български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken


Toespraak van de heer Hans-Gert Poettering,
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie,
in het Europees Parlement
op dinsdag, 11 december 2001

Indiening door de heer Prodi van het werkprogramma van de Commissie voor 2002 alsmede toelichting bij de mededeling over de toekomst van de Unie "Hernieuwing van de communautaire methode"



Poettering (EVP-ED). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de voorzitter van de Raad, mijnheer de Commissievoorzitter, geachte leden van de Commissie en waarde collega' s, het is niet zeer gebruikelijk dat fractievoorzitters iemand lof toezwaaien en blijk geven van hun waardering. Wanneer dit gebeurt, dan richten wij ons normaal gesproken tot onze Voorzitter, die ons hiertoe maar al te vaak aanleiding geeft. Maar vandaag zou ik mijn erkenning willen uitspreken aan de Raad. Aan u, mevrouw Neyts-Uyttebroeck, in uw hoedanigheid van voorzitter van de Raad, omdat u, zoals de Voorzitter net zei, voor het eerst in ons midden bent. Ik had immers de vorige keer bekritiseerd dat de Raad niet aanwezig was. Wanneer de Raad een goed beleid voert, ook wat de arbeidsmethoden betreft, dan weten wij dit ook te waarderen. U bent Belgische, u bent het Belgische voorzitterschap van de Raad. Ik zou u namens de Fractie van de Europese Volkspartij/Europese democraten niet alleen voor uw aanwezigheid hier, vandaag willen bedanken, maar ook voor uw geëngageerde optreden als voorzitter van de Raad.

(Applaus)

Ik richt mij thans tot de voorzitter van de Commissie. Wij als EVP-ED-Fractie waarderen de Commissievoorzitter, zijn integriteit en zijn goede wil ten zeerste. Maar wanneer wij gezamenlijk successen willen boeken, dan moeten deze successen gebaseerd zijn op waarachtigheid en op adequate arbeidsmethoden en –structuren. Mijnheer Prodi, u bent er natuurlijk van op de hoogte dat de fracties van het Europees Parlement de zittingsweek hier in Straatsburg tijdens een fractieweek in Brussel voorbereiden. Tal van leden van de fractie hebben zich afgelopen week in Brussel afgevraagd waar het document was waarmee wij ons op het debat over het werkprogramma voor 2002, dat op de agenda van deze zitting stond, konden voorbereiden. Velen waren van mening dat het debat moest worden afgelast. Mijnheer de Commissievoorzitter, ik wijs u erop dat het niet nog een keer mag voorkomen dat een document voor een debat van een dergelijk belang ontbreekt. Ik verzoek u als voorzitter om voortaan te waarborgen – en dat geldt ook voor de Commissie in haar geheel evenals voor uw medewerkers - dat de documenten tijdig worden voorgelegd en dat het Europees Parlement au sérieux wordt genomen, zodat wij ons werk naar behoren kunnen doen, hetgeen voor beide partijen van belang is.

(Applaus)

Adequate arbeidsmethoden zijn er de voorwaarde voor dat wij inhoudelijk succes kunnen boeken. Wanneer de arbeidsstructuren en –methoden al niet adequaat zijn, dan is ook inhoudelijk geen vooruitgang mogelijk. En wij willen samen iets bereiken omdat wij er vast van overtuigd zijn dat de Commissie en wij als Parlement als de echte voorstanders van de communautaire methode de handen ineen moeten slaan. Mocht u derhalve medewerkers hebben die het Parlement niet echt serieus nemen, dan zou u in uw eigen belang moeten overwegen of u uw interne arbeidsstructuren niet moet herzien. Wij reiken u en de Commissie niet alleen de hand, wij hebben ook behoefte aan behoorlijke samenwerking om samen succes te boeken. Daarom moeten de betrekkingen tussen Parlement en Commissie in orde zijn. U wilt dit ook, maar dan moeten de goede woorden, die wij natuurlijk onderschrijven, ook gevolgd worden door heel concrete daden op het vlak van de samenwerking.

Een programma van een dergelijke betekenis zou het ook verdiend hebben door alle leden van de Commissie te worden gesteund. Vandaag zijn vijf leden van de Commissie aanwezig, wat meer is dan gebruikelijk, maar in dit werkprogramma komen dan ook alle werkterreinen voor 2002 aan de orde. U heeft zelf ooit gezegd dat u een soort regering van Europa bent, een idee dat door onze fractie verwelkomd wordt. Maar wanneer u een soort regering van Europa bent, dan moet ook de gehele regering met al haar leden hier aanwezig zijn. Ik zou het zeer op prijs stellen indien dit de volgende keer ook het geval zou zijn.

Mijnheer de Commissievoorzitter, wij maken bij het vaststellen van onze agenda tijdens de Conferentie van fractievoorzitters regelmatig mee dat wordt meegedeeld dat het lid van de Commissie A of B of C dan en dan niet naar Straatsburg kan komen. Het gaat slechts om vier dagen per maand – maandag, dinsdag, woensdag en donderdag – en ik dring er dan ook ten zeerste op aan dat alle leden van de Commissie deze dagen vrijhouden. Wanneer het Parlement van mening is dat de aanwezigheid van de leden van de Commissie vereist is, dan moeten zij komen. Het excuus dat zij andere afspraken hebben houdt geen steek. Het Parlement moet prioriteit genieten op de agenda van de Commissie.

Dit sluit natuurlijk niet uit – omdat ik de heer Lamy hier zie – dat wanneer mondiale conferenties met een internationale agenda zoals die in Doha plaatsvinden, de heer Lamy en de heer Fischler hieraan vanzelfsprekend moeten deelnemen. Het gaat ons er tenslotte niet om onze mening voor 100% door te zetten, maar erop te wijzen dat het Parlement in principe voorrang moet genieten boven andere activiteiten van de Commissie.

En nu de inhoudelijke kant: mijnheer Prodi, wat u ten aanzien van de inhoud heeft gezegd, kan over het algemeen onze goedkeuring wegdragen. Wij zijn het hierover eens en daarom moeten wij ook adequaat en goed samenwerken. Wij verwachten net als u dat de staatshoofden en regeringsleiders de conventie het komende weekend in Laken een verreikend mandaat verlenen zodat echt een grondige hervorming van de instellingen van de Europese Unie op stapel kan worden gezet. Wij zijn van mening dat er al snel een begin moet worden gemaakt met deze taak, eind februari of begin maart, en dat deze conventie dan onder voorzitterschap van Italië eind 2003 zou moeten worden afgerond.

Ook hetgeen u over de uitbreiding heeft gezegd, komt overeen met ons standpunt. Maximaal tien landen kunnen aan de eerste ronde deelnemen. Het is te vroeg om te zeggen welke landen dit zijn. De mening van de Franse minister van Buitenlandse Zaken, die gesteld heeft dat alle Midden-Europese landen hierbij moeten worden betrokken, delen wij echter niet. Slechts de landen die aan de voorwaarden voldoen komen aan bod, en het besluit hierover dient in de herfst van 2002 te worden genomen. De landen die dit doel nog niet hebben bereikt, kunnen er nog niet op rekenen dat zij tot de Europese Unie toetreden.

Het mag ook niet gebeuren dat landen zoals Hongarije moeten wachten omdat andere landen nog niet zover zijn. Degenen die aan de voorwaarden voldoen mogen er geen nadelen van ondervinden dat anderen achterblijven, en wij hopen dat wij te zijner tijd adequate besluiten zullen nemen. Wat u met betrekking tot het Middellandse Zeegebied heeft gezegd, is geheel en al juist: er zijn grote inspanningen in het kader van het proces van Barcelona vereist, dit wordt steeds urgenter, en er moet een aanzienlijke bijdrage tot de stabiliteit worden geleverd. U heeft het erover gehad hoe belangrijk stabiliteit is en dat wij Europa echt concurrerend moeten maken. Maar we komen er niet door er gewoon maar op te hameren dat de Europese Unie in de wereld de sterkste concurrentiepositie moet innemen. We moeten ook de noodzakelijke structurele maatregelen nemen en dit betekent in het bijzonder dat wij voor meer investeringen in Europa zelf moeten zorgen. En dit houdt wederom in dat belastingverlichtingen niet alleen voor de grote kapitaalvennootschappen mogen gelden, maar vooral ook voor de middenstand, zodat deze ruimte heeft voor investeringen. En wanneer geïnvesteerd wordt, worden arbeidsplaatsen geschapen.

Ik ben bijna aan het einde van mijn betoog, mevrouw de Voorzitter: wij hebben een ambitieus programma, wij staan aan de zijde van de Commissie en wij dringen bij de Commissie en de Raad aan op samenwerking, omdat er tussen onze instellingen geen concurrentie mag ontstaan. Dit Europa is het Europa waar wij allen achter staan en daarom dienen Commissie, Raad en Parlement ieder hun eigen taken te vervullen: wij zijn hiertoe bereid, en wanneer de andere instellingen dit ook zijn, dan kunnen zij op onze steun rekenen.

(Applaus)


EPP-ED TV Upcoming Events