![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer James Elles
Ondervoorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement Woensdag, 16 mei 2001 Stand van de transatlantische dialoog Elles (EVP-ED). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een belangrijk debat juist op dit kritieke moment, een paar maanden na het aantreden van de nieuwe Amerikaanse regering, met het oog op het bezoek van president Bush aan Göteborg in juni en de eerste opzet van de Commissie voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Hoe staan we er nu voor? Er ligt een tijdig verschenen mededeling voor ons, waarin gewezen wordt op de breedte en de groei van de transatlantische betrekkingen vanaf de verklaring in 1990 tot de nieuwe transatlantische agenda in 1995. Het aantal onderwerpen dat eronder valt neemt steeds verder toe en waarschijnlijk zal er een consolidatie van ideeën over de monetaire dialoog en andere aspecten plaatsvinden. Ten tweede bevat de mededeling ideeën over het effectiever maken van het proces. Ten derde wordt het belang onderstreept van de burgermaatschappij en de vorming van parlementaire betrekkingen. Maar ik denk dat het verstandig is ons af te vragen of deze perspectieven werkelijk toereikend zijn voor de komende vijf jaar. Gemeenschappelijke economische belangen en zorgen krijgen steeds meer een mondiaal in plaats van een bilateraal karakter, terwijl regionalisering steeds meer wordt gezien als een alternatief voor de WTO en multilateralisme. We zien een verschuiving van de veiligheidsbelangen van de VS naar het gebied aan de Grote Oceaan, ook al vraagt de uitbreiding van de NAVO en de EU de komende maanden transatlantische politieke aandacht. Het is moeilijk om ons samen te richten op het bepalen van gezamenlijke strategische belangen, zoals bijvoorbeeld Oekraïne. Vanuit dit oogpunt vindt mijn fractie deze mededeling teleurstellend. Het is eerder een inventarisatie dan een aanzet tot een breder transatlantisch partnerschap. Met andere woorden, de mededeling voldoet niet aan de vereisten die het in ontwikkeling zijnde transatlantische partnerschap in de toekomst stelt. Waarom moeten er bijvoorbeeld minder topconferenties komen terwijl er eerder meer dan minder kwesties te bespreken zijn? Hoe stel je prioriteiten met betrekking tot de agenda als er al acht strategische thema' s zijn vastgesteld? Hoe kunnen het Amerikaanse Congres en het Europees Parlement in het geheel worden betrokken als daar geen ideeën voor worden aangedragen? In de mededeling wordt gesproken van een Interparlementaire Assemblee. Dat is het helemaal niet. Het is een delegatie die zichzelf heeft omgedoopt tot de transatlantische Legislators' Dialogue. Er is dus een bredere benadering nodig om het transatlantisch partnerschap vóór 2004 tot stand te brengen. Het wordt tijd af te stappen van het afgezaagde idee van de bulkcarrier; ik denk dat in dit stadium een benadering met meer visie nodig is. Om te beginnen moeten we het gebied voor een breder transatlantisch partnerschap afbakenen. Waarom blazen we de transatlantische Business Dialogue geen nieuw leven in? Daar zijn wat problemen mee. Waarom geen jaarlijkse Atlantische Top van de EU, de VS en de NAVO? Politiek, economie en veiligheidsbeleid staan immers steeds meer met elkaar in verband. Ten tweede moeten we de ideeën van de Verklaring van Houston van het Amerikaanse Congres en het Europees Parlement volgen en de parlementaire gemeenschap meer bij het proces rond de topontmoetingen betrekken. Ten slotte, maar niet het minst belangrijk: we moeten de topontmoeting met George W. Bush gebruiken om een agenda op te stellen voor de periode tot 2004 om tot een verstrekkender transatlantisch partnerschap te komen en de doelstellingen die de Raad en de Commissie zich hebben gesteld te bereiken. |
|
||||||||||||||||||||||||