български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer Hans-Gert Poettering
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie
in het Europees Parlement
op woensdag, 12 maart 2003

Irak




Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, het verheugt ons dat u hier aanwezig bent, en we hopen dat we u hier onder het Griekse voorzitterschap nog vaker zullen kunnen begroeten. Commissaris Patten, beste collega’s, als het om oorlog en vrede gaat, voeren we de discussie niet alleen met ons verstand, maar ook met het hart. Dat kan niet anders. We moeten echter steeds in het achterhoofd houden dat we uiteindelijk een bedreiging onschadelijk maken. Hopelijk stellen we hiermee ook de vrede veilig.

Voor we aan een analyse beginnen moeten we eerst vaststellen hoe de situatie er precies uitziet. We zouden dit debat niet hoeven te voeren als het misdadigersregime van Saddam Hoessein niet de dienst uitmaakte in Bagdad. Ook de VN-Veiligheidsraad zou zich dan niet hoeven te buigen over dezelfde vraag waar wij ons nu mee bezig houden. We moeten steeds duidelijk stellen dat het regime van Saddam steunt op een geheime dienst, en op geweld, moord en terreur. Ik ben het volledig eens met de voorzitter van de Raad wanneer deze zegt dat Irak volledig moet ontwapenen. Beste collega’s, we moeten, vóór we onze blik op Amerika richten – en dat zal ik zo doen –, en voordat we kritiek leveren op de Amerikanen, toch steeds blijven bedenken dat het hierom gaat: Saddam Hoessein moet volledig ontwapenen. Dat is uiteindelijk de kern van het probleem.

(Applaus)

Dames en heren, laten we dan nu naar Amerika kijken. Ik vind het uiterst zorgwekkend dat Amerika overal - en dus niet alleen in Europa - in het beklaagdenbankje wordt gezet. Ik had graag dat we de discussie met onze Amerikaanse vrienden en partners op een iets redelijker toon zouden kunnen voeren.

Ik herinner me de debatten in Brussel daags na de terreuraanslagen in Washington en New York op 11 september 2001 nog heel goed. Laat ons eens terugdenken aan dat moment op die dag, 11 september 2001, toen we een paar uur lang rekening moesten houden met de mogelijkheid dat ook het centrum van de besluitvorming in de VS – en dus niet alleen het Pentagon, maar ook het Witte Huis en het Capitool – getroffen zou kunnen worden. Dan zouden de Verenigde Staten niet meer in staat zijn geweest te reageren. Dat zou een ramp geweest zijn. Wij zeggen dus: het is goed dat de Verenigde Staten er zijn. Wij zijn vrienden en partners van de Verenigde Staten. Zo denkt onze fractie erover.

(Applaus)

We mogen niet vergeten dat de Verenigde Staten grote historische prestaties hebben verricht. In de twintigste eeuw heeft de VS de strijd aangebonden met het nationaal-socialisme en het communisme. Als we het nu over de Verenigde Staten hebben, moeten we ons er steeds van bewust blijven dat Amerika een democratie is, en dat de Amerikanen moeilijke situaties steeds met democratische middelen hebben opgelost. Dat zal ook nu weer zo zijn.

Het is verder van belang dat we bedenken dat Saddam nu aan het ontwapenen is. Het gaat daarbij om wapens waarvan hij steeds beweerde dat hij ze niet bezat: al-Samoud 2-rakketen en wie weet zenuwgas en miltvuurbacteriën. Als hij nu bereid is deze wapens geleidelijk aan onschadelijk te maken, dan is dat omdat de Amerikanen rond de 260.000 manschappen in de regio gestationeerd hebben. Het zou een geweldige prestatie van president Bush zijn, als hij er door het uitoefenen van deze druk – de aanwezigheid van deze troepenmacht – in zou slagen Irak te ontwapenen. Met vreedzame middelen dus.

(Applaus)

Dit moet heel duidelijk gezegd worden. Ik spreek voor heel mijn fractie - al moet je er altijd rekening mee houden dat over een dergelijk belangrijk onderwerp de meningen wel uiteen moeten lopen. Mijn fractie is de mening toegedaan dat onze morele kracht voortspruit uit het respect voor het recht. Daarom zeggen wij net als commissaris Patten en de fungerend voorzitter van de Raad Papandreou dat elk optreden tegen Irak binnen het kader van het internationaal recht gestalte moet krijgen, met instemming van de internationale gemeenschap. Wij hopen daarom dat de Verenigde Naties zullen bijdragen tot de volledige ontwapening van Irak met vreedzame middelen.

Laten we ook eens naar onszelf, naar Europa, kijken. Wij zijn er immers altijd als de eerste bij om kritiek te leveren op Amerika. Het is echter niet zo dat er te veel Amerika is - er is juist te weinig Europa. Het is een slechte zaak als elke regering in de kwestie-Irak haar eigen weg kiest, zonder eerst met de andere regeringen te hebben overlegd.

(Applaus)

Ik wil geen kritiek uitoefenen op specifieke regeringen, maar ik wil wel graag kwijt dat de grootste zwakheid van Europa erin bestaat dat iedereen meent zijn eigen weg te moeten gaan, zonder met de anderen rekening te hoeven houden. Als we zo doorgaan zullen we in deze wereld nooit iets bereiken, en we zullen op deze wijze zeker geen invloed kunnen uitoefenen op onze Amerikaanse vrienden. We moeten ons daarom de volgende vraag stellen: wat kunnen wij, Europeanen, ondernemen om ervoor te zorgen dat we onze waarden in deze wereld ingang kunnen doen vinden? De fungerend voorzitter van de Raad heeft dat heel correct geformuleerd.

Ik wil daar graag twee opmerkingen aan toevoegen. We moeten alle - vredelievende - middelen die ons ter beschikking staan inzetten om ervoor te zorgen dat deze confrontatie met het gangsterregime in Irak niet ontaardt in een confrontatie met de Arabische wereld. Ik zou het daarom toejuichen, mijnheer de Voorzitter, als het plan om de Algerijnse president Bouteflika of de Egyptische president Moebarak uit te nodigen om hier de plenaire vergadering toe te spreken spoedig verwezenlijkt werd. We zouden daarmee laten zien dat het onze wens is partners en - indien mogelijk - vrienden te zijn met de islamitische en Arabische wereld.

Het verheugt ons dat het bezoek van de Franse president aan Algerije een groot succes is geweest. Hij heeft gezegd dat we aan de mediterrane dialoog meer aandacht moeten schenken. Ik hoop, net als ieder ander, dat het niet bij woorden blijft, maar dat er ook daden zullen volgen. En dan niet alleen daden in de zin van politieke samenwerking. We moeten de mensen in Noord-Afrika ook helpen zichzelf te helpen. Dan hebben ze een toekomst, en zullen ze niet op het slechte pad gebracht worden van welke vorm van geweld dan ook. De volkeren in de Arabische wereld moeten onze vrienden en partners zijn.

Ter afsluiting het volgende: er is nu een nieuwe regering in Israël. Wij dringen er bij minister-president Sharon op aan dat hij zijn sterke positie benut om een stap in de richting van de Palestijnen te doen. Er moet een vreedzame oplossing gevonden worden, met een Israëlische staat met veilige grenzen, en een Palestijnse staat, waarin de Palestijnen een waardig bestaan kunnen leiden.

Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, als we ons voor deze doelstellingen sterker inzetten - en dan niet elk land van de Europese Unie voor zich, maar samen -, dan kunnen we bewerkstelligen dat onze waarden, vrijheid, vrede en democratie, in deze wereld meer respect krijgen.

(Applaus)



EPP-ED TV Upcoming Events