![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
ToesprakenToespraak van de heer Hans-Gert Poettering,
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie, in het Europees Parlement op dinsdag, 13 februari 2001 Indiening door de voorzitter van de Commissie van het programma van zijn instelling voor 2001/ Nice Poettering (EVP-ED). (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de Commissievoorzitter, waarde collega's, wij verwelkomen dit debat over het werkprogramma van de Commissie voor het jaar 2001, al zijn wij van mening dat het te laat plaatsvindt. Maar misschien kon dit debat vanwege Nice ook pas vandaag, in februari 2001, plaatsvinden. De komende jaren wensen we dit debat echter reeds te voeren in de herfst van het jaar dat voorafgaat aan het programmajaar dat we behandelen. Zo is dat ook overeengekomen. Om te beginnen wil ik enkele zeer kritische woorden richten tot de Raad: waarde collega's, ik vind het schandalig dat de Raad en het voorzitterschap niet vertegenwoordigd zijn wanneer de Commissie haar programma hier komt voorstellen. Dat kunnen wij niet over onze kant laten gaan! (Applaus) Dit laat duidelijk zien waar de tekortkomingen liggen! De ministers van Buitenlandse Zaken reizen de hele wereld af, en daar heb ik ook helemaal niets op tegen, want dat is hun taak. Tezelfdertijd zijn ze echter ook nog verantwoordelijk voor het Europees beleid. Daaruit moeten we toch het volgende besluiten: Europees beleid is niet meer hetzelfde als buitenlands beleid, en het past niet meer bij deze tijd om het Europees beleid toe te vertrouwen aan de ministers van Buitenlandse Zaken; hun afwezigheid is daar het zoveelste bewijs van. We moeten deze structuren veranderen, want we hebben in de regeringen personen nodig die zich uitsluitend bekommeren om Europa. (Applaus van rechts) Daarom eis ik een Raad van ministers van Europese Zaken, die dan ook permanent hier in het Parlement aanwezig kunnen zijn. Europa wordt niet gecreëerd door enkele grote toespraken van de ministers van Buitenlandse Zaken, maar door de dagelijkse arbeid aan het project Europa. Daarom eisen we structurele hervormingen in de Raad van ministers. (Applaus van rechts) We zijn verheugd over het feit dat de Franse president Jacques Chirac aandringt op een openbaar debat over het post-Nice-proces. Ook Commissievoorzitter Prodi heeft hierop aangedrongen. We willen een breed openbaar debat over de toekomst van ons continent en als PPE-DE-Fractie - ik kan immers niet voor het hele Parlement spreken - staan wij aan uw kant, mijnheer de Commissievoorzitter. Wij zijn uw bondgenoten als het gaat om de toekomst van Europa. Wij willen u als communautaire instelling versterken, omdat we thans constateren dat de Raad niet de kracht opbrengt om als communautair orgaan en als vertegenwoordiger van het gemeenschappelijk belang op te treden. U heeft gesproken over de deelname van het Europees Parlement aan dit proces. We zouden iets concreter willen zijn. Onze politieke familie, de Fractie van de Europese Volkspartij, heeft in januari van dit jaar op haar congres in Berlijn besloten en aanbevolen dat er een hervormingsconferentie moet komen, die wordt georganiseerd naar het model van een conventie, dit wil zeggen met deelname van het Europees Parlement, de nationale parlementen en regeringen, de Commissie en de Raad. We willen dit jaar in Stockholm, vervolgens in Göteborg en tenslotte onder Belgisch voorzitterschap in Laken toezeggingen krijgen dat een dergelijke conferentie reeds in 2002 haar werkzaamheden kan beginnen. Deze conferentie moet het kern- en draaipunt zijn van het grote openbaar debat in Europa en dat debat op een gestructureerde manier lanceren. Mijn tweede opmerking gaat over asiel- en immigratiebeleid. Mijnheer de Commissievoorzitter, wij eisen dat de Commissie zich intensief bezighoudt met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid, want het is duidelijk dat het nationale beleid niet tot resultaten leidt. Deze moeilijke problemen kunnen slechts door een gemeenschappelijk beleid worden opgelost. De regeringsleider van een belangrijk land, de bondskanselier van Duitsland, heeft gezegd dat wanneer we het eens zijn over de principes van het asiel- en immigratiebeleid, we ook snel kunnen overgaan tot meerderheidsbeslissingen. Ik verzoek de Commissie op te schieten met haar werk, zodat wanneer men het eens is geworden over de principes, we zo snel mogelijk kunnen overgaan tot meerderheidsbeslissingen in het asiel- en immigratiebeleid. We verzoeken de Commissie echter ook om bij haar initiatieven na te denken over de gevolgen. Zo hebben we bij de gezinshereniging bijvoorbeeld de indruk dat zij een kring van personen op het oog heeft die niet te overzien is. Wij verzoeken u de gezinshereniging tot de kern te beperken, zodat we geen onoverzichtelijke toestanden krijgen. Algemeen gesproken moet het asiel- en immigratiebeleid een belangrijk aandachtspunt worden. Derde opmerking: Europa als economische groeipool. Zoals iedereen weet, zullen we op 1 januari 2002 een gemeenschappelijke Europese munt hebben. Dat is een historische gebeurtenis die Europa zal veranderen en de Commissievoorzitter heeft daar terecht op gewezen. Maar we moeten ook de concurrentiepositie van Europa verbeteren, met name door een gunstig investeringsklimaat te scheppen voor kleine en middelgrote ondernemingen, want daar worden de arbeidsplaatsen gecreëerd. Op dit punt moeten we volgens mij extra inspanningen leveren. Wat de uitbreiding van de Europese Unie betreft, zijn wij er absoluut voor dat de eerste nieuwe lidstaten kunnen toetreden tot de Europese Unie voor 2004. Mijnheer de Commissievoorzitter, ik verzoek u een publieke informatiecampagne voor te bereiden, zodat we ook in onze landen de mensen kunnen overtuigen van de noodzaak en het historische belang van de uitbreiding voor Europa. Laatste opmerking: we willen een sterk, slagvaardig en democratisch Europa. Mijnheer de Commissievoorzitter, laten we daar gezamenlijk aan werken. U kunt rekenen op onze steun als u de instellingen van de Gemeenschap wil versterken. Wij roepen de Raad op zich niet te verzetten, maar ook zijn bijdrage te leveren aan de toekomst van Europa. Als we dit gezamenlijk doen, moet het lukken. Maar de Raad moet zijn taken vervullen, nadat de Commissie en het Parlement de weg hebben gewezen. (Applaus) |
|
||||||||||||||||||||||||