български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken

up one level
Toespraak van de heer James Elles
Vice-Voorzitter van de EVP-ED-Fractie
in het Europees Parlement
op dinsdag, 11 maart 2003

Beleidsstrategie van de Europese Commissie 2004/ Begrotingsrichtsnoeren 2004


Elles (EVP-ED). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste waardeert de PPE-DE-Fractie het zeer dat de Commissie ons vanochtend deze documenten voorlegt. Het is een historische en unieke gebeurtenis. Dit is immers de eerste keer in onze geschiedenis dat we de kans krijgen tegelijkertijd te debatteren over de begrotingsrichtsnoeren en de beleidsdocumenten, zodat we de prioriteiten nu direct aan de beschikbare middelen kunnen koppelen. Het is jammer dat de Raad niet vertegenwoordigd is want die zou in dit debat ook een rol kunnen spelen.

Ik zal beginnen met het algemene document dat vanochtend is overlegd door de Commissie. Er wordt in uiteengezet hoe de financiering van de Unie er na 2006 uit moet zien en er komt terecht in ter sprake wat voor soort project we eigenlijk willen dat de Unie wordt. Over welke bevoegdheden moet de Unie bijvoorbeeld beschikken? Zijn er grenzen aan de geografische omvang van de Unie? En zo is er nog een hele reeks andere zaken die ons begrotingsdebat in het juiste perspectief plaatst. Ik zal nu eerst op de inhoud ingaan.

Het is goed om een reeks ideeën te hebben, die door werkgroepen van de Commissie op het gebied van vrede en welvaart of duurzame ontwikkeling verder worden uitgewerkt. Maar de externe dimensie van de Unie, dat blijkt een onderwerp te zijn dat buiten het terrein van de werkgroepen ligt. Zoals de voorzitter van de Commissie over de huidige context al zei, lijkt het relevant voor ons om over substantiële zaken na te denken, zoals: hoe zal het transatlantisch partnerschap er over vijf jaar tijd uitzien?

Wij hebben om een verslag gevraagd, maar dat is er niet gekomen. Toch hadden we in de begroting voor dit jaar, 2003, wel een verzoek om een dergelijk verslag laten opnemen. Als iemand vraagt: - Wat moeten de strategische prioriteiten van de Unie tot 2007 zijn op extern terrein?-, dan valt er nu immers een dodelijke stilte.

Verder moeten we wat de procedure betreft er rekening mee houden dat deze Commissie, hoewel zij zeer actief vooruitkijkt naar de volgende financiële vooruitzichten, ons in theorie tot 2013 kan meevoeren en dan zijn we niet één, maar zelfs twee Commissies verder. Om het in 2003 al te hebben over 2013 lijkt nogal ver weg.

In dit verband wil ik de voorzitter van de Commissie een gerichte vraag stellen. In de laatste zin van dit interessante document staat dat de looptijd van de volgende financiële vooruitzichten gekoppeld zou kunnen worden aan de vijfjarige periode van het mandaat van de Commissie en het Parlement. Wil dat zeggen dat de financiële vooruitzichten de periode tot 2010 zouden beslaan in plaats van de periode tot 2013? De PPE-DE-Fractie is voorstander van het idee dat de financiële vooruitzichten een periode van vijf jaar beslaan. Ik zou op dat punt graag wat meer duidelijkheid zien.

Toen u het over de Commissie had, mijnheer de voorzitter, noemde u ook de Conventie. Als we van het vooruitzicht uitgaan dat de Unie na 2006 500 miljoen of meer inwoners telt, hoe is het dan mogelijk om zo’n Unie te besturen met minder commissarissen dan we er nu hebben? Op het moment lijkt binnen het Parlement het idee in zwang te zijn dat we toe moeten naar tien tot twaalf commissarissen. Ik begrijp niet hoe we toe zouden kunnen met een Commissie die slechts bestaat uit tien tot twaalf commissarissen, terwijl de meeste regeringen minstens 30 tot 35 ministers nodig hebben om hun land te besturen. We hebben het hier immers over de Europese Unie, een veel grotere onderneming, dus waarom zouden we geen 30 tot 35 commissarissen hebben?

Het lijkt me niet meer dan logisch dat we in het kader van de Unie van morgen die richting uitgaan.

De prioriteiten in de begroting voor het jaar 2004 worden in het document over de jaarlijkse beleidsstrategie duidelijk beschreven waar het gaat om de drie punten die aan de orde worden gesteld. Op het gebied van de duurzame ontwikkeling, lijkt het ons verstandig de milieuaspecten beter te integreren. Verder is de PPE-DE-Fractie benieuwd naar het document over het verbeteren van onze relaties met onze buren op het gebied van veiligheid en stabiliteit. Maar we zijn toch vooral geïnteresseerd in het uitbreidingsproces en in hoe we ervoor kunnen zorgen dat we onze verplichtingen nakomen en de nieuwe lidstaten vanaf 1 mei 2004 volledig integreren in de Unie.

Wij delen de mening dat de procedure die gevolgd wordt bij de behandeling van deze beleidsstrategieën door de diverse commissies en vervolgens tijdens de begrotingsprocedure van groot belang is voor ons om te kunnen zien of alles goed op elkaar afgestemd wordt.

Wij plaatsen vraagtekens bij de aanzienlijke uitbreiding van het personeel met 780 mensen en vragen ons met name af of we zo'n groot aantal ambtenaren op de tolk- en vertaalafdelingen nodig hebben.

Nu kom ik, tot slot, toe aan de prioriteiten van mijn fractie tijdens de begrotingsprocedure. We blijven trouw aan de drie aspecten die we belangrijk vinden en die we bij vorige begrotingen als richtlijn hebben gehanteerd. Ten eerste is dat het voltooien van de hervorming van de instellingen. Dat was immers het uitgangspunt van deze Commissie. We willen ervoor zorgen dat deze hervormingen aan het einde van ons mandaat zijn afgerond. Er zijn op dat terrein echter nog steeds ergernissen. Gisteren kwam een document ter sprake, dat deels werd geciteerd in de pers, over de voortslepende affaire rond de geschorste hoofdaccountant. We willen dat document graag te zien krijgen. Zo geheim is het immers niet. De meeste leden, waaronder ikzelf, hebben er een kopie van. Waar komt die angst toch vandaan, die wens om een document geheim te houden dat in feite al half bekend is? We willen dat document zo spoedig mogelijk te zien krijgen.

Ten tweede is er de kwestie van de subsidie onder hoofdstuk A-30, een specifiek, maar uiterst gevoelig onderwerp voor het Parlement. We willen duidelijkheid over wat de Commissie zal voorstellen met betrekking tot deze subsidies voor bepaalde instellingen. De meningen in het Parlement, over wat al dan niet voor subsidie in aanmerking komt, zijn verdeeld en het is noodzakelijk om op dat punt tot een gezamenlijke benadering komen.

Mijn laatste opmerking betreft een brief van de secretaris-generaal over de actie die wordt ondernomen naar aanleiding van parlementaire stukken. Uit de brief blijkt dat tenminste 25 tot 30 procent van de verslagen waar we in dit Parlement om vragen nooit wordt opgesteld. Als het gaat om parlementaire resoluties die worden aangenomen naar aanleiding van COS-documenten, blijkt dat van de 490 verzoeken die we vorig jaar hebben ingediend er 104 niet zijn gehonoreerd door de Commissie. We willen opheldering over het feit dat de Commissie niet doet waar het Parlement om vraagt en we hebben zeker het gevoel dat hierbij tijdens de begrotingsprocedure moet worden stilgestaan, als de Commissie niet wenst in te gaan op verzoeken van het Parlement.

Ik wil ter afsluiting zeggen dat dit een cruciaal moment is in deze begrotingsprocedure. De Commissie heeft een aantal nuttige voorzetten voor het debat gegeven, waarbij verder wordt gekeken dan 2004. Ik hoop dat ons Parlement aan het einde van de procedure in het belang van onze burgers de juiste conclusies zal kunnen trekken.

(Applaus)



EPP-ED TV Upcoming Events