![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie in het Europees Parlement op dinsdag, 14 januari 2003 Werkprogramma van het Griekse voorzitterschap Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Europese Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, geachte collega's, onze Fractie van de Europese Volkspartij en Europese Democraten wenst het Griekse voorzitterschap alle succes ! (Interruptie van de heer Cohn-Bendit: Nee, ik heb gezegd jullie zijn de burgerpartij !) Het gaat wel van mijn spreektijd af als de heer Cohn-Bendit voortdurend interrumpeert. De Fractie van de Europese Volkspartij en Europese Democraten wenst u alle succes; wij zullen als oprechte partner met u samenwerken. Ik zeg dat uitdrukkelijk in overleg met onze Griekse vrienden. Om dit te onderstrepen, mijnheer de voorzitter, zal Antonios Trakatellis dadelijk ook nog het woord voeren. Wij zijn met name verheugd dat de ondertekening van de verdragen met de landen die tot de EU toetreden, op 16 april bij de Akropolis of niet ver daarvandaan zal plaatsvinden. Daardoor wordt symbolisch tot uitdrukking gebracht dat op de plaats waar de wortels van de democratie in de oudheid liggen, namelijk in Athene, het startschot zal weerklinken voor het lidmaatschap van landen uit Midden-Europa die er na de verschrikkelijke nationaal-socialistische en communistische perioden in zijn geslaagd om een democratie tot stand te brengen. Mijnheer de voorzitter, wij zijn het volledig met u eens wat het herstel van de vrede op Cyprus betreft. Dat geldt ook voor de pretoetredingsstrategie voor Bulgarije en Roemenië. Wij hebben wel een dringend verzoek aan u in verband met de Balkan. Wij zijn er net als u van overtuigd dat deze landen uitzicht moeten hebben op toetreding tot de EU. Wij moeten daarbij wel de kanttekening maken - en u heeft zelf het woord later gebruikt - dat het een perspectief op lange termijn betreft. De mensen in de huidige Europese Unie moeten namelijk eerst de toetreding van tien landen kunnen verwerken voordat zij zich op de toetreding van nog meer landen in kunnen stellen. Wij moeten niet te veel van hen verlangen en de indruk wekken dat de Balkan-landen morgen al lid van de EU zullen worden. Daarom moeten wij altijd erbij vermelden dat het om een langetermijnproces gaat. Wij willen er bij u sterk op aandringen om een initiatief te ontwikkelen voor het Middellandse-Zeegebied en het Barcelona-proces. Ik vind het een beangstigende gedachte dat we elke week weer mee moeten maken hoe boten uit Marokko die de Spaanse kust willen bereiken, door een storm omslaan, waarbij steeds weer mensen om het leven komen. Dat vind ik onaanvaardbaar. In het kader van het immigratiebeleid, maar ook in het kader van de ondersteuning van de zelfhulp voor het Middellandse-Zeegebied, moeten wij de landen waar deze mensen vandaan komen ontwikkelingsmogelijkheden bieden. Natuurlijk moeten de regeringen daar zelf ook hun steentje aan bijdragen. Als u op dat gebied initiatieven neemt, kunt u op onze volledige medewerking rekenen. Dan de Conventie. Uw minister van Buitenlandse Zaken, de heer Papandreou, zal deel uitmaken van die Conventie en wij zullen hem - naar ik hoop - zonder twijfel vaak hier in het Parlement mogen verwelkomen. Anderen hebben wat dat betreft al het goede voorbeeld gegeven. Wij willen een Europese grondwet. Die opmerking maak ik namens het EVP-gedeelte van onze fractie. Wij willen een Europese grondwet en wij willen een Europese democratie. Wij willen ook een daadkrachtig Europa en een transparant Europa. Dit Europa dient op een gemeenschappelijk Europa gegrondvest te worden. Wij zijn ervan overtuigd, mijnheer de voorzitter van de Europese Raad, dat u dit streven eveneens ondersteunt. Wij willen dat de Conventie eind juni afgerond is. Daarna kan een korte Intergouvernementele Conferentie volgen zodat wij al tijdens het Italiaanse voorzitterschap de Europese grondwet kunnen verwelkomen. Over het Lissabon-proces zijn inmiddels veel terechte opmerkingen gemaakt. Wij zijn het er echter over eens, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dat wij de capabele wetenschappers alleen maar voor Europa kunnen behouden als wij in staat zijn om onze belastingstelsels zodanig te hervormen dat investeringen en ondernemingszin in Europa weer de moeite waard zijn. Wij moeten in dat verband ook bereid zijn om een flexibeler arbeidsrecht te ontwikkelen en onze sociale zekerheidsstelsels aan te passen zodat er sprake is van meer eigen verantwoordelijkheid en er een koppeling tussen subsidiariteit en solidariteit wordt gelegd. Dit Europa moet een concurrerend Europa worden. Daarom moet het altijd lonend zijn om te werken en moeten wij initiatieven van mensen stimuleren. Daarnaast moeten wij de burgers met name niets beloven wat de Europese Unie niet na kan komen. Ik roep u dan ook op om uw coördinerende werkzaamheden te richten op belastingverlagingen voor bedrijven en op hervormingen van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheidsstelsels. Wat het buitenlands beleid betreft, hebben we met twee belangrijke kwesties te maken, mijnheer de voorzitter van de Europese Raad. In de eerste plaats Irak. Wij moeten de dreiging van massavernietigingswapens onderkennen. Als deze wapens ons of andere regio's in de wereld bedreigen, moet degene die over dergelijke wapens beschikt daar afstand van doen. Alles wat wij in dat verband ondernemen, moet echter in het kader van de Verenigde Naties plaatsvinden; dat is de enige juiste manier. Als u op dit gebied een gemeenschappelijk Europees standpunt ontwikkelt dat gebaseerd is op de resoluties van de Verenigde Naties, zullen wij u daarbij steunen. Het is onaanvaardbaar als een bepaalde regering in Europa zou zeggen: -Maar dan wel zonder ons. Het maakt niet uit wat de Verenigde Naties besluiten, maar wij doen niet mee-, of als een andere regering de indruk zou wekken: -Wat er ook gebeurt, wij kiezen partij voor de Verenigde Staten-. Wij moeten een verantwoord Europees beleid ontwikkelen en ik roep u op een gemeenschappelijke Europese weg in te slaan. (Applaus) Mijnheer de voorzitter van de Europese Raad, nu de tweede kwestie. U heeft op de samenwerking met Rusland gewezen en in mei van dit jaar zult u een bijeenkomst in Sint Petersburg bijwonen. Wat op dit moment in Tsjetsjenië gebeurt is verschrikkelijk. Het feit dat de Russische regering het mandaat van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa niet wil verlengen, vormt een inbreuk op onze gemeenschappelijke beginselen van menswaardigheid. Ik heb een oproep aan u: Als u in Sint Petersburg bent - een prachtige stad en zonder twijfel de etalage van Rusland - verzoek ik u om deze kwestie niet alleen ter sprake te brengen, maar om de Russische regering ook van tevoren al duidelijk te maken dat het mandaat van de OVSE verlengd dient te worden. Wij verwachten dat de door ons ingestelde ad-hocdelegatie van het Europees Parlement voor Tsjetsjenië ook de mogelijkheid krijgt om het gebied daadwerkelijk te bezoeken. U heeft een aantal keren op de normen en waarden gewezen, mijnheer de voorzitter, en daar ben ik blij om. Wij kunnen namelijk alleen maar geloofwaardig overkomen als wij deze normen en waarden - zowel op economisch vlak als op het gebied van de mensenrechten - niet alleen hanteren voor onze democratische Europese Unie waar de omstandigheden op dat gebied goed zijn. Wij moeten deze normen en waarden ook hanteren voor de mensen die op de drempel van de EU staan of zich elders in de wereld bevinden. Dat betekent dat wij onze stem moeten verheffen en ik zou u willen oproepen om dat in Sint Petersburg ook daadwerkelijk te doen. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||