български Español Čeština Dansk Deutsch Ελληνικά English Eesti keel Français Italiano Latviešu Lietuvių kalba Magyar Malti Nederlands Polski Português Română Slovenčina Slovenščina Suomi Svenska

Toespraken


Toespraak van de heer Hans-Gert Poettering,
Voorzitter van de EVP-ED-Fractie,
in het Europees Parlement
op woensdag, 1 maart 2000


Verklaring van de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid


Poettering (EVP-ED). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dit is de tweede keer dat wij met de heer Solana van gedachten wisselen. Eerst wil ik kort iets zeggen ter attentie van de heer Patten, vertegenwoordiger van de Commissie. Toen wij de eerste keer met de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid debatteerden, hebben wij er op mijn verzoek en op verzoek van mijn fractie, met de steun van alle fractievoorzitters, voor gezorgd dat ook de Commissie, vertegenwoordigd door de heer Patten, haar mening te kennen moet geven. Ik geef graag toe dat wij daar bij de vaststelling van de agenda van vandaag niet aan hebben gedacht.

Mevrouw de Voorzitter, ik verzoek u en de fractievoorzitters ervoor te zorgen dat in alle debatten met de Hoge Vertegenwoordiger ook de Commissie formeel het woord kan voeren. De Commissie moet immers aan de ontwikkeling van het Europees beleid kunnen meewerken,...

(Applaus)

... en wij moeten daar samen voor zorgen. Ik zeg dat met de nodige zelfkritiek, omdat wij daar niet aan hebben gedacht. Mijnheer Patten, ik hoop dat u uw mening over ons debat zult kunnen geven.

Mijnheer Solana, u had het over Sintra. Het is een groot succes dat de vijftien ministers van Defensie zijn bijeengekomen. Er wordt over een leger, troepen en soldaten gesproken. Dat is goed. Het gaat de goede richting uit. Leger, troepen en soldaten zijn echter geen doel op zich. Ze vormen de basis voor al wat wij doen, voor menselijke waardigheid, democratie, rechtstaat, vrede en vreedzame regeling van conflicten. Ik wou dat de vijftien landen van de Europese Unie harder tegen de moorden en misdaden van de Russische regering en het Russische leger in Tsjetsjenië hadden geprotesteerd dan ze de laatste weken hebben gedaan.

(Applaus)

Ik heb soms de indruk dat wij op kleine landen vaak ongezouten kritiek leveren, maar dat wij ons tegenover grote landen koest houden. Als misdaden worden begaan, moeten wij daarop altijd met woorden en, als het kan, ook met passende daden reageren.

(Applaus)

Wij hebben de laatste jaren, met de Verdragen van Maastricht en Amsterdam en vervolgens in Saint Malo, Keulen en nu in Sintra, grote vorderingen gemaakt. Mijnheer Solana, wij zijn natuurlijk zeer verheugd dat nu een interventiemacht van 60.000 soldaten wordt opgericht. Binnen 60 dagen moeten die troepen kunnen worden ingezet. Op de woorden van de regeringen van de lidstaten moeten echter ook daden volgen. Verschillende regeringen verlagen hun begroting en snoeien ook in hun defensiekredieten. Dat is in tegenspraak met de ronkende verklaringen van de laatste dagen. U moet de regeringen van de lidstaten ertoe aansporen de daad bij het woord te voegen. Anders blijft het bij woorden en wordt Europa minder veilig. Uiteindelijk willen wij meer veiligheid in Europa.

(Applaus)

Onze Amerikaanse vrienden maken zich zorgen. Ik zeg met nadruk ‘Amerikaanse vrienden’ . Wij willen immers een Noord-Atlantisch bondgenootschap waarin wij vriendschappelijke betrekkingen onderhouden en de Verenigde Staten en Europa gelijke rechten hebben. De Amerikanen zijn bang voor de drie D's: decoupling, duplication en discrimination. Ze vrezen dat Europa zich van Amerika losmaakt, dat er dubbele militaire instrumenten, bevoegdheden en commandostructuren komen en dat NAVO-leden die geen lid van de Europese Unie zijn, worden gediscrimineerd. Ik verzoek u - als voormalig secretaris-generaal van de NAVO hebt u ervaring opgedaan, en ik ben ervan overtuigd dat u het met mij eens bent - die vrees met concrete daden weg te nemen en ervoor te zorgen dat wij - zoals de heer Robertson het uitdrukt - de drie I's realiseren. Dat zijn indivisibility, ondeelbaarheid van de transatlantische veiligheid, improvement, verhoging van de Europese capaciteit en inclusion, deelname aan het proces van de Europese NAVO-partners die geen lid van de Europese Unie zijn.

Zoals u al hebt gezegd, moeten troepen immers altijd het laatste middel blijven. Het beste niet-militaire defensiebeleid is de uitbreiding van de Europese Unie naar het oosten om daar meer stabiliteit te brengen, en de dialoog met de Arabische en islamitische landen om voor vrede in het Middellandse-Zeegebied te zorgen.

Tot besluit nog het volgende. Ik heb tot mijn grote verbijstering vernomen dat de Belgische minister van Defensie, de heer Flahaut, in Sintra heeft verklaard dat België zijn militaire betrekkingen met Oostenrijk wil verbreken. Ik weet niet welke militaire betrekkingen beide landen onderhouden, maar zulke uitspraken getuigen van een onaanvaardbare morele arrogantie, die de regering van het land in de hoofdstad waarvan de Europese instellingen gevestigd zijn, onwaardig is. Er moet een einde komen aan het isolement en aan het zaaien van tweedracht tussen landen en volkeren. Wij moeten de volkeren bij elkaar brengen. Wij kunnen, wat vrede en vreedzame regeling van conflicten betreft, buiten de Europese Unie immers pas een voorbeeld zijn, als wij binnen de Europese Unie in vrede kunnen samenleven. Ik richt dan ook een oproep tot de 14 lidstaten die nu doen wat ik de Belgische regering verwijt: laten wij zelf tot vrede bereid en bekwaam zijn. Daarom moeten wij eensgezind zijn en mogen wij binnen de Europese Unie niemand isoleren.

(Applaus)

EPP-ED TV Upcoming Events