![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Elmar Brok
Voorzitter van de commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappeijke veiligheid en defensiebeleid in het Europees Parlement op woensdag, 9 april 2003 Uitbreiding Brok (EVP-ED), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, sta mij toe om aan het begin van mijn verklaring de medewerkers van de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid en de medewerkers van de fracties te bedanken die zich de afgelopen jaren zo intensief met dit onderwerp hebben beziggehouden om onze taak op basis van een brede meerderheid te kunnen voltooien. Mijn dank gaat in dit verband ook uit naar de rapporteurs voor de diverse landen. Sta mij toe om ook uitdrukkelijk mijn waardering uit te spreken voor de goede samenwerking met de succesvolle onderhandelaar van de Commissie. Ik zou de heer Verheugen graag persoonlijk voor deze samenwerking willen bedanken. Het hangt vandaag van ons af of de taak die wij ons gesteld hebben om Europa weer te herenigen, zal slagen. Het is niet de bedoeling om de afzonderlijke landen als het ware te laten verdwijnen, maar om hen na eeuwen van conflicten juist zodanig te herenigen dat zij nooit meer oorlog tegen elkaar zullen voeren. Het hangt van ons af of dat ook daadwerkelijk zal lukken. Wij hebben de mogelijkheid om Midden- en Oost-Europa deel te laten uitmaken van de stabiele, vreedzame en welvarende regio die West-Europa de afgelopen decennia is geweest. Belangrijk is dat dit op basis van een vrije keuze van de volkeren gebeurt en niet door een of andere vorm van pressie of dwang. Tegelijkertijd hebben wij de mogelijkheid om dit Europese continent zodanig te verenigen dat er niet alleen een vreedzame interne werking van uitgaat, maar dat wij ook naar buiten toe in staat zullen zijn om onze vreedzame taak uit te voeren en onze eigen, gemeenschappelijke belangen te behartigen. Daarom willen wij alle huidige en toekomstige lidstaten aan artikel 11 van het Verdrag van Nice herinneren, waarin de verplichting is opgenomen om ook bij buitenlandse kwesties op solidaire wijze samen te werken. Dat is naar mijn idee een aspect dat juist in deze periode van groot belang is. (Applaus) Sta mij toe om in dit verband ook een opmerking vanuit Duits perspectief te maken. Na deze uitbreiding van de Europese Unie zal mijn land in de toekomst geen buitengrenzen meer hebben, met uitzondering van de grens met Zwitserland. Dat wil zeggen dat wij dus ook niet langer over potentiële oorlogs- of conflictgrenzen beschikken. Wat dat in de historie van mijn volk betekent, hoef ik hier niet nader uit te leggen. Ik geloof dat wij zo de wens van Konrad Adenauer in vervulling laten gaan die ooit gezegd heeft dat Duitsland politiek gezien in een andere geografische situatie terecht zou moeten komen. Naar mijn idee is dat ook de beste oplossing die er voor een vreedzame ontwikkeling bestaat. Ik wil dan ook graag juist in deze tijd de burgers van de nieuwe EU-lidstaten bedanken die ons een handreiking hebben gedaan. Wij zullen die uitgestoken hand vastpakken om onze volkeren dichter bij elkaar te brengen, zelfs als onze regeringen dat niet altijd op alle terreinen even goed opgepakt hebben. In dit verband zou ik de verklaring van de Tsjechische president Vaclav Klaus van afgelopen maart uitdrukkelijk in mijn dankbetuiging willen betrekken. Er moet echter nog veel gebeuren. De kandidaat-landen hebben de verplichting om op het gebied van de administratie, de justitiële capaciteit, de bestrijding van corruptie en het waarborgen van de rechten van minderheden nog aanzienlijke vooruitgang te boeken. Het is noodzakelijk dat het controleproces dat in gang gezet moet worden, ook nauwlettend door het Europees Parlement wordt gevolgd om te waarborgen dat het acquis communautaire altijd in acht wordt genomen. Uiteraard moet daarbij wel rekening gehouden worden met de aanloopmoeilijkheden en de overgangsregeling. Onderdeel van dit proces is ook dat de burgers van de Europese Unie op deze manier gelijke rechten krijgen, dat er geen discriminatiemogelijkheden meer zullen zijn, dat er een rechtsbescherming tegen discriminatie zal bestaan en dat daardoor een adequate veiligheid en zekerheid wordt gewaarborgd. Daarom is het zinvol om de Europese volken op deze manier bij elkaar te brengen. Ik vind het buitengewoon belangrijk om in dit verband op te merken dat de Europese Unie met nog meer landen uitgebreid zou kunnen worden. Ik denk daarbij in eerste instantie aan Bulgarije en Roemenië. Bij een volgende uitbreiding zullen we echter ook een nieuwe doelstelling moeten formuleren over de omvang van de Europese Unie: hoe groot kan de Europese Unie worden zonder zichzelf de das om te doen? Wij hebben een Unie gecreëerd die vergeleken met andere bondgenootschappen volledig uniek is. Wij hebben namelijk een Unie die een interne wijze van conflictoplossing als instrument gebruikt voor het oplossen van conflicten tussen volkeren. Door de gemeenschappelijke rechtsorde en instellingen is de Unie geen gewone alliantie zoals wij die van vroeger kennen. Wij zullen echter moeten afwachten wat de kracht van deze, zeg maar, pseudo-rechtsorde zal zijn, zodat wij daarna kunnen bepalen wat de mogelijkheden van de Europese Unie zijn en op welke taken zij daarentegen niet berekend is. Daarnaast moeten wij het overleg voortzetten dat de Commissie onlangs in gang heeft gezet over de wijze waarop wij de betrekkingen met de buurlanden kunnen onderhouden zodat er geen nieuwe muren in Europa ontstaan. Wij moeten ernaar streven om met onze buurlanden die geen lid van de Europese Unie kunnen of willen zijn, geprivilegieerde nabuurbetrekkingen op te bouwen en om vreedzaam met en naast elkaar te leven. Ik roep u dan ook namens de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid op om vandaag de toetreding van alle tien de kandidaat-landen steunen. |
|
||||||||||||||||||||||||