat er, voordat een lidstaat of een aantal lidstaten een nationaal standpunt bepaalt en dit vervolgens naar buiten brengt, binnen de Europese Unie over deze standpunten overleg wordt gepleegd, zodat we uiteindelijk tot een gemeenschappelijk standpunt komen. (Applaus) Deze eis richten wij ook tot de beide Europese leden van de Veiligheidsraad. Er staat al in het Verdrag van Maastricht dat lidstaten die lid zijn van de Veiligheidsraad de partners in de Europese Unie moeten raadplegen voordat zij hun stem in de Veiligheidsraad uitbrengen, en dit moet de les van de afgelopen weken zijn. Ik zou hieraan toe willen voegen - en dit betreft onze verhouding met Amerika - dat degenen die menen dat de eenwording van Europa in tegenstelling met de Verenigde Staten moet worden gerealiseerd, Europa op zand bouwen, want wanneer wij Europa in tegenstelling met de Verenigde Staten zouden opbouwen, zou minstens de helft van alle Europeanen, of zelfs meer, het verenigde Europa de rug toekeren. Er bestaat dus in feite geen andere mogelijkheid dan een Europa op te bouwen dat zich beschouwt als een gelijkwaardige partner, en niet als een tegenstander, van de Verenigde Staten van Amerika. Ik voeg hier het volgende aan toe. Wij hebben een stem uit Amerika gehoord die Europa wil onderverdelen in het nieuwe en het oude Europa. Ik heb bij een bezoek in Warschau ervaren dat men dat soort dingen daar niet graag hoort. Ook Warschau, ook Polen is het oude Europa, met dezelfde wortels als wij, en wij staan niet toe dat iemand Europa in twee delen opsplitst. Nee, het is aan ons om gezamenlijk te handelen! Ik kom nu op Irak. Wij moeten er groot belang aan hechten dat de burgerlijke orde snel wordt hersteld, en wij zeggen vaak, wanneer wij het over de verhouding tussen Europa, de Europese Unie en de Arabische islamitische staten hebben, dat er geen clash of civilisation kan en mag bestaan, en datzelfde geldt natuurlijk ook voor de orde in Irak. Daar wonen sjiieten, sunnieten, christenen, Arabieren en Koerden, en ik vind dat één taak waarbij wij misschien kunnen helpen - en wanneer wij kunnen helpen, moeten wij dat doen -, moet zijn, dat daar een vreedzame orde en juist geen conflict tussen de verschillende religieuze of etnische groeperingen ontstaat. Op dit punt hebben wij, geloof ik, een belangrijke taak als Europese Unie, en namens onze fractie juich ik het toe, commissaris Nielson, dat u in Irak bent geweest. Natuurlijk is het erg moeilijk om nu hier in het Europees Parlement te zeggen of aan de VN een exclusieve rol moet worden toegekend, en om aan te geven welke rol wij als Europese Unie moeten spelen en welke rol voor anderen is weggelegd - de NAVO misschien, en de VS en Groot-Brittannië als de beide machten die daar hebben opgetreden. Dat is moeilijk te zeggen, maar wat wij wel kunnen zeggen, is dat wij alle betrokkenen oproepen, speciaal ook de Europeanen die daar aanwezig zijn - ook onze Poolse partners en vrienden -, om ervoor te zorgen dat wij Europeanen alles wat wij doen, gemeenschappelijk doen, en wel pas nadat wij het eens zijn geworden over gemeenschappelijke standpunten. Er liggen daar op humanitair gebied geweldige uitdagingen voor ons en ik vind dat wij een bijdrage kunnen leveren aan de veiligheid, de opbouw van een politiemacht, de watervoorziening, de gezondheidszorg en, meer in het algemeen, aan de totstandkoming van een nieuwe politieke orde. Laat mij ter afsluiting dit zeggen: er blijven natuurlijk ook vragen aan onze Amerikaanse vrienden en partners bestaan. Tot nu toe zijn er geen massavernietigingswapens gevonden. Ik vind dat er verder moet worden gezocht, want dat was immers de basis voor de interventie, en dat raakt natuurlijk ook de geloofwaardigheid van de politiek, en daarom moeten wij deze vraag ook erg serieus nemen. (Applaus) Wat wij nu moeten bereiken is dat ook het tot een vredesoplossing komt in het Midden-Oosten, in het conflict tussen Israël en Palestina - dat was ook onze grote hoop na de Koeweit-crisis in 1991, toen ik er een groot voorstander van was dat Koeweit bevrijd zou worden en dat er krachtig zou worden opgetreden tegen Saddam Hoesein. Wij moeten deze kans nu grijpen. De geloofwaardigheid van onze politiek zal er ook van afhangen of het lukt daar een vredesoplossing tot stand te brengen, en ik roep ons allen Europeanen op eensgezind en vastbesloten daaraan een bijdrage te leveren. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||