![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering,
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op woensdag, 30 mei 2001 Verdrag van Nice en toekomst van de Europese Unie Poettering (EVP-ED). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de Raadsvoorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega's, in de eerste plaats zou ik de collega's, de heer Méndez de Vigo en de heer Seguro, hartelijk willen bedanken voor hun uitstekende verslag. Onze fractie acht het van belang dat er over fundamentele kwesties ook tussen de fracties onderling overeenstemming bestaat. Wij, dat wil zeggen het Europees Parlement, moeten namelijk de hoeder van het communautaire Europa zijn. Dat betekent dat wij ook een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid dragen. Daarom is het een goede zaak dat de beide collega's een gezamenlijk verslag hebben gepresenteerd. Daarnaast levert het verslag van de heer Méndez de Vigo en de heer Seguro ook een bijdrage aan een goede burenrelatie. Vaak hebben partners die geografisch dicht bij elkaar in de buurt liggen, geen al te beste verstandhouding. Dit verslag is dan ook een goede Spaans-Portugese bijdrage aan de ontwikkeling van Europa en dat is een positief resultaat. Ik ben natuurlijk blij dat de Raadsvoorzitter hier vandaag aanwezig is. We verheugen ons in het feit dat de Commissie hier altijd aanwezig is. Mevrouw de Raadsvoorzitter, wij waarderen dat. Wij hebben in het verleden ook wel eens kritiek geuit. Ik hoop dat uw aanwezigheid hier vandaag als positief voorbeeld zal dienen voor toekomstige voorzitterschappen. Wij verwachten dat de Raad hier in de toekomst aanzienlijk vaker acte de présence zal geven en dat wij ook op dat vlak tot overeenstemming zullen komen! Wat Nice betreft, en veel anderen hebben dat ook al gezegd, zijn wij niet tevreden. De besluitvormingsprocedure in de Raad is nog gecompliceerder dan voorheen. Er is geen sprake van een wezenlijke uitbreiding van de meerderheidsbesluitvorming in de Raad. Met name - en dat is voor ons een groot punt van kritiek - is er geen wezenlijke uitbreiding van de medebeslissing van het Europees Parlement ten opzichte van de Raad. Het heeft ons toch enigszins verbaasd dat de Franse minister-president in zijn betoog, waarin natuurlijk ook positieve aspecten aan de orde zijn gekomen, op geen enkele manier naar een uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement verwijst, maar dat hij alleen maar verklaart, en ik citeer: "De bevoegdheden van de Straatsburgse vergadering moeten duidelijker gedefinieerd worden." Wij verwachten van de minister-president van een groot land dat hij zich sterk maakt voor meer democratie in Europa, voor meer bevoegdheden van het Europees Parlement! (Applaus) Wat wij nodig hebben, en mijn collega de heer Brok heeft dat ook al opgemerkt, is duidelijke parlementaire bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Op Europees niveau is het Europees Parlement de parlementaire toezichthouder en staat het op gelijkwaardig wetgevend niveau met de Raad. Het is de taak van de nationale parlementen om hun eigen regering beter te controleren. Wij hebben geen behoefte aan een congres van nationale afgevaardigden, maar wij willen dat het Europees Parlement zijn eigen verantwoordelijkheid in Europa neemt, terwijl onze collega's in de lidstaten dat op nationaal niveau doen! (Applaus) De tweede en derde zuil blijven ook na Nice bestaan. Dat moet rechtgezet worden. Als we nu in de toekomst kijken, komt dat namelijk neer op intergouvernementele samenwerking. Intergouvernementele samenwerking betekent niet alleen dat wij niet doelmatiger zijn, maar betekent ook dat er geen parlementaire controle en geen toetsing door het Europees Hof van Justitie is. Daarom is de intergouvernementele samenwerking niet alleen een uiting van een gebrek aan doelmatigheid, maar ook in strijd met onze normen op het gebied van de democratie en de rechtsstaat. Dat is de reden dat wij daar met het oog op de toekomst verandering in moeten brengen! (Applaus) Mevrouw de Raadsvoorzitter, sta mij toe om tot slot op te merken dat u tijdens uw voorzitterschap het een en ander hebt bereikt. Er zal een moment komen dat wij dat zullen waarderen, bijvoorbeeld met betrekking tot de transparantie en andere kwesties. Voor onze fractie is het echter van doorslaggevend belang hoe de toekomst qua methodologie verder vorm gegeven zal worden. Wij verwachten dat er in Göteborg geen hindernissen opgeworpen worden die het besluit in Laken met betrekking tot een conventie zouden kunnen verhinderen. Wij verwachten namelijk dat in Göteborg de juiste richting aangegeven zal worden voor goede besluiten in Laken om vervolgens op basis van een conventie verder aan de Europese toekomst te kunnen bouwen. Mevrouw de voorzitter, ik doe u niets cadeau, maar dat is niet omdat ik iets tegen de kleur rood zou hebben. Rood is een mooie kleur. De inhoud echter, wanneer die als politieke basis wordt gebruikt, is vaak niet zo acceptabel. U had het zelf over een rode lap, wat niet in alle gevallen even positief is. Wat Göteborg betreft wensen wij u echter veel succes! Als u resultaten boekt, zijn dat onze gemeenschappelijke resultaten. Dus veel succes in Göteborg! (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||