![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering,
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op dinsdag, 5 februari 2002 Situatie in het Midden-Oosten Poettering (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de hoge vertegenwoordiger, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, door de gebeurtenissen van 11 september en de gebeurtenissen in Afghanistan en het Midden-Oosten is de vredesregeling in Macedonië naar de achtergrond verdrongen. Daar heeft zowel de heer Solana als de heer Patten over gesproken. Ik wil hen beiden en alle anderen die zich hebben ingezet voor de vrede in Macedonië hartelijk danken. Dit is een geweldig succes voor de Europese Unie en u heeft zich er volledig voor ingezet! Daarvoor wil de Fractie van de Europese Volkspartij u danken! (Applaus) In deze dagen en weken zijn onze ogen op het oosten gericht. Over een aantal jaren treden er nieuwe landen tot de Europese Unie toe. Ik wil evenwel onderstrepen wat de hoge vertegenwoordiger gezegd heeft: voor de veiligheid in Europa is het belangrijk dat er vrede in het Midden-Oosten komt en dat wij als Europeanen vreedzaam en goed samenwerken met alle landen in het Middellandse Zeegebied. Wij benadrukken eveneens dat wij de mensen centraal moeten stellen als wij over deze problemen spreken en dat iedereen gelijkwaardig is aan elkaar. Dat geldt voor christenen en niet-christenen in Europa, voor joden, Israëliërs in Jeruzalem of Tel Aviv en voor Palestijnen, moslims in Ramallah of in de Gazastrook. Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de mensenrechten in Europa, de islamitische wereld of waar dan ook wereld. (Applaus) Wij zijn het eens met de heren Solana en Patten dat wij een dialoog en partnerschap nodig hebben. Daar hoort ook bij dat wij de waarheid spreken en onverantwoorde uitspraken verwerpen. De Israëlische minister-president Ariel Sharon heeft donderdag in het Israëlische dagblad Maariv gezegd – en ik citeer letterlijk: ‘In Libanon’ – dus in 1982 – ‘is besloten Arafat niet te elimineren. Om eerlijk te zijn betreur ik het dat wij hem niet geëlimineerd hebben.’ Dat is een onverantwoorde uitspraak die tot oorlog leidt. Dit is geen uitspraak die tot verzoening leidt! (Applaus) Ik vind het moeilijk om dit, ook gezien mijn nationaliteit – ik ben na de oorlog geboren – hier te zeggen. De uitspraak van de Israëlische minister-president naar aanleiding van onze kritiek op zijn houding dat er in Europa sprake is van een groeiend antisemitisme is mijn ogen toch wel cynisch. Wij zijn absoluut niet antisemitisch! Wij willen dat Israël in vrede en met veilige grenzen leeft. Wij staan achter de Israëliërs. Dit heeft absoluut niets met antisemitisme te maken! Wij wijzen deze uitspraak derhalve beslist van de hand! (Applaus) Uiteraard stellen wij ook eisen aan de heer Arafat. Hij heeft een aantal dagen geleden een opmerkelijk artikel in de New York Times geschreven. Daarin zegt hij dat hij zich meer wil inzetten in de strijd tegen het Palestijnse terrorisme. Daarmee geeft hij aan dat hij tot dusver misschien nog niet al het noodzakelijke gedaan heeft. Derhalve verzoeken wij de heer Arafat nu zijn invloed beter aan te wenden. Wij weten evenwel dat hij niet over alle groepen in Palestina de controle heeft. De heer Solana heeft over de wapenleveranties van de ‘Karine-A’ gesproken. Wij willen eveneens weten waarvoor die wapens bestemd waren. Wij verzoeken de heer Arafat ons hierover de noodzakelijke informatie te verschaffen! Mijns inziens wacht de Europeanen en Amerikanen een grote taak. De Amerikanen moeten evenwel inzien dat Israël en Palestina gelijkwaardig behandeld moeten worden en dat beide gelijk zijn aan elkaar. De minister van Buitenlandse Zaken Powell heeft een aantal dagen geleden in een interview nog gesproken over het bestaansrecht van Palestina, het recht om een zelfstandige staat te vormen. Dat juichen wij toe. Mijns inziens moeten de Europeanen en de Amerikanen samen de taak hebben zich in te zetten voor de vrede in deze regio. Uiteraard is de heer Arafat de gekozen leider van de Palestijnen. Als wij hem niet als gesprekspartner accepteren, kan er geen vrede komen en geen dialoog ontstaan! Derhalve verzoeken wij de heren Sharon en Arafat een aanzet tot vrede te geven door met elkaar te gaan praten. Daardoor krijgen de mensen in deze regio, in het Midden-Oosten een menswaardige toekomst. Iedereen die zich daarvoor inzet, zoals de heren Solana, Patten en anderen, kan op de volledige steun van onze fractie rekenen! (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||